21 februari 2018

 vannacht

toen ik jou vannacht

in mijn droom tegenkwam

vond ik dat

voor herhaling vatbaar


ik keek goed rond

observeerde

jouw stap

zwaaien van je armen

plaatsen waar je naar keek


en genoot wanneer je bleef staan

ik keek naar jou

of beter

ik bekeek jou

zonder dat je het voelde


hoe langer ik keek

hoe warmer ik werd

bleef je daarom zo lang dralen


tot ik verlegen wakker schoot


20 februari 2018

jij

 Het moment dat ik jou voor het eerst zag

blijft in mijn herinnering een schicht

die via mijn ogen mijn hart deed trillen

en kloppen tot mijn oren suisden



Ik stond perplex, zag even niets meer

de bliksem had me neergemaaid

levenslust was zeker niet verdwenen

de benen wilden het niet mee beleven



Bibberende benen, zenuwachtig

stil, maar vol mooie ideeën

bleef ik voor mij staren



Tot ik besefte wat ik zag, niet meer zag

je was verdwenen, maar niet voor lang

Ik voelde dat ik je al miste

vond je de volgende dag, voorgoed 

24 januari 2018

vervelend geheugen

 

Een dag om snel te vergeten

Een dag die niet had mogen bestaan

Verdwijn uit de annalen

Samen met die vervelende gebeurtenis

Welke je spijtig genoeg mee zal overdragen

In mijn stille geheugen dat niet gewist kan worden

23 januari 2018

 ronddwalen

dwalend in de straten

zoek ik een punt

waarvan ik ooit vertrok

om weg te blijven

vol misnoegen en spijt



lopend zonder dralen

verken ik gekende paden

om lichtpunten te zien

die uit mijn geheugen verdwenen



dwalend in gedachten

blijf ik op zoek

naar mooie herinneringen

vergeten in de tijd

weggeschoven voor andere

die ik liever dacht



dwalend door mijn herinneringen

vind ik speelse vreugde

beleven zonder bekommernis

genieten van wat er is

genieten van wat ik had


het woonzorgcentrum

Rustig, maar toch een beetje zenuwachtig, sloft Staf rond de eikenhouten tafel. Af en toe steunt hij op de leuning van een stoel terwijl hij de schilderijen aan de muur bekijkt. Echte kunst was voor hen wel onbetaalbaar, maar deze werken uit het atelier van Martin Douven blijven voor hem nog steeds mooi.
    Terug in de salon laat hij zich zuchtend in zijn zetel zakken. Zo neemt hij weer even de tijd om rond te kijken. Hoe lang is dat hier al onveranderd?In de gang hangt een zeer speciaal werk, waar hij dikwijls voor blijft staan. Nu ook wil hij bij “de herder” herinneringen laten komen. Hoe dikwijls heeft hij het moment van aankoop niet terug beleefd? Zijn Stanske en hij zagen haar vader hierin afgebeeld, bruine pet op de grijze haren, pijp in de mond. Was dat niet dezelfde pijp als vaders favoriet? In de achtergrond een boerderijtje zoals er in de Kempen zoveel te vinden zijn. Het had wat gelijkenis met het ouderlijk huis, vonden ze toen. Staf zucht en schudt zijn hoofd, waar is de tijd dat ze in de winkel fantaseerden over dit schilderij. Tree per tree bestijgt hij de trap. Dit wordt toch te moeilijk om dagelijks te doen. Boven het bed, waar hij sinds het overlijden van zijn Stanske nu twee jaar alleen moet inkruipen, hangt nog steeds dat mooie bloemverkoopstertje. Toen ze het kochten was de vrouwelijkheid te uitgesproken, waardoor het wel in de intimiteit van de slaapkamer belandde. Toen de kinderen nog klein waren, mochten ze daarom ook niet in hun kamer komen. Wanneer ze dat toch deden om stiekem naar dit verboden werk te kijken, kregen ze een vermanende vinger te zien en vlogen ze direct naar hun kamer. De verkoper had met het overtuigend van de uitzonderlijke prijs. Later zou dit een gegeerd kunstwerk worden. Staf grinnikte bij het tellen van het aantal keren hij hetzelfde schilderij bij kennissen had weten hangen.
    Dat moet zijn dochter zijn. Elke vrijdagmiddag komt zijn dochter om te kijken hoe het hem vergaat.
    'Boven in de kamer, wacht, ik kom wel.'
    'Laat maar, Guido is er ook bij en we willen onze kamer van vroeger nog wel eens zien.'
    De kinderen zijn ondertussen natuurlijk ook vader en moeder geworden. Er is geen reden meer om hen uit de slaapkamer te weren.
    'Ach, ach. Ben je weer naar je schone madam aan het kijken', lacht zijn zoon.
    'Neen kinderen, ik ben afscheid aan het nemen. Bedankt dat jullie een plaats voor mij gevonden hebben. Vandaag zat de brief in de bus. Ik word volgende maand in het woonzorgcentrum verwacht.'