05 november 2004

Lantaarnpaal

dronken loop ik over de straat

raak elke lantaarnpaal met mijn volle hand

klop om te horen of het licht thuis is

of de paal nog steeds bewoond is

door het lichtgevend straaltje

dat boven altijd schijnt

wanneer het donker wordt

en de avond over de straat valt

wanneer eenzame schooiers

de straten bevolken

op zoek

naar liefde of geborgenheid

met een sprankeltje hoop

op een verwarmend gesprek

anders dan dat van gisteren

toen het weer niets werd

en het eeuwige geleuter

dronken eindigde

en de dag daarvoor

en daarvoor

en daarvoor


hopen doe ik

dat het lichtje naar beneden komt

over mij daalt en

mij beminnelijk in de armen neemt

zodat ik goedgemutst

zal kunnen meepraten

over


de blijde gebeurtenissen van samen

met vrienden en vriendinnen

in goed humeur

te praten en te kletsen

over

te gekke dingen die niet mogen vernoemd worden

die

te onnozel zijn om over te praten

maar waar ik zo een warm gevoel van krijg

dat ik gelukkig ben


mee te kunnen praten

met de grootste onzin

in de ergste waanzinnige bui

die ik niet heb voelen aankomen

die me in een flits overkomen is

en waardoor ik nu

loop te praten tegen


een lantaarnpaal hier zo

midden op de weg

omdat die daar nu toevallig staat

en ik daar zo toevallig

met mijn hand heb op geklopt


en waar zomaar

een lichtje naar beneden is gekomen

en mij gekitteld heeft

met een gevoel

van warm genot en

'k heb je graag

verdomd ik vind je tof

en geef mij nog zo eens

een schouderklop

en een lichte aai

dat heb ik graag

Geen opmerkingen:

Een reactie posten