de stille jongen
Er was eens, niet eens zo lang
geleden, een zeer zwijgzame jongen. Vanaf het moment dat hij met
andere kinderen in contact kwam, trok hij zich terug. Ook in de
eerste kleuterklas viel dit op. Zijn blik stond steeds op afwezig. In
de klas zocht hij een plaats ver weg van de kleuterleidster en bleef
daar zitten. Wat de juf ook deed om hem bij het spel te betrekken, de
jongen bleef stil en in zichzelf gekeerd.
Terwijl de andere kinderen met
veel enthousiasme speelden, zat hij toe te kijken. Wanneer ze dacht
dat hij iets niet goed begreep, ging ze bij hem zitten om het nog een
keer rustig voor te doen. Wanneer het dan nog niet lukte, maakte ze
een tekening. Zo begreep ze spoedig dat hij de taak niet voldoende
herkende. Met oude prenten probeerde ze hem dan de basiswoorden bij
te brengen. Op dat moment werkte hij mee, maar de volgende dag moest
zij de woordjes herhalen. Ook wanneer zij een woordje zei, waarbij
hij een tekening moest kiezen, ging het dikwijls fout. Wanneer ze aan
het woord ‘zwijn’ kwam, werd hij zeer boos en sloeg haar. Ze had
hem zo vriendelijk mogelijk afgeweerd en proberen duidelijk te maken
dat dit niet kon. Met een pruillip was hij in het hoekje gekropen.
Alle pogingen die de juf deed om terug aandacht te krijgen,
mislukten.
Ook in de lagere school ging
hij in zijn hoekje zitten. De leraar zette hem direct tussen de
andere leerlingen. Zo wilde hij hem kennis laten maken met vriendjes
in de omgeving. Het werden geen vrienden. Op de speelplaats bleef hij
stil in een hoekje waar hij observeerde zonder mee te spelen. Wanneer
de leerkracht vroeg waarom hij niet met de vrienden van de klas aan
het voetballen was, haalde hij zijn schouders op. Veel woorden maakte
hij daar niet aan vuil. De leerkracht dwong de jongen wel om op zijn
minst recht te staan, liever zag hij hem meespelen. Echt aandringen
had hij snel afgeleerd.
Toen in het derde jaar kwamen
meer leerlingen die de jongen begrepen. Dit werd een groepje dat zich
afzonderde en de vrije tijd op een eigen manier invulde. Hieraan
wilden de anderen leerlingen dan weer niet meedoen. Ook hier ving een
leerkracht bot. Het was ook duidelijk dat het groepje dit niet zou
aanvaarden.
De jongen bleek van dan af
toch niet zo stil te zijn. Plotsklaps stond hij allerlei teksten voor
te lezen. Alleen het eigen groepje was geïnteresseerd. Hij was dus
niet in de woestijn aan het praten. De latere jaren kwamen nog meer
vrienden van hem naar zijn school en elke speeltijd stond de
zwijgzame jongen voor te lezen. Meer en meer viel zijn gebedssnoer
op. Wanneer de leerkracht langsging om de groep aan te moedigen zich
bij de andere te voegen, zweeg hij abrupt en maakte een afwerend
gebaar. De leerkrachten zagen dit zeker niet graag maar wisten geen
antwoord te formuleren. Ze lieten in stilte het groepje in hun waan.
Terwijl hij in de klas niet
betrokken bleef, leek hij op de speelplaats een voortrekker.
Toenadering tussen zijn groep en de rest van de leerlingen kwam er
niet. De jongen trok zijn groep weg van de hoek van de speelplaats.
Ze begonnen met andere kinderen te discuteren. Was het wel
discuteren? Gelukkig werd er niet gevochten, hoewel de groep zich
dikwijls zeer uitdagend gedroeg. Wanneer iemand een reactie gaf op
hun uitspraken, werd met hevige stem gereageerd. Hun gelijk nam de
overhand. Ze toonden zich agressief wanneer dit dreigde te falen. Het
groepje werd meer en meer gevreesd.
De
ouders werden gecontacteerd. Zij zagen geen verandering bij hun
kinderen. Alleen stelden ze vast dat hun kinderen zich meer in hun
eigen cultuur begonnen te interesseren. Daarover waren de meesten
zeer verheugd. Dat ze ouder werden en een baardje lieten groeien,
vonden ze een teken van volwassenheid tonen. Sommigen waren zeer fier
dat ze door hun dichte haargroei ook een dichte volle baard kregen.
Hiermee konden ze zich vergelijken met de voorbeelden uit hun
cultuur. Elke jongere wil zich toch zo snel mogelijk volwassen
voelen.
Plots
echter, verdween de een na de andere jongen van de school. Ook de
ouders wisten niet waar hun kinderen waren. Nu kwamen de ouders zelf
naar de school klagen dat er onvoldoende bewaking over hun gedrag was
geweest. Het bleef moeilijk om hen te overtuigen dat de leerkrachten
steeds hun best hadden gedaan om voeling met hen te krijgen. Daarop
kregen ze dan van de ouders wel het verwijt dat de leerkrachten niets
van hun cultuur begrepen.
Iedereen
bleef in het ongewisse tot berichtjes uit een ver land binnenkwamen.
De jongen was leider geworden en toonde op foto’s graag zijn
heldendaden. Hij wilde niet meer aangesproken worden met zijn eigen
naam, hij was zeer fier op zijn krijgsnaam.
ok zijn vrienden waren van
identiteit veranderd. Ook zij hadden een andere naam gekozen waarmee
ze wilden aangesproken worden. Met overtuiging stuurden zij berichten
via de sociaal gewaande media, zwaaiend met een zwaar wapen. Soms
stonden ze in de woestijn, soms zaten ze achterop een aftandse
bromfiets. Andere keren reed een pick-up in die woestijn waarop
bebaarde jongeren glorieus keken. De overwinningsberichten met
beestachtige en violente beelden bleven komen tot ….
Geen opmerkingen:
Een reactie posten