02 juni 2026

Zonneschijn

zonnig licht kruipt door de ramen

botst tegen een gesloten gordijn

blijft verheugd omdat het kan verwarmen

en voelt zich graag gezien


stoort zich niet dat het moet wachten

het uur van het hoogtepunt is nog ver weg

dan kan het zich zeker verheugen

op blote billen en ander vlees

uitdagend getoond om te warmen en te gloeien

12 mei 2026

Lente in het bos

Het mooie weer maakte het bos en de dieren dolblij. De lente was struikelend begonnen, het was lang koud gebleven. De sneeuw was in het begin van het seizoen nog voor een paar dagen blijven liggen, waarna regen het pleit had gewonnen. Het bos was druiperig. Overal lag een laag water welke niet door de bodem kon worden opgezogen. Op zoek naar voedsel moesten de dieren zo altijd door dit nat ploeteren . Soms zakten ze diep in de doorweekte grond en moesten ze zwoegen om vooruit te komen.
Vogels bleven ook op hun honger zitten, de geliefde insecten vonden het te koud om zich uit de winterslaap te bevrijden. Wanneer ze ontwaakten vonden ook zij weinig voedsel in de verzopen bodem. Met het mooie weer fleurden bomen en dieren op. Het water werd warmer en en de grond probeerde sneller te drinken. Af en toe verschenen daardoor luchtbellen alsof de bodem een boertje liet. Zo zag je dan een spiraaltje in het water doordat een gaatje ondergronds gevuld werd.
Roeken zaten in een paar bomen te converseren, oorverdovend door het grote aantal. Hoe konden ze elkaar begrijpen in dat hels kabaal? Of begrepen ze de vreugde van iedereen en wilden ze dit om ter luidst meedelen.
Een wolf zat op een droog plekje achter een dikke beuk. Ondertussen begluurde hij een lekkere prooi die hij verderop achter struiken kon waarnemen.
Een pasgeboren reetje lag op een verhoogd grasveldje. Het was net groot genoeg om nog even te blijven liggen en na te genieten van het droog likken van haar moeder. Zo had zij gezorgd dat haar dochtertje vrij droog lag op het beschermde plekje. Het reetje strekte de pootjes en bewoog ze zachtjes over de grond terwijl ze nog bleef liggen.
Terwijl de wolf begerig bleef kijken, kwam het reetje stuntelig recht en probeerde het evenwicht al staande te bewaren. Ze strekte één voor één de pootjes, zoals atleten, vooraleer een sprintje te plaatsen. Daar was ze blijkbaar nog niet aan toe. Moeder ree bleef haar bemoedigend aankijken, terwijl de wolf zich met, de klauwen vooruit, uitstrekte om een snelle loop te kunnen starten.
De moeder aaide de pasgeborene met het hoofd in de nek van haar dochter. Ze deed twee stappen voorwaarts om een voorbeeld te geven. Een takje dat krakte ontging haar niet, ze keek om naar de kleine, haar lippen trilden. Dit gebaar begreep het deerntje, ze begon onmiddellijk aan haar eerste sprint aan de zijde van haar moeder.
Woest stampte de wolf op de tak die hem had verraden.

voortgang

stroom stuwt
vaartuig duwt
golven glijden
wolken drijven
de zon glinstert

oorverdovend stil

weg van geruchten
bevrijd van moeten
helder en onbevangen

avontuur vinden
actief beleven
anders leven
bestaan

16 maart 2026

Slaaf van het zijn

ik
ik ben
ik ben iemand
ik ben mezelf

altijd mezelf

ben mezelf
wil mezelf zijn
wil mezelf blijven

heb een eigen wil
heb eigen gedachten
beheer mijn eigenheid
ben mezelf

05 maart 2026

gedachten

gedachten zweven in het onbekende
pen krassend over het papier
laat lijnen achter
zonder dat het bewustzijn weet

zijn het losse woorden of zinnen
is het een tekening of een krabbel
wat kan je ermee beginnen
wat kan je ermee doen

ach, laat de gedachten zweven
overschouw het zonder te begrijpen
slaap een nacht, laat de dromen los
morgen wordt het een feit

01 maart 2026

Klavertje en Strohalmpje

Klavertje, een stevige jongen en zijn pienter zusje Strohalmpje mogen vandaag samen in het bos gaan wandelen. De twee kinderen zijn even oud. Ze zijn op dezelfde dag geboren als broer en zus. Ze zijn zowat onafscheidelijk. Tot nu hebben ze altijd naast elkaar mogen zitten in de klas. Dat vinden ze zeer prettig. Tijdens de speeltijd speelt hij wel liever met de jongens, zij vinden meisjes soms te flauw. En zij speelt liever met de meisjes, zij vinden de jongens soms te bruut. Wanneer de speeltijd gedaan is en wanneer ze naar huis mogen, blijven ze wel heel graag samen.
    Deze woensdagmiddag mogen ze voor de eerste keer alleen naar oma en opa, die aan de andere kant van het bos wonen. Samen met hun papa en mama zijn ze er al veel geweest. Omdat het niet echt ver is, en het bos zo mooi is om wandelen, gaan ze meestal deze zelfde weg.

Omdat ze lief en dapper zijn geweest vandaag, mogen ze van mama er samen op uit. Wanneer ze dan vanavond terug zijn, zal mama iets lekkers voor hen maken. Met verlangen kijken ze uit naar de pannenkoeken die mama zal bakken. Dat is hun lievelingseten, daarom weten ze dat mama dit voor hen gaat klaarmaken. Voor Klavertje zal mama zijn geliefkoosde confituur van blauwe bessen klaarzetten. En voor Strohalmpje zal dat een banaan met bruine suiker zijn. Hun vermoeden vertellen ze elkaar graag terwijl ze met dromende ogen verder stappen.
    De vele keren dat ze met mama en papa deze weg liepen, hebben ze altijd goed opgelet. Bomen en planten staan er heel veel in het mooie bos en ze wilden het verschil leren kennen. Daar had papa iets op gevonden. Hij nam altijd een boek over bomen en planten mee. Daar staan mooie prenten in. Elke wandeling stopte hij bij een andere boom en las voor wat het boek over die boom te vertellen heeft. En dat was heel veel. Veel te veel om dat allemaal ineens voor te lezen, en dan nog te onthouden ook. Papa moest toegeven dat ook hij daar problemen mee had. Daarom vertelde hij de tweede keer bij eenzelfde boom niet alles meer. Eerst vroeg hij hen of ze iets hadden onthouden. Natuurlijk was dat niet zo. Papa werd daar niet boos voor, hij keek niet zo sip als de leerkracht in de school wanneer ze een antwoord niet wisten. Papa was zo eerlijk om de test voor zichzelf te doen. Hij dacht na wat hij nog wist, zei dat eerst en ging dan toch in het boek kijken of het wel juist was. Niet altijd was dat zo.
    Klavertje en Strohalmpje lachten dan wel eens, maar ze wisten dat het langer zou duren vooraleer zij alles zouden onthouden.
    Na de test las papa het eerste feit dat in het boek stond. Wanneer het over de schors van de boom ging, streelden ze die met drie om te voelen hoe puntig, vlak, grof of generfd ze was. Ook mama deed af en toe mee en stelde dan ook vragen als: ‘Hoe kan ik nu weten dat dit een grove schors is, of dat het de vele nerven zijn die ik nu voel?’ Dan trokken ze samen op onderzoek door te voelen, te ruiken, dingen die ze dachten te zien te benoemen en samen kwamen ze tot een besluit en werden wijzer. Zo onthielden ze natuurlijk ook makkelijker welke eigenschap die boom had. De volgende keer was het niet alleen het kenmerk dat ze wisten, ook dikwijls wat en wie er iets speciaal over verteld had. Zo hadden ze die termen beter begrepen.
    Wanneer een blad werd beschreven moest papa altijd proberen twee van de laagst hangende takken te halen. Natuurlijk ging dit niet bij de grote bomen. Dan gingen ze onder de boom op zoek naar het meest volmaakte blad. Ook die werden dan bekeken, bevoeld en ook meegenomen. Een hele verzameling ervan hadden ze elk in een plakboek. Strohalmpje had daar steeds de bijzonderheden bij geschreven. Om het juist te hebben, schreef ze alles over uit het boek van papa.
    Klavertje vond dat flauw. Hij schreef hooguit de naam van de boom bij het blad. Je ziet toch hoe het blad eruit ziet, vond hij. Strohalmpje liet hem in zijn koppigheid. Zij wist de kleur nog van het blad want ze had het opgeschreven. In het boek van Klavertje zaten alleen bruingedroogde bladeren waar hij niet meer van wist of die groen waren geweest of die niet iets geler of roder van kleur waren wanneer ze nog aan de boom hingen. Koppig als hij is, vroeg hij nooit of Strohalmpje het niet wilde vertellen. Hij zou de volgende keer bij het blad goed naar de kleur kijken, dan zou hij het wel onthouden. Het ging natuurlijk niet alleen over de kleur van het blad. Hoe groot het kon worden, zagen zij aan hun exemplaar. En welke vorm het had, konden ze meestal ook nog wel zien. Toch was dat niet altijd meer zo bij een uitgedroogd blad. Ook daar had Strohalmpje de oplossing voor. Zij was met een groene, iets dikkere stift, rond het blad gelopen en had de vorm hierdoor echt vastgelegd. Wanneer het blad niet echt groen was had ze in de voorraad stiften die ze ook voor de school gebruikten, de kleur die het dichtstbij was, gezocht en had daarmee de omtrek getekend.
    Wanneer Klavertje haar zo bezig zag, schudde hij zijn hoofd. Zijn zus was altijd zeer geconcentreerd bezig, de tong dikwijls tussen de lippen. Zijn gedachten zaten al bij het spel dat hij wilde spelen. Verstrooid antwoordde zij wel, terwijl ze verder bleef werken om de informatie zo volledig mogelijk over te schrijven en het blad te tekenen. Tot ergernis van Klavertje, die het allemaal overdreven vond en wou beginnen spelen, kon zij tot een half uur bezig zijn. Dan werd hij boos en begon allerlei verwijten naar haar te roepen. Strohalmpje trok haar schouders op en werkte aandachtig verder. ‘s Avonds kon ze haar nieuwe pagina’s aan papa tonen. Die was dan heel fier maar wist wel dat hij haar niet extra in de bloemetjes mocht zetten. Klavertje zou dat uiterst kwalijk nemen en zich enkele dagen zo koppig en vervelend gedragen dat het plezier uit heel het huis zou verdwijnen. Daarom gaf hij Strohalmpje alleen maar een verdoken knipoog. Zij was daar zeer tevreden mee en wist zeer goed dat het meer betekende dan het leek.
    Klavertje had dit gezien, op school gaf hij haar de volgende dag ook een knipoog. Gelukkig dat ze broer en zus zijn, de leraar had even geglimlacht en verder niet gereageerd.

Nu liepen ze samen in het bos op weg naar opa en oma. Het was de allereerste keer dat zij deze weg alleen aflegden. Wolven waren er niet, dat wisten ze. Als er toch één zou opdagen zouden ze aan zijn staart en oren trekken. Dat hadden ze afgesproken. Wanneer ze dan voldoende hard trokken, zou de bedrieger wel tevoorschijn komen. Dan konden ze hard lachen. Dat hadden ze ook gedaan toen ze die afspraak maakten. Klavertje zou aan het dak van het huis gaan voelen of het van peperkoek was. Ze kregen bijna buikkrampen van het lachen. Welgemutst waren ze vertrokken.
    Aan de eerste boom die ze zich herinnerde, bleef Strohalmpje staan.
    ‘Wat zou papa nu te verklaren hebben over deze boom? Is dit geen tamme kastanje? Ik herinner mij dat je dat kan zien aan die lange bladeren met puntige uitsteeksels aan de nerven. Was dat niet zo, Klavertje?’
    Het is toch niet makkelijk zoveel te onthouden. Ook op de school krijgen ze elke dag weer wat nieuws te horen, soms heel veel zelfs. Papa heeft hen wel gezegd dat zijn vertellingen hen wel van pas zullen komen wanneer de natuurlessen hierover zullen gaan.
    ‘Ja, ik weet dat nog goed. Zeker omdat we hier met papa en mama kastanjes konden rapen. Weet je nog dat we er warme konden eten bij die man met zijn zinken schotel?’
    ‘Dat was lekker. Maar de puree die mama met onze oogst gemaakt heeft, was ook heel lekker. Mmm, gaan we wat kastanjes rapen? Dan maken opa en oma daar misschien ook iets lekker mee.’
    ‘Zotteke, zie je er nu liggen? Dat is niet het hele jaar dat je die kan rapen, dat heeft pap toen ook gezegd. En daarbij, we mogen onderweg voor niets of niemand stoppen. We moeten zo snel mogelijk doorgaan, dat heeft mama heel duidelijk bevolen.’
    ‘Ja ja, ik weet het. Toch zouden ze dat leuk vinden, denk ik.’
    ‘Ach kom, er valt toch niets te rapen. En we gaan niet meer aan een boom vertellen wat we erover weten!’
    Samen huppelden ze nu in de grote laan. Tijd om rond te kijken gunden ze zich niet meer, tot …

Niet ver weg van de laan waren vreemde bewegingen achter een grote boom. Ze konden niet goed zien wat er was. Zo te zien waren het vier figuren, meer konden ze nu nog niet zien.
    ‘Wat doen die nu?’ Strohalmpje was perplex blijven stilstaan. Af en toe schudde ze haar hoofd terwijl ze zich kleiner maakte. Tussen haar wimpers door hield ze de bezigheden in het oog. ‘Als ze mijn ogen niet kunnen zien, weten ze niet dat ik al hun bewegingen volg.’ fluistert ze.
    Klavertje had de opgewonden vraag van haar wel gehoord maar niet goed verstaan. Ook haar laatste verzuchting was niet tot hem doorgedrongen. Toen hij merkte dat ze achterbleef, volgde hij haar blik. Ook hij schudde zijn hoofd. Samen tuurden ze naar de vreemde bewegingen van dat viertal. Ze keken elkaar licht verbaasd aan.
    Strohalmpje herhaalde met een zucht: ‘Wat doen die nu?’
    Klavertje bleef sprakeloos turen.
    Met de neus bijna in de grond leken een man en drie kinderen als sprinkhanen te bewegen en zo rondom te speuren. Met de neuzen dichtbij de grond leken ze bladeren voorzichtig opzij te schuiven.
    ‘Die mensen doen raar, wat zouden die daar zoeken? Hebben ze zelf iets verloren of zo?’
    ‘We moeten voortmaken, we mogen ons niet laten afleiden. Dat zei mama, dus we maken voort.’
    ‘Dan zullen we dat aan papa moeten vragen wanneer we hier de volgende keer voorbij komen. Kom we spoeden ons verder. Oma mag niet ongerust zijn.’


22 augustus 2025

kut met peren

Achteloos ben ik er ontelbare keren voorbij gestapt of gefietst. Nooit was mijn oog op het aanbod gevallen, ik was nooit op zoek naar een café in die straten.
    Hoe het mij toch ineens is opgevallen, weet ik niet meer. De verbazing zal te groot geweest zijn. Aan de ruit hangt, duidelijk zichtbaar, een vreemde tekst in oplichtend gekleurd glas. Is dit een reclame voor een uitzonderlijk aanbod? Hoe komt het dat ik dit nog niet opgemerkt heb? Meestal ben ik hier wel met de fiets voorbij gereden, nu ben ik op een slenterende manier op dezelfde weg.
    Zo een vreemd gerecht wekt onmiddellijk mijn nieuwsgierigheid. Dat had het ook gedaan wanneer het mij was opgevallen. Is het de eerste keer dat de lichtbuizen zo flikkeren, dat valt inderdaad erg op. Een schoonschrift in gele en blauwe kleur meldt me ‘kut met peren’. Verwonderd schudt ik mijn hoofd, heb ik juist gelezen? De slenterpas is er zelfs bij stilgevallen, ik wil zekerheid.
    ‘Kut met peren’, duidelijker kan het niet. Ik ben toch niet in de rosse buurt, waar een lichtekooi zich telkens opmaakt voor haar specialiteit? Een kroeg met een drukbevolkt terras, dat is toch niet mogelijk zo! Of is er een speciale kamer? Zo één als de pezenkamer die altijd zeer privé en aan het zicht onttrokken is. In de hoerenbuurt zal dat misschien bestaan, in een doodgewoon drukbezochte aangelegenheid sluit ik die mogelijkheid uit. Hier wordt de kut wel met peren aangeboden. Vers of ingelegd? Warm of koud? Welke soort peer? Mogelijkheden te over, maar toch niet op deze plaats. En … zou een vrouw dat wel doen? Er worden inderdaad verschillende vormen van genot aangeboden, deze ken ik niet, nog nooit van gehoord. En dan nog: op deze plaats?
    Het moet iets anders zijn, zo in een doordeweeks café. Heeft men een dier gevonden waarvan dit onderdeel geserveerd met peer, lekker is? Van vleeseters kan men veel verwachten. Wordt het hoofdbestanddeel bewaard in de vriezer? Wordt het dan gestoofd of gebakken. Moet de peer koud of mee opgewarmd? En welke soort van peer is het dan? Harde, sappige, zoete, …?
    Is dit gerecht wel goedgekeurd door de dierenbescherming, dat zou ik kras vinden. Dus dat idee kan ik wel aan de fantasie laten, ver van de werkelijkheid.
    Maar waarom hangt die blikvanger dan zo opvallend fonkelend aan de zijruit?
    Benieuwd, die uitdrukking vraagt een verklaring. Hiervoor ging ik op zoek op internet. En dan moet ik een heel eind in de tijd teruggaan, lijkt me. Vreemd voor een café met jonge uitbaters. Of zochten ze naar een treffende slagzin die weinigen zouden begrijpen en waar ze aandacht met konden trekken?

Zelfs in het etymologisch woordenboek wordt ik doorverwezen naar een ‘Woordenboek van Populair Taalgebruik’, verzameld door Marc de Coster. “Kut met Dirk, kut met peren, kut met een rietje. (1968) (inf.) gezegd van iets dat waardeloos is. Vgl. dat slaat (rijmt) als kut op Dirk; knudde* met een rietje. Volgens Endt (Bargoens Wdb. 1974) zou Dirk een verbastering kunnen zijn van 'drek', via de dialectische uitspraak 'dèrèk'. 'Kut met peren' wordt soms eufemistisch verkort tot KMP.”

29 juli 2025

zonder titel


 
Behaaglijk
Innig verstrengeld
Elkaars warmte
Gelukzaligheid
Gaan

25 juli 2025

muis

Piep, de lieftallige muis is blij dat de kinderen weer veel kaas op de tafel lieten liggen. Die lekkere gele kaas ruikt echt zoet. Dat heeft ze heel graag.
    Wanneer iedereen de tafel verlaten heeft, kan ze lekkere stukjes op de grond vinden. Er wordt veel gemorst en soms gooien kleine mensjes lekkere stukjes bruusk op de grond. Zo heeft Piep altijd wel voldoende te eten.
    Lusten de kindertjes die kaas niet graag? Dat heeft ze zich al dikwijls afgevraagd. Als je iets heel erg graag mag, dan gooi je dat toch niet op de grond. Natuurlijk is Piep zeer blij dat ze vandaag veel keuze heeft. Er ligt ook van die witte, pappige kaas. Die lust zij niet. Ze loopt er met een toegeknepen neus langs.
    Lang geleden besloot ze de grote mensen te helpen de grond kaasvrij te maken. Wanneer die witte brij echter gemorst is, raakt ze die niet aan. Ze wil de mensen wel helpen, maar alleen met kaas die ze lekker vindt. Waarom zou ze kaas opruimen die ze niet lust? Zo kunnen de mensen zien hoe vuil ze de tafel hebben verlaten.
    Die lichtgele kaas waar grote gaten in zitten, vindt ze wel niet zoet genoeg. Toch zal ze die niet laten liggen. Ze vindt het prettig in zo’n gat te springen en dat al knabbelend groter te maken tot het volgende gaatje, en dan nog verder tot het volgende gaatje en …
    De taaie zijkant laat ze zeer bewust liggen. Ze herinnert zich dat ze eenmaal het korstje heeft opgegeten en erge maagpijn kreeg. Een muis leert snel. Ze wil met een goed gevoel in haar huisje kunnen kruipen.
    Lekker en zoet, daar kan ze niet afblijven. Die platte witte laat ze liever liggen, behalve wanneer de honger te groot is. En van die taaie zijkant weet ze nu dat het geen kaas is en dat die ook zeer slecht is voor haar maag.

Wanneer de kinderen en de mensen weg zijn, heeft ze ruim de tijd om haar neus te volgen naar de lekkerste stukken. Soms vindt ze overdreven grote porties. Ze knabbelt die dan in lange stukken en sleept deze naar haar holletje. Wanneer er bij de mensen geen eten te vinden is, heeft ze zo toch voorraad.

e lang opzij houden mag ze ook niet doen. Dat heeft ze geleerd die keer dat er vieze grijze en zwarte vlekken verschenen op haar proviand. Toen ze een licht muizenhapje probeerde, geraakten haar tanden nauwelijks door dat stuk. Het leek bijna een houten lat waar ze anders graag haar tandjes op slijpt. Dit lukte niet bij de oude kaas. De smaak was ook zo walgelijk dat haar maag de toegang had geweigerd en met een oprisping die viezigheid door haar keel terug buiten had geworpen. En de muis is snel geleerd.
    Ze wil haar huisje proper houden en om die grote bedorven portie uit haar holletje te krijgen, had ze heel hard moeten sleuren. Wanneer ze daaraan denkt, moet ze bijna terug braken.
    Geef haar maar die lieve kindjes die voor lekkere verse stukjes zorgen.

26 juni 2025

lente

zwaluwen dartelen in de lucht
de koekoek roept zijn territorium uit
vogels beginnen aan hun nest
waar de mensen uit verdwijnen

zoeken naar plezier en vertier
luchtig gekleed op terras of plein
lachend op ideeën komen
denken aan hun grote trek

als de zon ondergaat en de dag verstilt
blijven met dromen ideeën opkomen
in gedachten worden koffers gepakt
vooraleer de zwoele nacht begint

22 april 2025

ik

nu durf ik te slapen
ik weet dat ik er ben

nu durf ik te dromen
bedenken wie ik ben

nu durf ik te waken
over het leven dat ik heb

daarbij durf ik dromen
over het leven dat ik krijg

nu durf ik te zeggen
wat ik te zeggen heb

en durf ik beweren
dat ik de oplossing weet

durf het mij niet te vragen
ik zal het jou niet zeggen

wanneer je het durft vragen
zal ik zeggen dat ik het ook niet weet

23 december 2024

lente in het bos

Het mooie weer maakte het bos en de dieren dolblij. De lente was struikelend begonnen, het was lang koud gebleven. De sneeuw was in het begin van het seizoen nog voor een paar dagen blijven liggen, waarna regen het pleit had gewonnen. Het bos was druiperig, grote plassen konden niet door de bodem worden opgezogen. Op zoek naar voedsel moesten de dieren zo altijd door dit nat ploeteren . Soms zakten ze diep in de doorweekte grond en moesten ze zwoegen om vooruit te komen.
    Vogels bleven ook op hun honger zitten, de geliefde insecten vonden het te koud om zich uit hun winterslaap te bevrijden. Wanneer ze ontwaakten vonden ook zij weinig voedsel in de verzopen bodem. Met het mooie weer nu fleurden bomen en dieren eindelijk op. Het water werd warmer en en de grond probeerde sneller te drinken. Af en toe verschenen daardoor luchtbellen alsof de bodem een boertje liet. Zo maakte het een spiraaltje in het water doordat een gaatje ondergronds gevuld werd.
    Roeken zaten in een paar bomen te converseren, oorverdovend door het grote aantal. Hoe konden ze elkaar begrijpen in dat hels kabaal? Of begrepen ze de vreugde van iedereen en wilden ze dit om ter luidst meedelen.

Een wolf zat op een droog plekje achter een dikke beuk een lekkere prooi te begluren die hij verderop achter struiken kon waarnemen.
    Een pasgeboren reetje lag op een verhoogd grasveldje. Haar moeder had haar net droog gelikt en met dit gevoel bleef ze nog graag liggen op het bijna droge gras. Het reetje strekte de pootjes en bewoog ze zachtjes over de grond terwijl ze nog bleef liggen.
    Maar pasgeboren reetjes willen al snel ontdekken. Terwijl de wolf begerig bleef kijken, kwam het reetje stuntelig recht en probeerde het evenwicht al staande te bewaren. Ze strekte één voor één de pootjes, zoals atleten, vooraleer een sprintje te plaatsen. Daar was ze blijkbaar nog niet aan toe. Moeder ree bleef haar bemoedigend aankijken, terwijl de wolf zich met, de klauwen vooruit, uitstrekte om een snelle loop te kunnen starten.
    De moeder aaide de pasgeborene met het hoofd in de nek van haar dochter. Ze deed twee stappen voorwaarts om een voorbeeld te geven. Een takje dat krakte ontging haar niet, ze keek om naar de kleine, haar lippen trilden. Dit gebaar begreep het deerntje, ze begon onmiddellijk aan haar eerste sprint aan de zijde van haar moeder.
    Woest stampte de wolf op de tak die hem had verraden.

26 oktober 2024

Krol en Kwispel

Er was een tijd dat de mensen de taal van de dieren nog begrepen. Wanneer een poes niet vriendelijk was tegen een hond, dan kon een persoon horen waarom deze lieve diertjes toch zo onhebbelijk waren tegen elkaar.
    Nu denken wij dat kat en hond een andere taal spreken en ze elkaar niets kunnen uitleggen. Niets is minder waar; de poes die haar rug krolt en precies aan het blazen is? Haar tanden aan de hond laat zien? Zegt eigenlijk zeer vieze woordjes tegen dat lieve beest.
    In die lang vervlogen tijd durfde de mens die erbij stond, luisteren en vragen om op een beleefde manier uit te leggen wat het probleem was voor de poes. Wanneer hij haar troostte en daarbij lieftallig aaide, zachtjes sprak en op geduldige wijze verder bleef horen naar de poes en het antwoord van de hond, en af en toe een vraag stelde, werden de diertjes meestal dikke vrienden.

De poes strekte haar nagels graag uit, en plantte die dan in de grond om zich zeer stevig en machtig te voelen. Voor het hondje kwam dit zeer bedreigend over. Die zakte dan door de voorpoten om met de staart tussen de achterpoten op de grond te liggen. Gespannen wachtte hij de reactie van de poes af.

Door de troostvolle woorden van het mensje kwamen beide tijdelijk tot rust. Zo kon de poes haar boosheid verklaren. De hond keek verwonderd, besefte dat hij fout had gedaan. Hij had toch niet geblaft! Hij was toch niet dreigend rond de poes beginnen kruipen! Waarom was dat poesje dan boos? Hij begreep het niet.

Het menskind dat er eerst bij was, wist niet goed wat ze zou zeggen. Gelukkig kwam haar mama eraan. Zoals naar haar eigen kinderen, keek zij naar de dreigende poes en de bange hond. Zo bleef ze een tijd doordringend kijken tot de aandacht van poesje en hondje naar haar bewegingen ging. Mama nam haar dochter in de arm, troostte haar omdat zij het niet begreep. Nu vroeg ze aan de poes, zoals haar dochtertje ook gedaan had, wat de reden van de boosheid van het poesje was. De poes keek verwonderd naar de mama omdat die niet boos werd. Ze begon kopjes te geven aan het kind.
    Maar nee poesje, nu ben je lief. Maar waarom was je boos op het hondje?’   
     Miauw’, zei de poes op een klaaglijke manier, ‘miauw, ik weet het niet meer!’
    Ach’, zei het hondje, ‘ik denk dat het is omdat we regelmatig onze agressie kwijt moeten. En wie is daarvoor het beste slachtoffer?’
    Mama en Liesje keken verwachtingsvol naar Krol de poes. Die bleef met haar kopje tegen het been van mama schuren, terwijl ze haar staart langzaam heen en weer bewoog.
    Kwispel, de hond, zette zich afwachtend op zijn poep. Natuurlijk wilde ook hij weten of de poes echt boos was geweest.
    De drie paar ogen bleven nu rustig kijken naar Krol, die zich krampachtig tegen het been bewoog. Lang mocht mama dit niet laten duren, de beestjes zouden niet meer tegen elkaar durven spreken als ze geen oplossing bood.
    Is het niet dat je eigenlijk niet boos was, maar niet wist hoe je Kwispel moest vragen om te spelen?’ vroeg ze aan Krol, de poes.
    Likkebaardend knikte deze. Met gestrekte pootjes ging ze naar het hondje en aaide hem met haar hoofdje.

04 september 2024

tijd

uren kan ik lopen, slenteren, talmen
waar naartoe heeft geen belang
mijn tijd zal ik niet verdoen
zoeken om te vinden, doe ik niet

ik moet niet presteren, renderen
met wat ik heb, ben ik tevreden
ik wil niet pronken met wat ik heb
bezit is het gif dat ik weiger

vriendschap is het enige ik nodig heb
dat kan ik bij jou vinden
dat bewijzen we keer op keer
ook wanneer het tegenzit

30 juli 2024

daar zit je

daar zit je
stil
stil alleen

daar zit je
met een blos op je wangen
half gesloten ogen
je mond prevelt
zonder woorden

daar zit je
stil
stil alleen
gelukkig te zijn

03 juni 2024

klein meesje

Enkele weken zagen we je ouders af en aan vliegen. Tot we je hoorden piepen wisten we niet waaraan we ons konden verwachten. De laatste dagen was er een hels kabaal. Je ouders bleven veel langer aanwezig en vlogen af en aan in het kotje. Leven in het huisje, zo wisten wij. We zagen je ouders ook van de zaden pikken en met kleine stukjes in het huisje verdwijnen. Een paar dagen was het een af en aan vliegen. Ook merkten we een wijzigende voorkeur, nu pikten ze ook af en toe van de pindapasta.

    Maar jij bleef verborgen. Toch gaf het af en aan vliegen met op de achtergrond een hevig gepiep, ons de zekerheid dat onze verwachting snel zou worden bevredigd.
    Daar was je dan. Verdwaasd bleef je in het ronde toegangsgaatje zitten kijken naar de omgeving. We zagen je proberen je vleugeltjes wat te strekken. Moeilijk natuurlijk om ze helemaal uit te spreiden in het kleine ronde deurtje. Je tijd was wel gekomen om op verkenning te gaan. Met een sprong en proberen de vleugeltjes open te krijgen, duikelde je uit het nest op het terras. Benieuwd begon je te zoeken en af en toe je strekte je de vleugeltjes. Hoger dan 10 cm kwam je nog niet. Je zocht beschutting en kroop achter een bloemenbak. Zelfs je ouders vonden je niet meer.
    Stil, verscholen achter onze ramen, hielden wij dit kleine schouwspel in het oog. Toch was een kort toiletbezoek voldoende voor jou om te verdwijnen.
    Goede vaart en prettig leven, jong meesje.

 

01 juni 2024

bezigheid

Met zachte hand
kneed ik en vorm
je moet warm en vochtig
zwaar en vol voelen

zo blijf ik kneden
voeden met wat
water of ook meel
je lust het, soms teveel

lange tijd wachten
dan heerlijk verwarmen
zo begin je te geuren

lekker brood

27 november 2023

horloge

Verwonderd keek hij op zijn horloge. Een goed merk, batterij zal zeker een jaar meegaan, er zijn geen opmerkingen gekend behalve goede, wist de verkoopster twee maanden eerder te vertellen.
    Daarom dat hij nu sprakeloos naar zijn juweeltje zit te turen. De wijzers geraken geen seconde vooruit. De verkoopster heeft toch niet per ongeluk een oude batterij gebruikt? Hoe is het anders mogelijk? Had hij dan een miskoop gedaan? Geloven wat verkopers graag beweren was geen eigenschap welke bij hem paste. En toch was hij in de val getrapt, zo leek het toch.
    Of geloofde hij teveel in zichzelf? Op internet had hij de site van de winkels in de buurt gevonden. De meesten verkochten alleen peperdure merken. Hij had zich voorgenomen niet teveel geld uit te geven om te weten hoe laat het is. In plaats van zijn smartphone te moeten opduiken, wilde hij het gemak van een blik op een instrument aan zijn pols. Niet te duur, wel makkelijk. Gelukkig was er een winkel in de buurt met een uitgebreide website waar alle prijscategorieën te vinden waren. Alle? Zover had hij niet gekeken. Hij zocht onder de honderd euro en vond een uitgebreide keuze. De koopbare modellen had hij in een vergelijkingstabel gegoten en was zo tot de slotsom gekomen dat de horloge die hij nu heeft de beste koop was. De, mogelijk voorlopige, prijsdaling van zowat zeventig procent had zijn overtuiging een extra boost gegeven. Al bij al was het niet de goedkoopste, de prijsverlaging zette de horloge wel aan de lage kant.
    Met een verwachtingsvolle blik durfde hij na zeker twee minuten terug naar zijn pols te kijken. Het toestel bleef zag er nog steeds hetzelfde uit, de wijzers hadden niet bewogen. Of had hij zich vergist, er stonden geen streepjes bij elke minuut. Met iets gerichter kijken, vond hij de ook nog steeds stilstaande secondewijzer, dat was al een zekerheid. Woordeloze ideeën flitsten door zijn hersens; schichten van denkbare oorzaken, flitsen van wat hij de laatste minuten had gedaan, niets van dat alles bracht een oplossing.
    Bijna radeloos begon hij zijn uitval te bedenken welke hij naar de verkoopster zou richten. Hij schudde zijn hoofd. Aha, zou dit misschien helpen zijn kleinood terug in beweging te krijgen. Voorzichtig maakte hij de armband los, nam de horloge langs de zijkant vast. Als bij wonder draaide de minutenwijzer even achteruit. Nu begon de horloge helemaal gek te doen, dacht hij. Of was hij het die deze foute beweging veroorzaakte? Opwinden moest hij de horloge niet, batterijen doen dit gelijkmatiger. Toch voelde hij even aan het ronde schroefje, de wijzers bewogen. Verschrikt duwde hij het in. De secondewijzer verliet blij zijn stilstand.

23 november 2023

mijn bestaan

Verdwenen
uit mijn gedachten heengegaan
blijf jij bestaan
zonder te weten

Verdwaasd nam ik het besluit
om van je weg te gaan
nu blijf ik heel alleen
vechten met mijn bestaan

03 mei 2023

de wolkenfluisteraar

De eerste zonnestralen na een regenvolle maart geven mensen moed om winterse plannen uit te voeren. Een oude man, zeker 70 jaar, heeft een hele dag gezwoegd om de moestuin op orde te krijgen. Met lede ogen had hij tijdens de winter gemerkt hoe hij zijn droom van een tuin na zijn pensioen verwaarloosd had. De vrijgekomen tijd heeft hij goed besteed, dat weet hij zeker. Steden en landschappen waarvan hij tijdens het lezen van romans de werkelijkheid niet kende, heeft hij zoveel mogelijk bezocht.
    Het was steeds een hobby om bij het lezen ook aardrijkskundige aantekeningen te maken van de beschreven omgevingen. Hij liep mee met de hoofdinspecteur wanneer hij een politieroman las, bij een historische roman kroop hij in de huid van de held, soms in deze van de onderdrukte. De keren dat hij een oorlogsroman las waren op één hand te tellen, hij had er zelf vervelende herinneringen aan, samen met de verdediger zag hij het land in stukken schieten. Bij elk boek had hij zich afgevraagd of zijn veronderstelling overeenkwam met de plaatsbeschrijving. Daarbij hoopte hij dat de beschrijving wel waarheidsgetrouw was. Het beeld was echter nooit voldoende voor hem.
    Hij wilde de plaatsen ooit allemaal bezoeken. Hiervoor zou hij in zijn hoofd door de tijd reizen met de aantekeningen. Hij was ervan overtuigd dat het hem zou lukken op het moment dat hij de plaats zag, zijn aantekeningen te lezen en zo de nieuwe of vernieuwde huizen, fabrieken, wijzigingen, in zijn geest weg te vegen.
    Wat had de schrijver aangezet om die plaats als plaats van delict te gebruiken of waarom was het politiebureau daar gesitueerd? Was dit in werkelijkheid ook zo? De laatste jaren had hij de computer gebruikt om de omgeving te verkennen, doch zonder echte voldoening. Voor de historie kon hij tegenwoordig wel aardig gebruik maken van de speciaal ontwikkelde programma’s waardoor hij een deel in de tijd kon reizen. Doch, de werkelijkheid leek hem steeds meer en meer noodzakelijk.

Zo was hij enkele jaren zijn tuin vergeten op het moment deze om aandacht vroeg. Hij was begonnen met pagina één van zijn notities te bekijken, opgezocht hoe hij er best kon geraken en jammer genoeg tot de vaststelling gekomen dat er van een reconstructie in zijn hoofd niet veel overbleef bij de werkelijkheid. Zo was hij tot de beslissing gekomen om naar de genoteerde verschijningsdatum van het boek te kijken en te beginnen met hetgeen zich zowat 20 jaar geleden zou afgespeeld hebben. Zoveel kon er dan niet veranderd zijn, leek hem, temeer omdat het eerste verhaal zich in Peru situeerde. Een grote ontdekking in een ver land voor een dorpeling die zijn kerktoren beter kende dan zijn familie in de hoofdstad. Daar was hij nooit graag naartoe gegaan. Het waren misschien de bovenste beste mensen, ze hadden wel een vervelende mentaliteit, vond hij . Ze reageerden op dezelfde manier als ex-collega’s die ook in een grote stad woonden. Wanneer hij een opmerking maakte over een slechte winter omdat het zo weinig gevroren had, kreeg hij te horen dat die keuterboeren niet wisten waarover ze spraken. Nooit ergens anders geweest dan op hun hof en dat als belangrijkste graadmeter zien. Kijk naar hen, zij wisten dat de winters goed waren. Ze konden nog altijd gaan skiën op hun geliefkoosd oord. En het eten bleef daar lekker, dat moest ook van ver komen. En wanneer de zomers niet goed zijn, waarom trekken de boeren er dan eens niet op uit om in de zon te gaan liggen. Zie, hoe goed gebrand wij zijn. Mooi bruin over ons hele lichaam. En jij blijft hier in dat petieterig land, bleekscheet.
    Dergelijke commentaar had hij veel gehoord, op iets vriendelijker manier herhaald door de familie. Dat zij die boeken niet gelezen hadden en zo konden wegdromen met een voorspiegeling, dat wist hij. Maar nu, na zijn pensioen ging hij de veronderstellingen toetsen met de werkelijkheid. Dan zou hij meer zien dan strand en zon, dat vond hij belangrijk.
    Jammer genoeg bleken de nota’s onvoldoende om zich te herinneren hoe het verhaal zich afspeelde. Daarom las hij sommige boeken terug terwijl hij de plaatsen bezocht. Nu vond hij het echter tijd om zich dit jaar rust te gunnen. Met zijn handen in de grond woelen en zo zelf lekkernijen kunnen ontdekken, was nu voor hem een prioriteit.

De jaren eisten wel zijn tol. Een paar uur kon hij bezig zijn, dan was het rustpauze, zoals nu. Dromerig met armen en benen gespreid lag hij op zijn grasmat, die naam nog niet waardig. De zon verwarmde niet alleen zijn lichaam, ook zijn herinneringen werden opgepookt. Met een brede glimlach ving hij ze in gedachten. Hij wilde ze niet voorbij laten schieten, op deze manier kon hij dubbel genieten. Daar zat hij altijd met zijn Maria zaliger te keuvelen over een beleving van de dag. Hij vroeg haar dan wat zij vond van zijn idee om het grasveld helemaal om te spitten, nog maar een klein deel over te houden voor gazon en de rest terug te beplanten. Zoals steeds had ze hem glimlachend, maar vooral ongelovig aangekeken. Zou hij dat wel doen op zijn leeftijd? Kinderen hadden ze niet, dus langs die kant was geen hulp te verwachten. Hij begon haar het voorstel in detail uit te leggen. De spade ging voor haar ogen de grond in en de perken werden snel gelegd. De gazon had niet de tijd om gezaaid te worden, hij lag er onmiddellijk glad bij. Kon ze het nog niet geloven dat het allemaal zou lukken. Zie die wortelen en de prei die als eerste tevoorschijn komen. Haar lach klonk hem vreemd in de oren, was het wel een echte lach? Telkens hij haar probeerde te overtuigen hoorde hij haar lach, zoals zij vroeger ook zuur lachte bij zijn wilde, nooit uitgevoerde, reisplannen.
    Ontmoedigd moest hij daaraan terugdenken terwijl hij haar langzaam enkele vroegere beloftes hoorde lispelen. Als gefluister uit het onbekende, werd hij eraan herinnerd dat hij haar de vakanties die hij nu beleefde, altijd had voorgespiegeld, nadat hij de zoveelste roman gesitueerd in een bepaald land had gelezen. Hij haalde dan de verschillende aantekeningen naar boven en beschreef zijn idee in geuren en kleuren van de te bezoeken plaatsen. Soms letterlijk vanuit zijn notities, meestal namen zijn veronderstellingen de vrije loop. Ze zouden Parijs bezoeken en Maigret volgen in zijn speurtochten.
    Zijn lippen krulden bij de herinnering. Hij zag Maria languit in die ouderwetse tuinstoel hangen met steeds die mond die zijn overtuiging nadeden. Haar stem lijkt hem nu toe te fluisteren. ‘Ja, weet je nog. Hoeveel keer heb je mij het verhaal niet proberen na te vertellen met te zeggen welke straten we dan zeker moesten volgen. Dat heb jij nu wel gedaan, hé! Heb je dan aan mij gedacht?’ Hij schudt zijn hoofd en speurt tussen zijn wimpers om haar te vinden. In die lege tuin heeft hij haar toch gezien? En vooral, hij hoorde haar verwijt.
    Nadat hij het boek had herlezen, was hij in Parijs alleen de genoteerde straten ingelopen en had ondervonden dat de uitgestippelde route makkelijk te volgen was. Geen enkel kruispunt was hij overgeslagen. Met zijn notities had hij de schim van dat hoofdpersonage, zoals hij die van de tv kende, gevolgd. Bij de gebouwen die beschreven waren, had hij een tijd onderzoekend stil gestaan. Waren die zo gelijk gebleven als in het boek? Te zeer verdiept in zijn onderzoek was hij opgeschrikt door hels kabaal dat een chauffeur tegen hem maakte. Half op de weg was hij uit zijn speurdersroes gehaald. Om al die woorden, die naar hem geslingerd werden, te begrijpen, had hij er toch beter aan gedaan de boeken in originele versie te lezen, begreep hij plots. Hij had zijn pet, die hij al jaren droeg, afgenomen, zijn kalende hoofd gekrabd en met een verontschuldigend gebaar het dichtstbijzijnde trottoir opgezocht.

Een eerste druppel valt op zijn neus. Deze slaagt hij onbewust weg, waardoor hij zich kennelijk wakker schudt. Even schudt hij zijn hoofd en steunt direct op zijn rechterelleboog, hijst zich met moeite recht, krabt zijn bijna blote schedel en kijkt naar boven. Een donkere wolk heeft het zonlicht tijdelijk verduisterd. Toch prevelt hij bijna onhoorbaar: ‘Heb ik toen aan Maria gedacht?’
    Verwonderd blijft hij de wolk bekijken terwijl hij een zachte stem hoort: ‘Ach jongen, hoe dikwijls heb ik je dat niet gezegd!’