sonnet 2
Wat je wil, wat je weigert, wat
je bent
Toont jouw onhebbelijkheden
Hiermee lok ik je uit
de tent
Dat heb je zeer goed begrepen
Je bent zo grof en
onbeschoft
Niets of niemand staat je in de weg
Tot er ooit
eens iemand ontploft
Dan ben je gekwetst, kruip jij niet meer
recht
Zo zal ik jou dan mogen
herinneren
In alle oprechtheid met de nodige schijn
Loop
jij te pronken en je te etaleren
nu erken je wel je meerderen
ze
tonen meer inhoud in hun brein
ach ja, jij zal het toch nooit
leren