12 mei 2026

Lente in het bos

Het mooie weer maakte het bos en de dieren dolblij. De lente was struikelend begonnen, het was lang koud gebleven. De sneeuw was in het begin van het seizoen nog voor een paar dagen blijven liggen, waarna regen het pleit had gewonnen. Het bos was druiperig. Overal lag een laag water welke niet door de bodem kon worden opgezogen. Op zoek naar voedsel moesten de dieren zo altijd door dit nat ploeteren . Soms zakten ze diep in de doorweekte grond en moesten ze zwoegen om vooruit te komen.
Vogels bleven ook op hun honger zitten, de geliefde insecten vonden het te koud om zich uit de winterslaap te bevrijden. Wanneer ze ontwaakten vonden ook zij weinig voedsel in de verzopen bodem. Met het mooie weer fleurden bomen en dieren op. Het water werd warmer en en de grond probeerde sneller te drinken. Af en toe verschenen daardoor luchtbellen alsof de bodem een boertje liet. Zo zag je dan een spiraaltje in het water doordat een gaatje ondergronds gevuld werd.
Roeken zaten in een paar bomen te converseren, oorverdovend door het grote aantal. Hoe konden ze elkaar begrijpen in dat hels kabaal? Of begrepen ze de vreugde van iedereen en wilden ze dit om ter luidst meedelen.
Een wolf zat op een droog plekje achter een dikke beuk. Ondertussen begluurde hij een lekkere prooi die hij verderop achter struiken kon waarnemen.
Een pasgeboren reetje lag op een verhoogd grasveldje. Het was net groot genoeg om nog even te blijven liggen en na te genieten van het droog likken van haar moeder. Zo had zij gezorgd dat haar dochtertje vrij droog lag op het beschermde plekje. Het reetje strekte de pootjes en bewoog ze zachtjes over de grond terwijl ze nog bleef liggen.
Terwijl de wolf begerig bleef kijken, kwam het reetje stuntelig recht en probeerde het evenwicht al staande te bewaren. Ze strekte één voor één de pootjes, zoals atleten, vooraleer een sprintje te plaatsen. Daar was ze blijkbaar nog niet aan toe. Moeder ree bleef haar bemoedigend aankijken, terwijl de wolf zich met, de klauwen vooruit, uitstrekte om een snelle loop te kunnen starten.
De moeder aaide de pasgeborene met het hoofd in de nek van haar dochter. Ze deed twee stappen voorwaarts om een voorbeeld te geven. Een takje dat krakte ontging haar niet, ze keek om naar de kleine, haar lippen trilden. Dit gebaar begreep het deerntje, ze begon onmiddellijk aan haar eerste sprint aan de zijde van haar moeder.
Woest stampte de wolf op de tak die hem had verraden.

voortgang

stroom stuwt
vaartuig duwt
golven glijden
wolken drijven
de zon glinstert

oorverdovend stil

weg van geruchten
bevrijd van moeten
helder en onbevangen

avontuur vinden
actief beleven
anders leven
bestaan