19 december 2019

verloren gelopen

 De lift stopt op de bovenste verdieping, waar ik woon. Een meisje van een jaar of vier is over en weer aan het lopen. Ken ik dat kind van ergens? Het kan geen kleinkind van mijn buren zijn, die ken ik. In een flatgebouw van veertien verdiepingen leven veel families. Teveel om iedereen te kennen.

    Het meisje zit er duidelijk mee verveeld dat ik haar zo aankijk. Hoe is ze hier gekomen?

    Terwijl ik de deur van mijn loft open, kijkt ze schuw en loopt in de richting van mijn buren. Zal ze dan toch?

Alsof ik iets vergeten ben, sluit ik de deur en stap terug naar de lift. Op het laatste moment glipt ze tussen de sluitende deuren naast mij. Toen ik aankwam was er ook reeds feestgedruis via de liftkoker te horen. Nu klinkt dit nog iets feller. Moet het meisje daarheen? Ik druk een willekeurige verdieping.    

    Terwijl de lift naar beneden gaat, wordt het lawaai luider en luider. Wanneer de deur opent, dreunen de bassen en zie ik een gang vol stoelen rond een lange gedekte tafel. Een bruidssluier hangt vooraan tussen aangebroken flessen cava. Kan dat zomaar op een gang in een appartementsblok?

    Het meisje hangt ondertussen aan het been van een duidelijk aangeschoten man.

17 december 2019

mooi cadeau

Wow, wat een leuk cadeau kreeg ik voor mijn verjaardag. Een manuscriptenboek met een ouderwetse vulpen. Naast de boekjes die ik reeds heb, is dit een volledige set om langere verhalen te schrijven.
Doordat ik lang rechtstreeks op de computer heb gewerkt, is het handschrift eigenlijk al een tijd verdwenen. Niet dat ik ooit een mooi gelijnde eigenheid had, het kost me toch moeite om ten eerste een rechte lijn aan te houden in een schrift zonder lijntjes, en ten tweede om steeds leesbaar te blijven schrijven. Het ligt zeker niet aan de pen dat ik van lettervorm afwijk. Dat heeft steeds mijn zwak punt geweest. Eerst de typemachine en daarna de computer hielpen mij geweldig om duidelijk te communiceren. Leesbaar voor brieven dus. De tijd dat ik manueel nog sollicitatiebrieven moest schrijven, ligt me niet vers meer in het geheugen. De enige gedachte daarbij die ik mij kan herinneren, was zeker dat ik mijn best moest doen om een leesbare brief op te sturen. Naargelang de behoefte aan de job, maakte ik mijn brief leesbaarder.

Ik schreef in het begin dat dit een volledige set is, maar een vloeipapier zit er niet bij. Tot mijn spijt moet ik dus op papier vaststellen dat de vulpen in het boekje de nodige vlekken achterlaat. Daarom gebruiken de meeste mensen bij het manueel schrijven een balpen, denk ik. Toch heeft een mooie vulpen meer stijl. Jammer dat vloeipapier dan niet meer te krijgen is, of toch? Soms is het nodig om snel dikke inkt te deppen.

Ik weet niet in welk leerjaar ik mijn eerste vulpen kreeg. Toch ben ik zeker dat ik mijn eerste krabbels met een kroontjespen, of hoe kan je dat noemen, heb geschreven. Ganzenveren werden niet meer gebruikt, maar iedereen kan zich dit beter voorstellen. Met een scherp mes de harde kant van de slagpen aanscherpen, en zo kon je, zoals in de middeleeuwen, sierlijk schrijven. Een kroontjespen zal je nu niet meer vinden, vermoed ik. De inkt moest bijgetankt worden uit het potje dat in de lessenaar hing. De leraar kwam deze bijvullen wanneer de inkt op was. Met dit oud schrijfgerei was het nog moeilijker het blad onbevlekt te laten. Een iets te harde druk op het stalen pennetje liet de vastgehouden inkt naar beneden tuimelen, met een onoverkomelijke inktvlek tot gevolg.

De vulpen zit wel ingenieuzer in elkaar, de kwaliteit valt wel met de kostprijs samen.

Dat ik nooit een mooi handschrift heb gehad, en nog steeds niet heb, ligt ook aan het eerste ongelukje dat ik mij herinner. Net toen we in het eerste studiejaar begonnen met ‘schoonschrift’ moest mijn rechterarm in de plaaster. Bij het spelen in de tuin was ik onverhoeds tegen de vlakte gegaan. Automatisch probeerde ik mij natuurlijk tegen te houden met mijn sterkste arm, waardoor deze net boven de elleboog brak. Zes weken plaaster was het gevolg. Linkshandig schrijven werd niet aangeraden, dus leerde ik op de achterkant van het schoolbord de letters in een bepaalde vorm te gieten. Zelfs in het groot, met die verdomde plaaster, lukte het mij niet. Later bij het oefenen op het kleine blad, lukte het mij ook niet. Uiteraard duurde het een tijd dat de kinesist mijn arm soepel genoeg kreeg, waardoor ik in het begin zeer stram bleef schrijven. Zo bleven de problemen van onregelmatigheid.

Nu ook ondervind ik nog steeds het probleem dat ik de ene keer vrij leesbaar schrijf en de volgende keer moet ik een ontcijferaar ter hulp roepen om zelf te weten wat ik vroeger zou bedoeld hebben. Een grafoloog zal uit mijn verschillende handschriften wel het een en ander afleiden. Of mijn karakter zo wispelturig is, durf ik te betwijfelen.

Voor mij betekent mijn handschrift alleen of ik de tijd nam om duidelijk te zijn, of dat ik er vlug, vlug vanaf wilde zijn. Bij momenten heb ik het idee dat ik sneller op het klavier ben dan met de pen. Eén ding is zeker nog sneller, mijn gedachten. Flitsen schieten ongeordend door mijn hoofd, waardoor ik niet de tijd kan nemen om alles op een rijtje te zetten. Op computer is het wel eenvoudiger om met knip- en plakwerk een tekst te construeren die te lezen valt. En … op computer komen zo’n geweldige eenvormige tekens op het scherm. Achteraf kan zelfs de spelling gecontroleerd worden. Om een handgeschreven tekst geordend te krijgen, moet je alles volledig terug overschrijven. Mogelijk ook dat dit verschillende keren moet gebeuren. Om dit te voorkomen kan je zinnen met een letter of cijfer aanduiden. Deze vallen sneller te wijzigen. Met ook wel prettig zijn om het verhaal na redactie te lezen als 1-2-a-7-9-13-b-k-65 … . echt niet te doen, dat kan je je wel voorstellen. Daarom zoek ik het heil op dat verrot modern ding. Zo blijf ik met een handschrift dat niet voldoende geoefend wordt, waardoor weinig eenvormigheid zal ontstaan.

Alleen op vakantie zorg ik er wel voor dat ik steeds een boekje bij heb. Vakantie is tijd om te ontspannen en geeft de geest vleugels. De ideeën vliegen door de lucht en worden met het minder belaste brein opgevangen. Het moment om de creativiteit de vrije loop te laten is dan aangebroken. Natuurlijk dient deze wel ingetoomd om ze op papier gevangen te houden; en het schrijven gaat minder snel dan het denken, mar zet daardoor wel aan tot meer georganiseerde en geordende ideeën. Regelmatig kan ik dan ook na de vakantie ontdekken dat er toch weer een vruchtbare periode voorbij is. Als het dan mogelijk is om de krabbels als woorden te herkennen, worden deze, wanneer het idee goed bevonden is, op computer getypt. Het blijft noodzakelijk om daar een nieuwe redactie op uit te oefenen. Zoals ik over verschillende schrijvers las, scheren zij de boeken wel enkele keren, vooraleer die uitgegeven werden. Dit moet een onmenselijke taak geweest zijn. Leve de vooruitgang, alles tik, tik, weggeschreven.

12 december 2019

de stille jongen

Er was eens, niet eens zo lang geleden, een zeer zwijgzame jongen. Vanaf het moment dat hij met andere kinderen in contact kwam, trok hij zich terug. Ook in de eerste kleuterklas viel dit op. Zijn blik stond steeds op afwezig. In de klas zocht hij een plaats ver weg van de kleuterleidster en bleef daar zitten. Wat de juf ook deed om hem bij het spel te betrekken, de jongen bleef stil en in zichzelf gekeerd.
    Terwijl de andere kinderen met veel enthousiasme speelden, zat hij toe te kijken. Wanneer ze dacht dat hij iets niet goed begreep, ging ze bij hem zitten om het nog een keer rustig voor te doen. Wanneer het dan nog niet lukte, maakte ze een tekening. Zo begreep ze spoedig dat hij de taak niet voldoende herkende. Met oude prenten probeerde ze hem dan de basiswoorden bij te brengen. Op dat moment werkte hij mee, maar de volgende dag moest zij de woordjes herhalen. Ook wanneer zij een woordje zei, waarbij hij een tekening moest kiezen, ging het dikwijls fout. Wanneer ze aan het woord ‘zwijn’ kwam, werd hij zeer boos en sloeg haar. Ze had hem zo vriendelijk mogelijk afgeweerd en proberen duidelijk te maken dat dit niet kon. Met een pruillip was hij in het hoekje gekropen. Alle pogingen die de juf deed om terug aandacht te krijgen, mislukten.

Ook in de lagere school ging hij in zijn hoekje zitten. De leraar zette hem direct tussen de andere leerlingen. Zo wilde hij hem kennis laten maken met vriendjes in de omgeving. Het werden geen vrienden. Op de speelplaats bleef hij stil in een hoekje waar hij observeerde zonder mee te spelen. Wanneer de leerkracht vroeg waarom hij niet met de vrienden van de klas aan het voetballen was, haalde hij zijn schouders op. Veel woorden maakte hij daar niet aan vuil. De leerkracht dwong de jongen wel om op zijn minst recht te staan, liever zag hij hem meespelen. Echt aandringen had hij snel afgeleerd.

Toen in het derde jaar kwamen meer leerlingen die de jongen begrepen. Dit werd een groepje dat zich afzonderde en de vrije tijd op een eigen manier invulde. Hieraan wilden de anderen leerlingen dan weer niet meedoen. Ook hier ving een leerkracht bot. Het was ook duidelijk dat het groepje dit niet zou aanvaarden.
    De jongen bleek van dan af toch niet zo stil te zijn. Plotsklaps stond hij allerlei teksten voor te lezen. Alleen het eigen groepje was geïnteresseerd. Hij was dus niet in de woestijn aan het praten. De latere jaren kwamen nog meer vrienden van hem naar zijn school en elke speeltijd stond de zwijgzame jongen voor te lezen. Meer en meer viel zijn gebedssnoer op. Wanneer de leerkracht langsging om de groep aan te moedigen zich bij de andere te voegen, zweeg hij abrupt en maakte een afwerend gebaar. De leerkrachten zagen dit zeker niet graag maar wisten geen antwoord te formuleren. Ze lieten in stilte het groepje in hun waan.
    Terwijl hij in de klas niet betrokken bleef, leek hij op de speelplaats een voortrekker. Toenadering tussen zijn groep en de rest van de leerlingen kwam er niet. De jongen trok zijn groep weg van de hoek van de speelplaats. Ze begonnen met andere kinderen te discuteren. Was het wel discuteren? Gelukkig werd er niet gevochten, hoewel de groep zich dikwijls zeer uitdagend gedroeg. Wanneer iemand een reactie gaf op hun uitspraken, werd met hevige stem gereageerd. Hun gelijk nam de overhand. Ze toonden zich agressief wanneer dit dreigde te falen. Het groepje werd meer en meer gevreesd.

De ouders werden gecontacteerd. Zij zagen geen verandering bij hun kinderen. Alleen stelden ze vast dat hun kinderen zich meer in hun eigen cultuur begonnen te interesseren. Daarover waren de meesten zeer verheugd. Dat ze ouder werden en een baardje lieten groeien, vonden ze een teken van volwassenheid tonen. Sommigen waren zeer fier dat ze door hun dichte haargroei ook een dichte volle baard kregen. Hiermee konden ze zich vergelijken met de voorbeelden uit hun cultuur. Elke jongere wil zich toch zo snel mogelijk volwassen voelen.

Plots echter, verdween de een na de andere jongen van de school. Ook de ouders wisten niet waar hun kinderen waren. Nu kwamen de ouders zelf naar de school klagen dat er onvoldoende bewaking over hun gedrag was geweest. Het bleef moeilijk om hen te overtuigen dat de leerkrachten steeds hun best hadden gedaan om voeling met hen te krijgen. Daarop kregen ze dan van de ouders wel het verwijt dat de leerkrachten niets van hun cultuur begrepen.

Iedereen bleef in het ongewisse tot berichtjes uit een ver land binnenkwamen. De jongen was leider geworden en toonde op foto’s graag zijn heldendaden. Hij wilde niet meer aangesproken worden met zijn eigen naam, hij was zeer fier op zijn krijgsnaam.
ok zijn vrienden waren van identiteit veranderd. Ook zij hadden een andere naam gekozen waarmee ze wilden aangesproken worden. Met overtuiging stuurden zij berichten via de sociaal gewaande media, zwaaiend met een zwaar wapen. Soms stonden ze in de woestijn, soms zaten ze achterop een aftandse bromfiets. Andere keren reed een pick-up in die woestijn waarop bebaarde jongeren glorieus keken. De overwinningsberichten met beestachtige en violente beelden bleven komen tot ….


13 november 2019

 haiku 7

onverbiddelijk

geloof in eigen gelijk

met een klein zacht hart


12 november 2019

haiku 6

 

prekende pastoor

geknielde, biddende non

stille dode kerk