19 december 2019

verloren gelopen

 De lift stopt op de bovenste verdieping, waar ik woon. Een meisje van een jaar of vier is over en weer aan het lopen. Ken ik dat kind van ergens? Het kan geen kleinkind van mijn buren zijn, die ken ik. In een flatgebouw van veertien verdiepingen leven veel families. Teveel om iedereen te kennen.

    Het meisje zit er duidelijk mee verveeld dat ik haar zo aankijk. Hoe is ze hier gekomen?

    Terwijl ik de deur van mijn loft open, kijkt ze schuw en loopt in de richting van mijn buren. Zal ze dan toch?

Alsof ik iets vergeten ben, sluit ik de deur en stap terug naar de lift. Op het laatste moment glipt ze tussen de sluitende deuren naast mij. Toen ik aankwam was er ook reeds feestgedruis via de liftkoker te horen. Nu klinkt dit nog iets feller. Moet het meisje daarheen? Ik druk een willekeurige verdieping.    

    Terwijl de lift naar beneden gaat, wordt het lawaai luider en luider. Wanneer de deur opent, dreunen de bassen en zie ik een gang vol stoelen rond een lange gedekte tafel. Een bruidssluier hangt vooraan tussen aangebroken flessen cava. Kan dat zomaar op een gang in een appartementsblok?

    Het meisje hangt ondertussen aan het been van een duidelijk aangeschoten man.

17 december 2019

mooi cadeau

Wow, wat een leuk cadeau kreeg ik voor mijn verjaardag. Een manuscriptenboek met een ouderwetse vulpen. Naast de boekjes die ik reeds heb, is dit een volledige set om langere verhalen te schrijven.
Doordat ik lang rechtstreeks op de computer heb gewerkt, is het handschrift eigenlijk al een tijd verdwenen. Niet dat ik ooit een mooi gelijnde eigenheid had, het kost me toch moeite om ten eerste een rechte lijn aan te houden in een schrift zonder lijntjes, en ten tweede om steeds leesbaar te blijven schrijven. Het ligt zeker niet aan de pen dat ik van lettervorm afwijk. Dat heeft steeds mijn zwak punt geweest. Eerst de typemachine en daarna de computer hielpen mij geweldig om duidelijk te communiceren. Leesbaar voor brieven dus. De tijd dat ik manueel nog sollicitatiebrieven moest schrijven, ligt me niet vers meer in het geheugen. De enige gedachte daarbij die ik mij kan herinneren, was zeker dat ik mijn best moest doen om een leesbare brief op te sturen. Naargelang de behoefte aan de job, maakte ik mijn brief leesbaarder.

Ik schreef in het begin dat dit een volledige set is, maar een vloeipapier zit er niet bij. Tot mijn spijt moet ik dus op papier vaststellen dat de vulpen in het boekje de nodige vlekken achterlaat. Daarom gebruiken de meeste mensen bij het manueel schrijven een balpen, denk ik. Toch heeft een mooie vulpen meer stijl. Jammer dat vloeipapier dan niet meer te krijgen is, of toch? Soms is het nodig om snel dikke inkt te deppen.

Ik weet niet in welk leerjaar ik mijn eerste vulpen kreeg. Toch ben ik zeker dat ik mijn eerste krabbels met een kroontjespen, of hoe kan je dat noemen, heb geschreven. Ganzenveren werden niet meer gebruikt, maar iedereen kan zich dit beter voorstellen. Met een scherp mes de harde kant van de slagpen aanscherpen, en zo kon je, zoals in de middeleeuwen, sierlijk schrijven. Een kroontjespen zal je nu niet meer vinden, vermoed ik. De inkt moest bijgetankt worden uit het potje dat in de lessenaar hing. De leraar kwam deze bijvullen wanneer de inkt op was. Met dit oud schrijfgerei was het nog moeilijker het blad onbevlekt te laten. Een iets te harde druk op het stalen pennetje liet de vastgehouden inkt naar beneden tuimelen, met een onoverkomelijke inktvlek tot gevolg.

De vulpen zit wel ingenieuzer in elkaar, de kwaliteit valt wel met de kostprijs samen.

Dat ik nooit een mooi handschrift heb gehad, en nog steeds niet heb, ligt ook aan het eerste ongelukje dat ik mij herinner. Net toen we in het eerste studiejaar begonnen met ‘schoonschrift’ moest mijn rechterarm in de plaaster. Bij het spelen in de tuin was ik onverhoeds tegen de vlakte gegaan. Automatisch probeerde ik mij natuurlijk tegen te houden met mijn sterkste arm, waardoor deze net boven de elleboog brak. Zes weken plaaster was het gevolg. Linkshandig schrijven werd niet aangeraden, dus leerde ik op de achterkant van het schoolbord de letters in een bepaalde vorm te gieten. Zelfs in het groot, met die verdomde plaaster, lukte het mij niet. Later bij het oefenen op het kleine blad, lukte het mij ook niet. Uiteraard duurde het een tijd dat de kinesist mijn arm soepel genoeg kreeg, waardoor ik in het begin zeer stram bleef schrijven. Zo bleven de problemen van onregelmatigheid.

Nu ook ondervind ik nog steeds het probleem dat ik de ene keer vrij leesbaar schrijf en de volgende keer moet ik een ontcijferaar ter hulp roepen om zelf te weten wat ik vroeger zou bedoeld hebben. Een grafoloog zal uit mijn verschillende handschriften wel het een en ander afleiden. Of mijn karakter zo wispelturig is, durf ik te betwijfelen.

Voor mij betekent mijn handschrift alleen of ik de tijd nam om duidelijk te zijn, of dat ik er vlug, vlug vanaf wilde zijn. Bij momenten heb ik het idee dat ik sneller op het klavier ben dan met de pen. Eén ding is zeker nog sneller, mijn gedachten. Flitsen schieten ongeordend door mijn hoofd, waardoor ik niet de tijd kan nemen om alles op een rijtje te zetten. Op computer is het wel eenvoudiger om met knip- en plakwerk een tekst te construeren die te lezen valt. En … op computer komen zo’n geweldige eenvormige tekens op het scherm. Achteraf kan zelfs de spelling gecontroleerd worden. Om een handgeschreven tekst geordend te krijgen, moet je alles volledig terug overschrijven. Mogelijk ook dat dit verschillende keren moet gebeuren. Om dit te voorkomen kan je zinnen met een letter of cijfer aanduiden. Deze vallen sneller te wijzigen. Met ook wel prettig zijn om het verhaal na redactie te lezen als 1-2-a-7-9-13-b-k-65 … . echt niet te doen, dat kan je je wel voorstellen. Daarom zoek ik het heil op dat verrot modern ding. Zo blijf ik met een handschrift dat niet voldoende geoefend wordt, waardoor weinig eenvormigheid zal ontstaan.

Alleen op vakantie zorg ik er wel voor dat ik steeds een boekje bij heb. Vakantie is tijd om te ontspannen en geeft de geest vleugels. De ideeën vliegen door de lucht en worden met het minder belaste brein opgevangen. Het moment om de creativiteit de vrije loop te laten is dan aangebroken. Natuurlijk dient deze wel ingetoomd om ze op papier gevangen te houden; en het schrijven gaat minder snel dan het denken, mar zet daardoor wel aan tot meer georganiseerde en geordende ideeën. Regelmatig kan ik dan ook na de vakantie ontdekken dat er toch weer een vruchtbare periode voorbij is. Als het dan mogelijk is om de krabbels als woorden te herkennen, worden deze, wanneer het idee goed bevonden is, op computer getypt. Het blijft noodzakelijk om daar een nieuwe redactie op uit te oefenen. Zoals ik over verschillende schrijvers las, scheren zij de boeken wel enkele keren, vooraleer die uitgegeven werden. Dit moet een onmenselijke taak geweest zijn. Leve de vooruitgang, alles tik, tik, weggeschreven.

12 december 2019

de stille jongen

Er was eens, niet eens zo lang geleden, een zeer zwijgzame jongen. Vanaf het moment dat hij met andere kinderen in contact kwam, trok hij zich terug. Ook in de eerste kleuterklas viel dit op. Zijn blik stond steeds op afwezig. In de klas zocht hij een plaats ver weg van de kleuterleidster en bleef daar zitten. Wat de juf ook deed om hem bij het spel te betrekken, de jongen bleef stil en in zichzelf gekeerd.
    Terwijl de andere kinderen met veel enthousiasme speelden, zat hij toe te kijken. Wanneer ze dacht dat hij iets niet goed begreep, ging ze bij hem zitten om het nog een keer rustig voor te doen. Wanneer het dan nog niet lukte, maakte ze een tekening. Zo begreep ze spoedig dat hij de taak niet voldoende herkende. Met oude prenten probeerde ze hem dan de basiswoorden bij te brengen. Op dat moment werkte hij mee, maar de volgende dag moest zij de woordjes herhalen. Ook wanneer zij een woordje zei, waarbij hij een tekening moest kiezen, ging het dikwijls fout. Wanneer ze aan het woord ‘zwijn’ kwam, werd hij zeer boos en sloeg haar. Ze had hem zo vriendelijk mogelijk afgeweerd en proberen duidelijk te maken dat dit niet kon. Met een pruillip was hij in het hoekje gekropen. Alle pogingen die de juf deed om terug aandacht te krijgen, mislukten.

Ook in de lagere school ging hij in zijn hoekje zitten. De leraar zette hem direct tussen de andere leerlingen. Zo wilde hij hem kennis laten maken met vriendjes in de omgeving. Het werden geen vrienden. Op de speelplaats bleef hij stil in een hoekje waar hij observeerde zonder mee te spelen. Wanneer de leerkracht vroeg waarom hij niet met de vrienden van de klas aan het voetballen was, haalde hij zijn schouders op. Veel woorden maakte hij daar niet aan vuil. De leerkracht dwong de jongen wel om op zijn minst recht te staan, liever zag hij hem meespelen. Echt aandringen had hij snel afgeleerd.

Toen in het derde jaar kwamen meer leerlingen die de jongen begrepen. Dit werd een groepje dat zich afzonderde en de vrije tijd op een eigen manier invulde. Hieraan wilden de anderen leerlingen dan weer niet meedoen. Ook hier ving een leerkracht bot. Het was ook duidelijk dat het groepje dit niet zou aanvaarden.
    De jongen bleek van dan af toch niet zo stil te zijn. Plotsklaps stond hij allerlei teksten voor te lezen. Alleen het eigen groepje was geïnteresseerd. Hij was dus niet in de woestijn aan het praten. De latere jaren kwamen nog meer vrienden van hem naar zijn school en elke speeltijd stond de zwijgzame jongen voor te lezen. Meer en meer viel zijn gebedssnoer op. Wanneer de leerkracht langsging om de groep aan te moedigen zich bij de andere te voegen, zweeg hij abrupt en maakte een afwerend gebaar. De leerkrachten zagen dit zeker niet graag maar wisten geen antwoord te formuleren. Ze lieten in stilte het groepje in hun waan.
    Terwijl hij in de klas niet betrokken bleef, leek hij op de speelplaats een voortrekker. Toenadering tussen zijn groep en de rest van de leerlingen kwam er niet. De jongen trok zijn groep weg van de hoek van de speelplaats. Ze begonnen met andere kinderen te discuteren. Was het wel discuteren? Gelukkig werd er niet gevochten, hoewel de groep zich dikwijls zeer uitdagend gedroeg. Wanneer iemand een reactie gaf op hun uitspraken, werd met hevige stem gereageerd. Hun gelijk nam de overhand. Ze toonden zich agressief wanneer dit dreigde te falen. Het groepje werd meer en meer gevreesd.

De ouders werden gecontacteerd. Zij zagen geen verandering bij hun kinderen. Alleen stelden ze vast dat hun kinderen zich meer in hun eigen cultuur begonnen te interesseren. Daarover waren de meesten zeer verheugd. Dat ze ouder werden en een baardje lieten groeien, vonden ze een teken van volwassenheid tonen. Sommigen waren zeer fier dat ze door hun dichte haargroei ook een dichte volle baard kregen. Hiermee konden ze zich vergelijken met de voorbeelden uit hun cultuur. Elke jongere wil zich toch zo snel mogelijk volwassen voelen.

Plots echter, verdween de een na de andere jongen van de school. Ook de ouders wisten niet waar hun kinderen waren. Nu kwamen de ouders zelf naar de school klagen dat er onvoldoende bewaking over hun gedrag was geweest. Het bleef moeilijk om hen te overtuigen dat de leerkrachten steeds hun best hadden gedaan om voeling met hen te krijgen. Daarop kregen ze dan van de ouders wel het verwijt dat de leerkrachten niets van hun cultuur begrepen.

Iedereen bleef in het ongewisse tot berichtjes uit een ver land binnenkwamen. De jongen was leider geworden en toonde op foto’s graag zijn heldendaden. Hij wilde niet meer aangesproken worden met zijn eigen naam, hij was zeer fier op zijn krijgsnaam.
ok zijn vrienden waren van identiteit veranderd. Ook zij hadden een andere naam gekozen waarmee ze wilden aangesproken worden. Met overtuiging stuurden zij berichten via de sociaal gewaande media, zwaaiend met een zwaar wapen. Soms stonden ze in de woestijn, soms zaten ze achterop een aftandse bromfiets. Andere keren reed een pick-up in die woestijn waarop bebaarde jongeren glorieus keken. De overwinningsberichten met beestachtige en violente beelden bleven komen tot ….


13 november 2019

 haiku 7

onverbiddelijk

geloof in eigen gelijk

met een klein zacht hart


12 november 2019

haiku 6

 

prekende pastoor

geknielde, biddende non

stille dode kerk

haiku 5

 

blauwe zonnebril

groene zon, paars huis, bruine bloem

verkleurd spiegelbeeld

haiku 4

 

doornat geregend

verblindende schittering

geel, bruin, groen, rood bos

11 november 2019

haiku 2

 

onverstoord lui

zal ik je nog ontmoeten

nu toch niet te laat

haiku 3

 

streepjes, lijntjes, punt

vorm, heb je het begrepen

zeer traag geschreven

10 november 2019

 haiku 1

eeuwige liefde

verloren in gedachten

heeft een mooi begin


21 oktober 2019

 ik heb je lief

Dat ik mijn ik te zeer bemin, zeker, graag

Zo zal ik jou nooit laten uitspreken

Het gaat om mijn begrip, altijd te traag

Zo zal ik altijd snel en luid preken


Met eender wat je voor de dag zal komen

Ik weet iets beter, zal dit uitleggen

Je mag van je idee alleen maar dromen

Over mijn vondst heb jij niets te zeggen


Toch ben ik niet altijd de beste

Zoals elke rechtgeaarde dief

Eigen ik mij een goed idee van jou toe


Luister nog even, doe de deur niet toe

Wat was het idee dat je nog restte?

Loop niet weg, ik heb je nog altijd lief


19 oktober 2019

onbevlekt verlangen

 

hevige dromen met vreemde gedachten
herinneringen die niet weg willen
vreemde en onvoorspelbare uitingen
die nooit verzonnen worden als reactie
en toch is het de slotsom
van ongewilde fantasieën
die tot me komen als ik
met onbevangen jolijt
een nacht heb doorgebracht
zoals ik die nog nooit beleefde

onbevlekt verlangen

03 oktober 2019

eenzaam

 

Verdwijn tussen de wolken

Laat je meevaren met een bliksem

En doorsta daarbij alle gedonder



Je bent verdwenen van de aarde

Weggelopen van menselijk contact

Tevreden met je eenzaamheid



Getroffen door wat woorden

Die iemand tot je sprak

Die je misschien hebt misbegrepen

En daarom verdraag je nu je lot

04 september 2019

school is uit

 

knipperen met de ogen

verblind door het felle licht

van die auto in de bocht

onverhoeds, niet vertragen


rijden als snelheidsduivel

aan de school die net uit is

kinderen komen joelend buiten

onverhoeds, zonder omzien


ouders grijpen naar die bengels

manen hen tot voorzichtigheid

terwijl een bompa opzij moet springen

voor die auto, uit zelfbescherming


einde

brombeer

Wat een brombeer. Telkens iemand uit de groep een voorstel doet, horen wij hem op een grommende manier zijn tegenkanting kenbaar maken. Niet dat we duidelijke woorden horen, zijn spraakorgaan blijft gesloten. In het iets lager gelegen keelgedeelte lijkt steeds een opkomende storm in aantocht. Wanneer het laag begint, is ook de toon laag. Hoe hoger de klank vertrekt, hoe hoger de toon. De hoge tonen zijn uitzonderlijk, en worden met pruttelende lippen, speekselbellen spetterend, beëindigd. De lage tonen overheersen en blijven lang nagalmen. Door de tegenstem moet telkens een nieuw idee gezocht worden. Toch blijft de stemming lang uitbundig. Nieuwe voorstellen borrelen regelmatig op. De meest spontane worden met gejuich onthaald. Behalve door de brombeer. We horen alleen zijn speciale manier van afkeuren. Naarmate de tijd vordert, komt zijn mening steeds duidelijker tot uiting. Het gebrom wordt luider en luider. De slag om frisse ideeën lijkt gestreden, alleen de voorsteller kan er nog mee akkoord gaan. De groep kijkt elkaar beteuterd aan.
    ‘Zeg Peter, heb jij geen idee? Alleen maar grollen helpt ons niet vooruit.’ Met een snok komt Peter ’s hoofd omhoog. Met waterige ogen kijkt hij rond. Bij elk gezicht houdt zijn blik halt. Dan knikt hij even en draait hij naar een volgende kennismaking. Ook daar volgt hetzelfde ritueel, fletse ogen blijven een tijd staren, de knik met het hoofd, de speurtocht wordt verdergezet.
    De mondhoeken blijven naar beneden gericht en als een vis in troebel water komt daar nog geen beweging in. Uit zijn buik vertrekt een nieuwe luchtstoot langs de borrelende keel. Het geluid verplaatst zich langzaam naar boven. In de mond eindigt deze met een bijna knorrend geluid. Plots haalt hij snel een zakdoek tevoorschijn. Met een vertrokken gezicht houdt hij deze een tijd voor zijn mond.
    Met een diepe zucht veegt hij laatste restanten weg en propt zijn gevulde zakdoek weg. Wanneer het leed geleden lijkt, vouwt hij deze weer open, inspecteert de groene slijminhoud met een gezicht alsof hij terug gaat kokhalzen, klapt deze vieze brij nu samen en steekt die veilig in zijn broekzak. Zijn handen wrijft hij over zijn broek, bekijkt ze even, draait de handpalmen naar boven en herhaalt dit ritueel. Na enkele droge oprispingen laat hij zijn handen rusten tussen zijn benen.
    Hij richt zijn troebele blik naar boven: ‘Sorry, wat vroeg je?’

03 september 2019

verdwijn tussen de wolken 

Verdwijn tussen de wolken

Laat je meevaren met een bliksem

En doorsta daarbij alle gedonder



Je bent verdwenen van de aarde

Weggelopen van menselijk contact

Tevreden met je eenzaamheid



Getroffen door wat woorden

Die iemand tot je sprak

Die je misschien hebt misbegrepen

En daarom verdraag je nu je lot


23 april 2019

dorst

 

een drankje alstublieft

warm of koud

het blijft gelijk

ik wil wat drinken, ‘k heb zo’n dorst

eender wat kan mij laven

bakje troost, glazen boterham

alles zal mij smaken

dank u meneer

tot een volgende keer

03 maart 2019

verdwijn tussen de wolken

Verdwijn tussen de wolken
Laat je meevaren met een bliksem
En doorsta daarbij alle gedonder
Je bent verdwenen van de aarde
Weggelopen van menselijk contact
Tevreden met je eenzaamheid

Getroffen door wat woorden
Die iemand tot je sprak
Die je misschien hebt misbegrepen
En daarom verdraag je nu je lot

12 februari 2019

Carla en Dirk

     Zou je schrikken wanneer ik zeg het niet leuk te vinden je terug te zien?’
    Euh, wat? Wat bedoel je? Is dit een bedreiging of zo? Meen je het echt?’
    Ach schat, het bewijst dat je me nog steeds graag ziet. Je schrok duidelijk.’
    Je zou voor minder. Waarom stelde je die vraag eigenlijk?’
    Zomaar. … Ik …’ 
    Hoe zomaar? Ik was bijna kwaad geworden. Hoe durf je zulke botte vragen te stellen? Het was heel kwetsend, weet je!’
    Oh sorry. Je zegt dat je bijna kwaad geworden bent. Zou je het woordje ‘bijna’ niet even laten vallen? Echt, het was niet bedoeld om je boos te krijgen, zeker niet. Wat heb ik daaraan. Ruzie maken of niet meer spreken, geen van beide reacties zou leuk zijn. En ik wilde deze fijne avond zeker niet vergallen.’
    En toch is het je gelukt. Ik hoor hier liever prettiger dingen dan zo’n vreemde vraag.’
    Schatje, schatje. Mag ik vragen om dit te vergeten. Ik ben er volledig van overtuigd dat je mij nog steeds graag ziet. Het was zeer dom van mij om het op deze manier uit te testen. Het was voor niets nodig. Ik wist het gewoon.’
    Ondertussen is het niet alleen Carla die naar Dirk kijkt. De twee oudere dames die een rijstdessert aan de tafel naast hen aan het eten zijn, kijken afwisselend naar Dirk, Carla en de vriendin aan de overzijde. Bij de laatste verschijnt een lachje om de lippen wanneer de ogen elkaar ontmoeten. Carla en Dirk merken dit ook en kijken elkaar nu ook even in de ogen. Bij beide krullen de mondhoeken zachtjes naar boven. Plots begint Carla luidop te gieren, onmiddellijk bijgestaan door Dirk. Nu kunnen ze elkaar niet meer aankijken of ze proesten het nog erger uit. Gelukkig heeft de ober net de borden van het hoofdgerecht afgeruimd of ze hadden mogelijk brokken gemaakt. En ook gelukkig dat ze het beide vandaag bij water hielden, die glazen staan stabieler op de tafel. Carla zit te dicht en haar buikbeweging brengt het tafelblad aan het trillen. Wijnglazen zouden gesneuveld zijn bij deze schuddende beweging.
    De twee dames kijken nogmaals naar elkaar. De oudste, zo lijkt het toch, trekt haar schouders even op. De ander verroert, bijna bewegingloos, haar hoofd. Duidelijk dat ze reeds lang met elkaar optrekken, ze hebben niet veel nodig om elkaar te begrijpen. Bij het zoveelste lachsalvo verschijnt toch een glimlach bij de jongste. Ze buigt zich voorover om iets te fezelen tegen de ander. Toch blijkt ze onvoorzichtig. Een glas cava twijfelt op het voetje, een kleine slok verspreidt zich op het tafeltje.
    Dirk merkt dit en verslikt zich bij het lachen. Een hoestbui neemt meesterschap zodat hij de concentratie helemaal kwijt is. Ook zijn sterkere glas kan zich niet rechthouden wanneer hij met een bruuske beweging zijn rechterarm naar de mond brengt en het even aanraakt. Het klettert op de grond.
    Carla smoort het hoesten op een fluweelzachte manier door met ietwat geopende lippen deze van Dirk te beroeren.

Scherven brengen geluk


09 februari 2019

schijnvertoning

Een grote man met Elvisbakkebaarden komt op een imposante manier de trappen af van het vlindergebouw te Antwerpen. Trede per trede met zijn hoofd rustig meedraaiend, overschouwt hij de omgeving. Vooraleer hij aan de afdaling begon inspecteerde hij de omgeving op kijklustigen. Nog niet alle ogen waren op dat moment op hem gericht. Door zijn trage bewegingen en zijn priemende ogen blijven de blikken op hem gericht. Degene die nog niet keek, wordt door de algemene kijklijn meegezogen. Halverwege blijft de reus staan, met opgetrokken bovenlip inhaleert hij diep door zijn neus. Rustig dwaalt zijn blik nu over de menigte. Wanneer de ingezogen lucht traag door zijn nauwelijks geopende mond is ontsnapt, blijft hij nog even rondkijken vooraleer zijn rechterbeen terug aan de dalende richting begint. Altijd zeer rustig nadert hij de vijfde laatste trede, waar hij blijft stilstaan, zijn twee duimen achter de met nepedelstenen versierde broeksriem haakt, zijn lange glinsterende, wit met blauwe streep, mantel opzij schuift en nogmaals diep inademt. Vanop die vijfde trede torent deze grote struise man boven de mensenzee. Niet alleen van de aangekomen trams, ook uit de nabijgelegen hogeschool zijn ondertussen zoveel mensen op het plein toegekomen, dat ze dicht bij elkaar moeten staan.
    Een lichte glimlach trekt over zijn lippen terwijl hij wacht tot nog een tram de lading heeft gelost.
    Jullie zullen allemaal wel weten waarom jullie zo massaal naar hier kwamen. Uiteraard, anders waren jullie hier niet zo talrijk geweest. Daarvoor ben ik zeer blij.’
    De blikken van sommige mensen wenden zich even weg om elkaar aan te kijken met een knikkend hoofd.‘En toch’, vervolgt hij,’zal ik de meesten moeten teleurstellen. Ik beloofde wel dat vandaag de rechtspraak eindelijk recht zou spreken, maar activistische rechters durven hiervan af te wijken.’
    Een ‘oh’ en ‘ah’ en andere verontwaardigde klanken stijgen uit de massa.
    Activistische rechters zijn het ergste kwaad dat onze eerlijke rechtstaat kan schaden, dat weten jullie allemaal. Daarom ben ik nu naar buiten gekomen om jullie deelachtig te maken vooraleer ik naar het parlement vertrek. Ik neem het niet dat rechters onze partij ten schande maken door negatieve uitspraken te doen die ons volk zullen schaden. Daarom zal ik de eerste minister verplichten hiertegen op te treden.’
    Een daverend applaus valt hem ten deel. Met een scheefgetrokken mond lacht hij naar iedereen terwijl hij zijn rechterhand licht over de hoofden laat zwaaien. Uit het niets zijn vier afgetrainde bodybuilders verschenen die rond hem meelopen naar een klaarstaande geblindeerde BMW. Terwijl deze wegscheurt van het plein, waarbij enkele omstaanders weg moeten springen om niet geraakt te worden, ontstaat een luid handgeklap met enkele fluiters en ‘bravo’- roepers daartussen.

02 februari 2019

appel

 

Wat vreemd, denkt de gele appel.

Wat een donkere kleur heeft mijn buur.

Zou die wat ziek zijn, of is dat

dan toch geen appel zoals ik?


Waarom heb jij zo een vreemde kleur,

vraagt de gele aan de gevlamde appel.

Maar ik heb geen vreemde kleur, jij zal

later ook zo worden als ik, is het antwoord.


Ik ben ook geel geweest,

Ik wilde er verleidelijk uit zien.

Mijn kaken blozen nu altijd,

daar voel k mij veel beter bij.


Rita heeft zin in die gele appel.

Om later toch keuze te hebben

legt ze een groene appel in de mand.

Ze eet de gele appel smakelijk op.


De rode appel is wel heel erg geschrokken.

Die gele appel is nu verdwenen.

In de plaats kreeg hij een groene buur.

Zo een kleur heeft hij nog nooit gezien.


Wat een vreemde kleur heb jij, zegt de rode appel.

Ik ben stevig, sappig, krokant en ik blink,

antwoordt de groene appel fier.

Ik krijg nooit vlekken, zoals ik bij jou zie.


Altijd dezelfde kleur vind ik maar niets.

Bedroefd omdat hij toch niet zo verleidelijk was,

en in die fruitmand weer moet concurreren,

ergert hij zich nu een bruin plekje meer.