het woonzorgcentrum
Rustig, maar toch een beetje zenuwachtig, sloft Staf rond de
eikenhouten tafel. Af en toe steunt hij op de leuning van een stoel
terwijl hij de schilderijen aan de muur bekijkt. Echte kunst was voor
hen wel onbetaalbaar, maar deze werken uit het atelier van Martin
Douven blijven voor hem nog steeds mooi.
Terug in de salon laat hij zich zuchtend in zijn zetel zakken. Zo
neemt hij weer even de tijd om rond te kijken. Hoe lang is dat hier
al onveranderd?In de gang hangt een zeer speciaal werk, waar hij
dikwijls voor blijft staan. Nu ook wil hij bij “de herder”
herinneringen laten komen. Hoe dikwijls heeft hij het moment van
aankoop niet terug beleefd? Zijn Stanske en hij zagen haar vader
hierin afgebeeld, bruine pet op de grijze haren, pijp in de mond. Was
dat niet dezelfde pijp als vaders favoriet? In de achtergrond een
boerderijtje zoals er in de Kempen zoveel te vinden zijn. Het had wat
gelijkenis met het ouderlijk huis, vonden ze toen. Staf zucht en
schudt zijn hoofd, waar is de tijd dat ze in de winkel fantaseerden
over dit schilderij. Tree per tree bestijgt hij de trap. Dit wordt
toch te moeilijk om dagelijks te doen. Boven het bed, waar hij sinds
het overlijden van zijn Stanske nu twee jaar alleen moet inkruipen,
hangt nog steeds dat mooie bloemverkoopstertje. Toen ze het kochten
was de vrouwelijkheid te uitgesproken, waardoor het wel in de
intimiteit van de slaapkamer belandde. Toen de kinderen nog klein
waren, mochten ze daarom ook niet in hun kamer komen. Wanneer ze dat
toch deden om stiekem naar dit verboden werk te kijken, kregen ze een
vermanende vinger te zien en vlogen ze direct naar hun kamer. De
verkoper had met het overtuigend van de uitzonderlijke prijs. Later
zou dit een gegeerd kunstwerk worden. Staf grinnikte bij het tellen
van het aantal keren hij hetzelfde schilderij bij kennissen had weten
hangen.
Dat moet zijn dochter zijn. Elke vrijdagmiddag komt zijn dochter om
te kijken hoe het hem vergaat.
'Boven in de kamer, wacht, ik kom wel.'
'Laat maar, Guido is er ook bij en we willen onze kamer van vroeger
nog wel eens zien.'
De kinderen zijn ondertussen natuurlijk ook vader en moeder geworden.
Er is geen reden meer om hen uit de slaapkamer te weren.
'Ach, ach. Ben je weer naar je schone madam aan het kijken', lacht
zijn zoon.
'Neen kinderen, ik ben afscheid aan het nemen. Bedankt dat jullie een
plaats voor mij gevonden hebben. Vandaag zat de brief in de bus. Ik
word volgende maand in het woonzorgcentrum verwacht.'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten