boodschappen
Het
duurt even voor ze gevonden heeft waarvoor ze naar de supermarkt
gekomen is. Aan de kassa spreken jongeren in een vreemd taaltje tegen
haar. Ze verstaat ze niet, nerveus wordt ze er wel van. Willen die
iets van haar, of ‘heb ik iets fout gedaan?’ Met twee
volgestouwde tassen verlaat deze dame op leeftijd de supermarkt.
Regelmatig moet ze deze neerzetten om even uit te blazen, zodat ze de
mensen in de omgeving kan bekijken.
De
jongeren van aan de kassa komen nu naar buiten en hebben haar
schijnbaar gezien, want ze komen haar richting uit. Verschrikt neemt
ze haar last terug op en zo snel ze kan stapt ze verder. Vanaf nu
kijkt ze bezorgd om zich heen. Bepaalde mensen blijft ze langer
aanstaren. Wanneer dezen terugkijken, versnelt ze haar stap. Meer en
meer begint ze de voorbijgangers te begluren. Verborgen onder haar
hoedje observeert ze iedereen. Aan het eerste kruispunt zet ze met
een zucht de te zware zakken neer.
Aan
de overkant zijn een paar donkerder jongens veel lawaai aan het
maken. Ze moet deze passeren, met die zware tassen kan ze geen omweg
maken. Toch blijft ze langer wachten, twijfelend of ze wel langs die
jongens zal lopen. Voor alle zekerheid kijkt ze achterom of daar ook
al geen donkerder personen zijn die haar aan het achtervolgen zijn.
Toch
niet, ze pakt haar tassen en zo snel ze kan steekt ze over. Uit
voorzorg neemt ze de zijkant van het voetpad, zo ver ze kan van die
amokmakers verwijderd. Gelukkig zeggen of doen ze niets. Toch
versnelt ze haar pas nogmaals. Ze durft niet meer om te kijken en
loopt zo snel mogelijk naar de volgende hoek, waar ze iets verder
woont. Als daar maar weer geen onbetrouwbare mannen rondhangen.
Hijgend
kijkt ze toch achterom en ziet rechts van haar een struise donkere
man afkomen. Die lacht zijn tanden helemaal bloot, wat is die van
plan? Ze wendt haar gezicht geschrokken af en steekt de straat
onverhoeds over. Die man achtervolgt haar , sneller kan ze echter
niet meer. Ze struikelt bijna over de opstap en moet even blijven
staan om haar evenwicht te herstellen.
” Mevrouw
Willemse!” – hoort ze achter zich zeggen – “mevrouw
Willemse.”
Geschrokken
en met een bang kloppend hart kijkt ze om. Daar staat die man, hoe
kent hij haar naam?
” Mevrouw
Willemse, wil ik even uw zakken tot thuis dragen. Ze zijn duidelijk
te zwaar voor u.”
Wat
bedoelt hij daar nu mee? Hoe weet hij waar ik woon? En kan ik dat
zomaar vertrouwen? Je hoort en leest er meer dan voldoende over de
laatste tijd.
Ze
neemt haar tassen snel op en probeert terug te vertrekken. Die man
heeft echter reeds een tas gegrepen , waardoor die uit haar hand
schiet.
“Kom
geef de andere tas ook maar, zo kan jij je sleutel al nemen voor je
appartement.”
Verbouwereerd
kijkt de dame nogmaals naar die man. Ze voelt zich hulpeloos met de
afgenomen zakken. Toch volgt ze hem zo snel mogelijk, ze wil haar
boodschappen terug. De man heeft de deur van het appartementsgebouw
geopend en komt nu terug naar haar toe.
Hij reikt haar een arm en
zegt: “Kom,
steun even op mij tot thuis. Ik maak je direct een lekkere tas thee,
zoals ik de laatste keer gemaakt heb.”