Zelfs in het etymologisch woordenboek wordt ik doorverwezen naar een ‘Woordenboek van Populair Taalgebruik’, verzameld door Marc de Coster. “Kut met Dirk, kut met peren, kut met een rietje. (1968) (inf.) gezegd van iets dat waardeloos is. Vgl. dat slaat (rijmt) als kut op Dirk; knudde* met een rietje. Volgens Endt (Bargoens Wdb. 1974) zou Dirk een verbastering kunnen zijn van 'drek', via de dialectische uitspraak 'dèrèk'. 'Kut met peren' wordt soms eufemistisch verkort tot KMP.”
22 augustus 2025
kut met peren
26 oktober 2024
Krol en Kwispel
03 juni 2024
klein meesje
Enkele weken zagen we je ouders af en aan vliegen. Tot we je hoorden piepen wisten we niet waaraan we ons konden verwachten. De laatste dagen was er een hels kabaal. Je ouders bleven veel langer aanwezig en vlogen af en aan in het kotje. Leven in het huisje, zo wisten wij. We zagen je ouders ook van de zaden pikken en met kleine stukjes in het huisje verdwijnen. Een paar dagen was het een af en aan vliegen. Ook merkten we een wijzigende voorkeur, nu pikten ze ook af en toe van de pindapasta.
Daar was je dan. Verdwaasd bleef je in het ronde toegangsgaatje zitten kijken naar de omgeving. We zagen je proberen je vleugeltjes wat te strekken. Moeilijk natuurlijk om ze helemaal uit te spreiden in het kleine ronde deurtje. Je tijd was wel gekomen om op verkenning te gaan. Met een sprong en proberen de vleugeltjes open te krijgen, duikelde je uit het nest op het terras. Benieuwd begon je te zoeken en af en toe je strekte je de vleugeltjes. Hoger dan 10 cm kwam je nog niet. Je zocht beschutting en kroop achter een bloemenbak. Zelfs je ouders vonden je niet meer.
Stil, verscholen achter onze ramen, hielden wij dit kleine schouwspel in het oog. Toch was een kort toiletbezoek voldoende voor jou om te verdwijnen.
Goede vaart en prettig leven, jong meesje.
27 november 2023
horloge
03 mei 2023
de wolkenfluisteraar
12 januari 2023
het begin
Ik zal het mezelf niet kunnen vergeven als ik het nooit vertel. Wanneer het steeds een verzinsel in mijn hoofd blijft dat nooit in woorden op papier wordt gezet, zal ik mij niet goed voelen. Mogelijk dat niemand er een boodschap aan heeft, maar voor mij zullen het hersenspinsels zijn die anders verrot in de achtertuin van mijn geheugen blijven. Wie heeft het nu graag om nooit daglicht te kunnen aanschouwen, steeds in de duisternis te moeten blijven. Het bedenksel kan ooit begonnen zijn, maar het einde zal nooit een geboorte hebben gekend. En dat is een vreselijke vaststelling wanneer er een lange rijping heeft plaatsgevonden. Ideeën die reeds zo lang in een wachtkamer zitten, zoveel keer overwogen en herschikt, kunnen beter een uitweg krijgen dan in stilte te verdwijnen.
Een wirwar van ingevingen vechten om aandacht. Ze willen de bovenhand krijgen om als eerste met een fonkelend begin te kunnen starten op papier. Wanneer een woord een vrijage van lange duur met een leuk vervolg verkrijgt, volgen andere beelden die vechten om als eerste door de pen verwoord te worden. Alle combinaties worden uitgetest. Het samenspel begint open doelen te benutten. Mogelijke missers worden bij latere herwerking rechtgezet. Zo ontstaan veel zingezinnetjes die een mooie gemeenschap vormen. Hierdoor kan de kop pronkend blinken omdat het weet dat het een leuke staart heeft.
Een begonnen verhaal kan plotselinge wendingen verkrijgen door toevalligheden. Willekeurig gehoorde frasen van mensen in de omgeving veroorzaken een draai aan de vertelling, zodat deze van het dood spoor afwijkt. Hierna kan het tijdelijk een richting volgen tot er weer iets onverwacht gebeurt of gehoord wordt. Het verhaal kan via kronkelingen verdwalen op ongekend terrein. Nooit beleefde gebeurtenissen worden beleefd onder invloed van geopende oren en ogen. De pen kan deze gedachtesprongen moeilijk volgen. Zo kunnen onbekenden medeauteur zijn van de beste romans. De rode draad mag reeds uitgestippeld zijn, de woorden die neergeschreven worden kunnen mee ontstaan door onrechtstreekse invloeden.
Goed om te weten dat ik daar geen auteursrecht hoef voor te betalen.
30 juni 2021
krulhaar
06 november 2020
klein venijnig ding
02 oktober 2020
gelukzaligheid
Nu verschijnt de klaarheid meer en meer aan de hemel en de eerste prille straal van warmte bereikt hem. Hij voelt dat zijn verkleumde huid de kilheid maar graag zou kwijtspelen. De grauwheid van bemorste lucht begint te zuiveren en uit zijn denken verdwijnen ook de neerslachtige gedachten die hij tot nu voelde. Zijn hoofd heeft als eerste de koude verslagen en de opkomende warmte neemt stukje bij beetje bezit van zijn hele lichaam. Steeds opgeluchter voelt hij hoe zijn longen de nog frisse lucht verwelkomen. In alle vrijheid zwaait hij zijn armen in het rond. Zijn tenen en vingers beginnen te tintelen en de gevoelloosheid verdwijnt. Elk spiertje dat opwarmt brengt hem meer en meer in verrukking, zijn gezicht begint te stralen van gelukzaligheid.
Het zonlicht heeft de bovenhand genomen. De wolken smelten als sneeuw.
29 februari 2020
erotiek
22 januari 2020
de trein
‘We mogen nog niet vertrekken, jongen. Het is nog geen tijd.’
‘Waarom is het nog geen tijd, papa. Tijd is er toch altijd?’
‘Voor deze trein is het nog niet de juiste tijd om te vertrekken. Daarom staan we nog stil.’
‘Papa, wanneer vertrekken we dan?’
‘Wanneer de conducteur aangeeft dat we kunnen vertrekken.’
…
‘Hoor, papa, een fluitje. Waarom fluiten ze in een station, papa?’
‘Dat was de conducteur, jongen. Zo weten we dat het tijd is om te vertrekken. Nu hoor je de deuren toegaan.’
…
‘Rijdt de trein altijd zo traag, papa?’
‘Wanneer die direct snel zou rijden, zou jij vallen, jongen. Ga maar zitten, seffens val je nog.’
‘Maar papa, de trein rijdt toch niet snel.’
‘Wacht maar, jongen.’
…
‘Ja papa, nu rijdt die wel snel. Zie, dat is plezant, hé. Nu is dat precies of alles traag is, hé papa.’
‘Ja jongen. Dat zal je later wel leren op school waarom dat zo lijkt. Natuurlijk stappen de mensen even snel als altijd. En die pilaren die staan nu wel stil ook, natuurlijk. En die trein rijdt trager dan de onze, maar dan staat die precies stil. Mooi om te zien, maar alles blijft wel normaal, zenne.’
…
‘Maar, maar. Nu rijdt die trein weer trager.’
‘Papa, waarom hebben die mevrouwen het nu zo warm?’
DING, DONG
‘Beste trainrazigers, we kommen oan in Broeksel. Dezen train stopt eerst in den Brussel Nor, …’
13 januari 2020
herinnering
12 januari 2020
Janneke en Mieke
19 december 2019
verloren gelopen
Het meisje zit er duidelijk mee verveeld dat ik haar zo aankijk. Hoe is ze hier gekomen?
Terwijl ik de deur van mijn loft open, kijkt ze schuw en loopt in de richting van mijn buren. Zal ze dan toch?
Alsof ik iets vergeten ben, sluit ik de deur en stap terug naar de lift. Op het laatste moment glipt ze tussen de sluitende deuren naast mij. Toen ik aankwam was er ook reeds feestgedruis via de liftkoker te horen. Nu klinkt dit nog iets feller. Moet het meisje daarheen? Ik druk een willekeurige verdieping.
Terwijl de lift naar beneden gaat, wordt het lawaai luider en luider. Wanneer de deur opent, dreunen de bassen en zie ik een gang vol stoelen rond een lange gedekte tafel. Een bruidssluier hangt vooraan tussen aangebroken flessen cava. Kan dat zomaar op een gang in een appartementsblok?
Het meisje hangt ondertussen aan het been van een duidelijk aangeschoten man.
17 december 2019
mooi cadeau
Ik schreef in het begin dat dit een volledige set is, maar een vloeipapier zit er niet bij. Tot mijn spijt moet ik dus op papier vaststellen dat de vulpen in het boekje de nodige vlekken achterlaat. Daarom gebruiken de meeste mensen bij het manueel schrijven een balpen, denk ik. Toch heeft een mooie vulpen meer stijl. Jammer dat vloeipapier dan niet meer te krijgen is, of toch? Soms is het nodig om snel dikke inkt te deppen.
Ik weet niet in welk leerjaar ik mijn eerste vulpen kreeg. Toch ben ik zeker dat ik mijn eerste krabbels met een kroontjespen, of hoe kan je dat noemen, heb geschreven. Ganzenveren werden niet meer gebruikt, maar iedereen kan zich dit beter voorstellen. Met een scherp mes de harde kant van de slagpen aanscherpen, en zo kon je, zoals in de middeleeuwen, sierlijk schrijven. Een kroontjespen zal je nu niet meer vinden, vermoed ik. De inkt moest bijgetankt worden uit het potje dat in de lessenaar hing. De leraar kwam deze bijvullen wanneer de inkt op was. Met dit oud schrijfgerei was het nog moeilijker het blad onbevlekt te laten. Een iets te harde druk op het stalen pennetje liet de vastgehouden inkt naar beneden tuimelen, met een onoverkomelijke inktvlek tot gevolg.
De vulpen zit wel ingenieuzer in elkaar, de kwaliteit valt wel met de kostprijs samen.
Dat ik nooit een mooi handschrift heb gehad, en nog steeds niet heb, ligt ook aan het eerste ongelukje dat ik mij herinner. Net toen we in het eerste studiejaar begonnen met ‘schoonschrift’ moest mijn rechterarm in de plaaster. Bij het spelen in de tuin was ik onverhoeds tegen de vlakte gegaan. Automatisch probeerde ik mij natuurlijk tegen te houden met mijn sterkste arm, waardoor deze net boven de elleboog brak. Zes weken plaaster was het gevolg. Linkshandig schrijven werd niet aangeraden, dus leerde ik op de achterkant van het schoolbord de letters in een bepaalde vorm te gieten. Zelfs in het groot, met die verdomde plaaster, lukte het mij niet. Later bij het oefenen op het kleine blad, lukte het mij ook niet. Uiteraard duurde het een tijd dat de kinesist mijn arm soepel genoeg kreeg, waardoor ik in het begin zeer stram bleef schrijven. Zo bleven de problemen van onregelmatigheid.
Nu ook ondervind ik nog steeds het probleem dat ik de ene keer vrij leesbaar schrijf en de volgende keer moet ik een ontcijferaar ter hulp roepen om zelf te weten wat ik vroeger zou bedoeld hebben. Een grafoloog zal uit mijn verschillende handschriften wel het een en ander afleiden. Of mijn karakter zo wispelturig is, durf ik te betwijfelen.
Voor mij betekent mijn handschrift alleen of ik de tijd nam om duidelijk te zijn, of dat ik er vlug, vlug vanaf wilde zijn. Bij momenten heb ik het idee dat ik sneller op het klavier ben dan met de pen. Eén ding is zeker nog sneller, mijn gedachten. Flitsen schieten ongeordend door mijn hoofd, waardoor ik niet de tijd kan nemen om alles op een rijtje te zetten. Op computer is het wel eenvoudiger om met knip- en plakwerk een tekst te construeren die te lezen valt. En … op computer komen zo’n geweldige eenvormige tekens op het scherm. Achteraf kan zelfs de spelling gecontroleerd worden. Om een handgeschreven tekst geordend te krijgen, moet je alles volledig terug overschrijven. Mogelijk ook dat dit verschillende keren moet gebeuren. Om dit te voorkomen kan je zinnen met een letter of cijfer aanduiden. Deze vallen sneller te wijzigen. Met ook wel prettig zijn om het verhaal na redactie te lezen als 1-2-a-7-9-13-b-k-65 … . echt niet te doen, dat kan je je wel voorstellen. Daarom zoek ik het heil op dat verrot modern ding. Zo blijf ik met een handschrift dat niet voldoende geoefend wordt, waardoor weinig eenvormigheid zal ontstaan.
Alleen op vakantie zorg ik er wel voor dat ik steeds een boekje bij heb. Vakantie is tijd om te ontspannen en geeft de geest vleugels. De ideeën vliegen door de lucht en worden met het minder belaste brein opgevangen. Het moment om de creativiteit de vrije loop te laten is dan aangebroken. Natuurlijk dient deze wel ingetoomd om ze op papier gevangen te houden; en het schrijven gaat minder snel dan het denken, mar zet daardoor wel aan tot meer georganiseerde en geordende ideeën. Regelmatig kan ik dan ook na de vakantie ontdekken dat er toch weer een vruchtbare periode voorbij is. Als het dan mogelijk is om de krabbels als woorden te herkennen, worden deze, wanneer het idee goed bevonden is, op computer getypt. Het blijft noodzakelijk om daar een nieuwe redactie op uit te oefenen. Zoals ik over verschillende schrijvers las, scheren zij de boeken wel enkele keren, vooraleer die uitgegeven werden. Dit moet een onmenselijke taak geweest zijn. Leve de vooruitgang, alles tik, tik, weggeschreven.
12 december 2019
de stille jongen
04 september 2019
brombeer
12 februari 2019
Carla en Dirk
09 februari 2019
schijnvertoning
27 november 2018
boodschappen