23 december 2024

lente in het bos

Het mooie weer maakte het bos en de dieren dolblij. De lente was struikelend begonnen, het was lang koud gebleven. De sneeuw was in het begin van het seizoen nog voor een paar dagen blijven liggen, waarna regen het pleit had gewonnen. Het bos was druiperig, grote plassen konden niet door de bodem worden opgezogen. Op zoek naar voedsel moesten de dieren zo altijd door dit nat ploeteren . Soms zakten ze diep in de doorweekte grond en moesten ze zwoegen om vooruit te komen.
    Vogels bleven ook op hun honger zitten, de geliefde insecten vonden het te koud om zich uit hun winterslaap te bevrijden. Wanneer ze ontwaakten vonden ook zij weinig voedsel in de verzopen bodem. Met het mooie weer nu fleurden bomen en dieren eindelijk op. Het water werd warmer en en de grond probeerde sneller te drinken. Af en toe verschenen daardoor luchtbellen alsof de bodem een boertje liet. Zo maakte het een spiraaltje in het water doordat een gaatje ondergronds gevuld werd.
    Roeken zaten in een paar bomen te converseren, oorverdovend door het grote aantal. Hoe konden ze elkaar begrijpen in dat hels kabaal? Of begrepen ze de vreugde van iedereen en wilden ze dit om ter luidst meedelen.

Een wolf zat op een droog plekje achter een dikke beuk een lekkere prooi te begluren die hij verderop achter struiken kon waarnemen.
    Een pasgeboren reetje lag op een verhoogd grasveldje. Haar moeder had haar net droog gelikt en met dit gevoel bleef ze nog graag liggen op het bijna droge gras. Het reetje strekte de pootjes en bewoog ze zachtjes over de grond terwijl ze nog bleef liggen.
    Maar pasgeboren reetjes willen al snel ontdekken. Terwijl de wolf begerig bleef kijken, kwam het reetje stuntelig recht en probeerde het evenwicht al staande te bewaren. Ze strekte één voor één de pootjes, zoals atleten, vooraleer een sprintje te plaatsen. Daar was ze blijkbaar nog niet aan toe. Moeder ree bleef haar bemoedigend aankijken, terwijl de wolf zich met, de klauwen vooruit, uitstrekte om een snelle loop te kunnen starten.
    De moeder aaide de pasgeborene met het hoofd in de nek van haar dochter. Ze deed twee stappen voorwaarts om een voorbeeld te geven. Een takje dat krakte ontging haar niet, ze keek om naar de kleine, haar lippen trilden. Dit gebaar begreep het deerntje, ze begon onmiddellijk aan haar eerste sprint aan de zijde van haar moeder.
    Woest stampte de wolf op de tak die hem had verraden.

26 oktober 2024

Krol en Kwispel

Er was een tijd dat de mensen de taal van de dieren nog begrepen. Wanneer een poes niet vriendelijk was tegen een hond, dan kon een persoon horen waarom deze lieve diertjes toch zo onhebbelijk waren tegen elkaar.
    Nu denken wij dat kat en hond een andere taal spreken en ze elkaar niets kunnen uitleggen. Niets is minder waar; de poes die haar rug krolt en precies aan het blazen is? Haar tanden aan de hond laat zien? Zegt eigenlijk zeer vieze woordjes tegen dat lieve beest.
    In die lang vervlogen tijd durfde de mens die erbij stond, luisteren en vragen om op een beleefde manier uit te leggen wat het probleem was voor de poes. Wanneer hij haar troostte en daarbij lieftallig aaide, zachtjes sprak en op geduldige wijze verder bleef horen naar de poes en het antwoord van de hond, en af en toe een vraag stelde, werden de diertjes meestal dikke vrienden.

De poes strekte haar nagels graag uit, en plantte die dan in de grond om zich zeer stevig en machtig te voelen. Voor het hondje kwam dit zeer bedreigend over. Die zakte dan door de voorpoten om met de staart tussen de achterpoten op de grond te liggen. Gespannen wachtte hij de reactie van de poes af.

Door de troostvolle woorden van het mensje kwamen beide tijdelijk tot rust. Zo kon de poes haar boosheid verklaren. De hond keek verwonderd, besefte dat hij fout had gedaan. Hij had toch niet geblaft! Hij was toch niet dreigend rond de poes beginnen kruipen! Waarom was dat poesje dan boos? Hij begreep het niet.

Het menskind dat er eerst bij was, wist niet goed wat ze zou zeggen. Gelukkig kwam haar mama eraan. Zoals naar haar eigen kinderen, keek zij naar de dreigende poes en de bange hond. Zo bleef ze een tijd doordringend kijken tot de aandacht van poesje en hondje naar haar bewegingen ging. Mama nam haar dochter in de arm, troostte haar omdat zij het niet begreep. Nu vroeg ze aan de poes, zoals haar dochtertje ook gedaan had, wat de reden van de boosheid van het poesje was. De poes keek verwonderd naar de mama omdat die niet boos werd. Ze begon kopjes te geven aan het kind.
    Maar nee poesje, nu ben je lief. Maar waarom was je boos op het hondje?’   
     Miauw’, zei de poes op een klaaglijke manier, ‘miauw, ik weet het niet meer!’
    Ach’, zei het hondje, ‘ik denk dat het is omdat we regelmatig onze agressie kwijt moeten. En wie is daarvoor het beste slachtoffer?’
    Mama en Liesje keken verwachtingsvol naar Krol de poes. Die bleef met haar kopje tegen het been van mama schuren, terwijl ze haar staart langzaam heen en weer bewoog.
    Kwispel, de hond, zette zich afwachtend op zijn poep. Natuurlijk wilde ook hij weten of de poes echt boos was geweest.
    De drie paar ogen bleven nu rustig kijken naar Krol, die zich krampachtig tegen het been bewoog. Lang mocht mama dit niet laten duren, de beestjes zouden niet meer tegen elkaar durven spreken als ze geen oplossing bood.
    Is het niet dat je eigenlijk niet boos was, maar niet wist hoe je Kwispel moest vragen om te spelen?’ vroeg ze aan Krol, de poes.
    Likkebaardend knikte deze. Met gestrekte pootjes ging ze naar het hondje en aaide hem met haar hoofdje.

04 september 2024

tijd

uren kan ik lopen, slenteren, talmen
waar naartoe heeft geen belang
mijn tijd zal ik niet verdoen
zoeken om te vinden, doe ik niet

ik moet niet presteren, renderen
met wat ik heb, ben ik tevreden
ik wil niet pronken met wat ik heb
bezit is het gif dat ik weiger

vriendschap is het enige ik nodig heb
dat kan ik bij jou vinden
dat bewijzen we keer op keer
ook wanneer het tegenzit

30 juli 2024

daar zit je

daar zit je
stil
stil alleen

daar zit je
met een blos op je wangen
half gesloten ogen
je mond prevelt
zonder woorden

daar zit je
stil
stil alleen
gelukkig te zijn

03 juni 2024

klein meesje

Enkele weken zagen we je ouders af en aan vliegen. Tot we je hoorden piepen wisten we niet waaraan we ons konden verwachten. De laatste dagen was er een hels kabaal. Je ouders bleven veel langer aanwezig en vlogen af en aan in het kotje. Leven in het huisje, zo wisten wij. We zagen je ouders ook van de zaden pikken en met kleine stukjes in het huisje verdwijnen. Een paar dagen was het een af en aan vliegen. Ook merkten we een wijzigende voorkeur, nu pikten ze ook af en toe van de pindapasta.

    Maar jij bleef verborgen. Toch gaf het af en aan vliegen met op de achtergrond een hevig gepiep, ons de zekerheid dat onze verwachting snel zou worden bevredigd.
    Daar was je dan. Verdwaasd bleef je in het ronde toegangsgaatje zitten kijken naar de omgeving. We zagen je proberen je vleugeltjes wat te strekken. Moeilijk natuurlijk om ze helemaal uit te spreiden in het kleine ronde deurtje. Je tijd was wel gekomen om op verkenning te gaan. Met een sprong en proberen de vleugeltjes open te krijgen, duikelde je uit het nest op het terras. Benieuwd begon je te zoeken en af en toe je strekte je de vleugeltjes. Hoger dan 10 cm kwam je nog niet. Je zocht beschutting en kroop achter een bloemenbak. Zelfs je ouders vonden je niet meer.
    Stil, verscholen achter onze ramen, hielden wij dit kleine schouwspel in het oog. Toch was een kort toiletbezoek voldoende voor jou om te verdwijnen.
    Goede vaart en prettig leven, jong meesje.