24 januari 2018

vervelend geheugen

 

Een dag om snel te vergeten

Een dag die niet had mogen bestaan

Verdwijn uit de annalen

Samen met die vervelende gebeurtenis

Welke je spijtig genoeg mee zal overdragen

In mijn stille geheugen dat niet gewist kan worden

23 januari 2018

 ronddwalen

dwalend in de straten

zoek ik een punt

waarvan ik ooit vertrok

om weg te blijven

vol misnoegen en spijt



lopend zonder dralen

verken ik gekende paden

om lichtpunten te zien

die uit mijn geheugen verdwenen



dwalend in gedachten

blijf ik op zoek

naar mooie herinneringen

vergeten in de tijd

weggeschoven voor andere

die ik liever dacht



dwalend door mijn herinneringen

vind ik speelse vreugde

beleven zonder bekommernis

genieten van wat er is

genieten van wat ik had


het woonzorgcentrum

Rustig, maar toch een beetje zenuwachtig, sloft Staf rond de eikenhouten tafel. Af en toe steunt hij op de leuning van een stoel terwijl hij de schilderijen aan de muur bekijkt. Echte kunst was voor hen wel onbetaalbaar, maar deze werken uit het atelier van Martin Douven blijven voor hem nog steeds mooi.
    Terug in de salon laat hij zich zuchtend in zijn zetel zakken. Zo neemt hij weer even de tijd om rond te kijken. Hoe lang is dat hier al onveranderd?In de gang hangt een zeer speciaal werk, waar hij dikwijls voor blijft staan. Nu ook wil hij bij “de herder” herinneringen laten komen. Hoe dikwijls heeft hij het moment van aankoop niet terug beleefd? Zijn Stanske en hij zagen haar vader hierin afgebeeld, bruine pet op de grijze haren, pijp in de mond. Was dat niet dezelfde pijp als vaders favoriet? In de achtergrond een boerderijtje zoals er in de Kempen zoveel te vinden zijn. Het had wat gelijkenis met het ouderlijk huis, vonden ze toen. Staf zucht en schudt zijn hoofd, waar is de tijd dat ze in de winkel fantaseerden over dit schilderij. Tree per tree bestijgt hij de trap. Dit wordt toch te moeilijk om dagelijks te doen. Boven het bed, waar hij sinds het overlijden van zijn Stanske nu twee jaar alleen moet inkruipen, hangt nog steeds dat mooie bloemverkoopstertje. Toen ze het kochten was de vrouwelijkheid te uitgesproken, waardoor het wel in de intimiteit van de slaapkamer belandde. Toen de kinderen nog klein waren, mochten ze daarom ook niet in hun kamer komen. Wanneer ze dat toch deden om stiekem naar dit verboden werk te kijken, kregen ze een vermanende vinger te zien en vlogen ze direct naar hun kamer. De verkoper had met het overtuigend van de uitzonderlijke prijs. Later zou dit een gegeerd kunstwerk worden. Staf grinnikte bij het tellen van het aantal keren hij hetzelfde schilderij bij kennissen had weten hangen.
    Dat moet zijn dochter zijn. Elke vrijdagmiddag komt zijn dochter om te kijken hoe het hem vergaat.
    'Boven in de kamer, wacht, ik kom wel.'
    'Laat maar, Guido is er ook bij en we willen onze kamer van vroeger nog wel eens zien.'
    De kinderen zijn ondertussen natuurlijk ook vader en moeder geworden. Er is geen reden meer om hen uit de slaapkamer te weren.
    'Ach, ach. Ben je weer naar je schone madam aan het kijken', lacht zijn zoon.
    'Neen kinderen, ik ben afscheid aan het nemen. Bedankt dat jullie een plaats voor mij gevonden hebben. Vandaag zat de brief in de bus. Ik word volgende maand in het woonzorgcentrum verwacht.'


22 januari 2018

dartele hartjes

 

Dartele hartjes

Zagen elkaar

Reeds lang geleden



Als tortelende duifjes

Vlogen ze in elkaars armen

Bleven kleven

Zonder plekken

en houden

zoals een goede lijm

nog vele jaren

modern sprookje

Nog niet zo lang geleden werd een nieuwe woonwijk gebouwd, alleen voor jonge ouders. De huizen zijn rijkelijk uitgerust om de huishoudelijke karwei eenvoudig te houden, zodat na een zware dagtaak de werkende ouders toch nog even bij hun kinderen kunnen zijn. In de keukens is bijvoorbeeld aan alles gedacht om de kok van dienst het gemakkelijk te maken zodat er snel eten op tafel kan komen.
    Piet en Sonja zijn één van de gelukkige gezinnen die met hun kleine Emma, een meisje van vier, in één van deze droomhuizen wonen. Goedkoop is het wel niet, maar ze hebben beide een mooie baan. Veel vrienden zijn jaloers omdat zij zich deze woonst kunnen permitteren. Piet en Sonja hebben elkaar leren kennen op het kantoor. Als jong afgestudeerden werden zij gelijktijdig in het jonge bedrijf in volle uitbreiding aangenomen op een nieuw project. Het samenwerken verliep direct zeer vlot en zette zich snel verder na de uren. Natuurlijk willen zij van dit project het beste maken om zich samen met het bedrijf in die specialisatie te profileren. Wanneer het noodzakelijk is, zien ze er niet tegenop thuis verder te werken. Alles verloopt zoals gewenst en ze kunnen hun kleine dochter ook alles geven wat ze verlangt. Ook zijn zij fiere ouders die weten dat hun dochtertje heel gelukkig is. Ze is zo zelfstandig dat ze rustig alleen in de veranda op de tablet kan spelen, zodat zij samen in hun werkkamer naar de mooiste resultaten van het jaar kunnen werken.
    Terwijl Emma een konijnenspel op de tablet speelt, ziet ze achteraan in de tuin een levend exemplaar. Zou zij dit ook zo kunnen vangen zoals in het spel? Stilletjes opent ze de deur. Toch hoort het konijn dit en duikt weg. Op haar tippen sluipt Emma naar buiten en ziet twee grote oren boven het gras. Emma lacht, daar heeft ze haar speelkameraadje. Ze loopt er naartoe, maar natuurlijk schrikt het konijn en verdwijnt.
    Dat vindt Emma niet leuk en ze roept: “Mama, mama, kom eens kijken.”
    Ze blijft even wachten, maar hoort haar mama niet van de trap komen.
    Nieuwsgierig als ze is, rent ze naar het einde van de tuin waar ze dat dier gezien heeft. Verderop begint het bos, daar zal dat beest wel in verdwenen zijn. Emma blijft turen, ziet ze het? Ja daar, onder die struiken beweegt iets. Voorzichtig sluipt ze naderbij. Het konijn spitst even de oren en huppelt uit het zicht. Jij gaat mij niet ontsnappen, denkt Emma en verdwijnt ook tussen de bomen en struiken. Wat is het hier anders dan in dat nieuwe park hier verderop, waar ze soms met papa en mama komt. Hier zijn geen asfaltwegen en tussen de bomen groeien struiken en andere dingen die ze nog niet kent. Vreemd, daar liggen zelfs stukken boom, omgevallen of zo. Ze loopt verder en verder op ontdekking. Het is hier wel sprookjesachtig, vindt ze. Er groeien mooie bloemen, vreemde planten die ze voor het eerst ziet en zoveel verschillende bomen. Plots hoort ze stemmen. Hier in het bos? Mama heeft toch gezegd dat in een bos alleen dieren kunnen wonen. Nu hoort ze nog duidelijker stemmen. Benieuwd, maar toch een beetje bang, stapt zij in de richting van de stemmen.
    “Kiekeboe”. Verschrikt kijkt Emma op. Een meneer met een baard, lange haren en vuile kleren staat plots voor haar. Iets verderop staat nog zo iemand. Zij waren dus aan het praten.
    “Wat kom jij doen, lief meisje?” Die meneer is gebukt voor haar komen zitten en kijkt haar vragend aan.
    “Kom je op bezoek in ons kamp om te zien hoe wij hier overleven?”
    Mag ik wel tegen vreemde mensen praten, denkt ze. Dat heeft mama toch ten strengste verboden. Alleen als mama of papa er is, anders moet ze heel erg opletten. Emma knijpt haar lippen toe en met grote ogen kijkt ze rondom. Met allerlei platen op en tegen elkaar is een soort hut gebouwd. Tussen bomen hangen verschillende hangmatten; en daar is zowaar een open ruimte waar potten en pannen rond en op een vuur staan. Tussen de bomen hangen ook lakens waar iets op geschreven staat. Wat er op staat weet ze niet, ze is nog te jong om te lezen, Ondertussen is Sonja wel naar beneden gekomen om bij haar dochtertje te zijn. Piet blijft nog wat werken, maar haar moederhart wil haar engel voor het slapengaan toch nog een verhaaltje voorlezen. Je kan je voorstellen hoe verbaasd ze is omdat ze Emma niet ziet spelen op de tablet. Deze ligt in de zetel en de verandadeur staat open. Sonja loopt al roepend de tuin in.
    “Emma, Emma, waar ben je?”
    Ze zal toch niet in het bos zijn, denkt ze. Neen, dat is niet mogelijk, de begroeiing is te dicht en ze heeft het haar toch ook verboden. Maar waar zit ze dan? Ze stapt toch tot aan de eerste boom, maar het is te donker, ze kan niets zien. Nog even roept ze en snelt dan naar binnen. Ongerust sleept ze Piet mee om rond het huis te zoeken. Bij rondvraag in de buurt blijken de mensen niets gemerkt te hebben. Eén iemand dringt er op aan om in het bos te gaan kijken. Want, zitten daar niet die luilakken die niets beter te doen hebben dan in een bos te bivakkeren. “Zij willen die bomen en dat onkruid behouden. Hadden ze die in de tijd laten doen, zouden wij hier nu ook nog niet kunnen wonen. Hoe kunnen die overleven, dat is toch verdacht. Wie weet is ontvoering wel een nieuwe manier om aan geld te komen.” Hulpvaardige Melanie belt de politie, maar krijgt niet snel gehoor. Sonja en Piet kijken elkaar aan. De verslagenheid in hun blikken zet zich traag om in vastberadenheid. Rondom horen ze de mensen plannen maken terwijl op een boodschap van de politie wordt gewacht.
    Ontevreden stemmen over de lange wachttijd doet Sonja besluiten: “Kom, we wachten niet. Gaan jullie mee het bos in?”
    De groep verspreidt zich zodat geen plekje ongezien zal blijven. Sonja heeft zich aan het hoofd gezet van het groepje dat de meest directe ingang bij hun tuin verkiest. Piet heeft verderop een opening ontdekt en vraagt enkele dappere buren mee. Sonja duwt kordaat en vastbesloten de begroeiing opzij en plots ontwaart ze een lichtere plek tussen de struiken. Ze slaagt wat takken weg en haar mond valt open.
    “Hey mama, zie. Ik kan hier goed schommelen. En zie wat ik gekregen heb.”
    “Hé, uw moeder. En praten kan je dan toch! Sorry mevrouw, we waren aan het eten toen uw dochtertje hier kwam. We wilden net naar de politie gaan, maar u moet begrijpen dit voor ons nogal vervelend is.”

18 januari 2018

genieten

 

Gebieden         gebied     gebod


Verbieden      verbied    verbod


Genieten        geniet      genot



Gebod          verbied      genot

15 januari 2018

de wachtzaal

Een kind kan niet blijven zitten en de moeder heeft het opgegeven hem terecht te wijzen. Iedereen wordt aangesproken. Meestal vangt hij bot, ogen star vooruit blijven ze aan hun stoel gekluisterd.
    ‘Meneer, heb jij ook pijn?’
    ‘Pijn, niet bepaald, jongen. Maar het is hier een ziekenhuis en ik denk dus wel dat er iets mis is met mij.’
    ‘Mijn mama heeft pijn, zegt ze.’
    ‘Oh, en daarom ben jij nu met je mama hier.’
    ‘Ja, dat denk ik. Maar ik ben niet ziek.’
    Als enige wilde ik wel een woordje met hem praten. Die steriele bedruktheid, dat gevoel mag wel even ontlopen worden. Het lijkt hier meer op een lijkwake.
    ‘Wil jij met mij spelen? Ik verveel mij!’
    ‘Dat zal niet gaan, hé jongen. Ook ik zit hier te wachten.’
    ‘Milan, laat meneer eens met rust.’
    Mijn blik gaat naar de moeder die met een veel te strenge stem haar zoontje toeriep. Kan dat ook niet rustiger? En is het niet te begrijpen dat die jongen zich verveeld. Was het niet mogelijk voor een oppas te zorgen, of zijn ze hier voor hem, en niet voor haar? Met een sussend gebaar kijk ik haar even in de mooie groenbruine ogen. Een glimlach komt om haar lippen.
    ‘De heer De Bruiker, de heer De Bruiker.’
    Ik sta op en volg de corpulente man in witte doktersjas. Ach, moet ik bij deze man …
    ‘Tweede deur rechts’, klinkt het bars; ‘alleen je slip en kousen aanhouden.’
    Verdomd zeg, wat een hoffelijke begroeting. Moet ik deze man in volle vertrouwen mijn rugprobleem gaan beschrijven? Tweede deur rechts, een piepklein pashokje met alleen een kapstok en spiegel aan de muur. Zo kan ik straks controleren of ik het overleefd heb. De grijns om mijn lippen doet mezelf even schrikken. Zo ongerust? Mijn evenbeeld vertelt me meer dan ik zelf vermoed. Opletten of de spiegel barst.
    ‘Gaat u maar liggen, mijnheer De Bruiker, het is voor uw rug zeker. Dan zullen we langs die kant beginnen.’
    De barse stem is verdwenen en deze aanspreking is met een zekere lach in de stem.
    ‘Natuurlijk wordt u helemaal doorgelicht. Legt u zich maar op de rug, in het toestel zien wij u van alle kanten.’
    Mijn voeten schuiven het eerst naar binnen. Met mijn hoofd blijf ik buiten, voldoende zicht op het glas waarachter de dokter mij beveelt.
    ‘Even rustig ademen, en dan proberen stil te blijven. Dank u.’
    Langzaam schuif ik nog iets verder in een holle koker. Veel kan ik niet zien, ook mijn hoofd moet ik stil houden. Gelukkig, en dat is toch vreemd, heeft die dokter mij bijna ongemerkt, met twee riemen vastgegespt. Stil liggen is dan de enige mogelijkheid. Alleen mijn handen zijn vrij om te bewegen. Toch houd ik die ook stil, opdracht is opdracht. Hoe sneller ik hiervan af ben, hoe beter. En als er iets misloopt door mijn schuld, dan zal terug de barse stem tot mij spreken, vermoed ik.
    Een gezoem weerklinkt. Verder gebeurt er schijnbaar niets. Is dat doorlichten? Er komt geen licht aan te pas. Even beweeg ik terug, verder de koker in. Een ander zoemend geluid geeft mij precies trillingen aan de onderrug. Dat zal dan het specifieke aan dit onderzoek zijn. Ik voel vreemde tintelingen in mijn rugspieren. Mijn buik heeft teveel spekvet, zouden ze daar door geraken? Mogelijk een nieuwe manier om te vermageren. Moet ik straks eens vragen of dat kan. Ik voel weer enkele snokjes en wordt terug naar mijn beginpositie geschoven. Lachend komt de dikkerd uit het glazen kantoor.
    ‘Zo, mijnheer De Bruiker. U kan terug langs pashokje twee verdwijnen. De secretaresse aan de balie hierboven zal u een document geven waar u beneden de rekening mee kan betalen. Volgende week woensdag weet uw huisdokter de uitslag. Bedankt en tot een volgende keer.’
    Ondertussen ben ik bevrijd en kan ik nog net de uitgestoken hand van mijn goedlachse dokter drukken.
    In het pashokje zie ik verwonderd in de spiegel. Was dat het? Zal die dokter zonder een hand naar mijn rug uit te steken, kunnen zeggen wat er met dat lichaamsdeel misloopt? Dan heeft mijn huisdokter er al meer energie in gestoken. Zij heeft heel mijn rug handmatig gecontroleerd en zo vastgesteld dat ik naar deze specialist moest. Die laat dan zijn specialistendoos werken en zal op zijn computer mijn probleem kunnen vaststellen.De spiegel blijft mij aanstaren, ik knipper met de ogen. Dit wordt beantwoord, waardoor ik mij zekerder voel. Mijn kleren passen nog en angstzweet voel ik niet.
    Bij de balie komt de jongen naar mij toelopen.
    ‘Alles goed met u, mijnheer? Met mij wel, heeft de dokter gezegd. Ik mag naar huis. Komt u bij mij spelen?’
    Lachend geef ik de jongen een hand terwijl de moeder vriendelijk naar mij wuift.