13 februari 2021

spektakelterras

 

meesjes zien we elke dag

komen hier hun portie noten eten

soms zagen we een merel op zoek

en die de mezen wegjoeg

als groot ander dier


deze vrieskou zien we de mezen

en ook de merel is niet meer alleen

ook musjes komen op bezoek

nu zijn wij de grote boeman

die ze wegjaagt wanneer we buiten komen


toch zitten ze zalig dicht bijeen

eten niet van hetzelfde

de merel probeert zoals een kolibri

al fladderend meelwormpasta te eten

mezen pikken elkanders goed

mussen blijven onverschillig

eten wanneer het hen toekomt


zo beleven wij een spektakelterras

06 november 2020

klein venijnig ding

Flinterdun, microscopisch klein, geen gewicht, zo is het begonnen. Nooit wilde het zich ergens nestelen, steeds wilde het de verre einders verkennen. Op zoek was het niet, neen. Iets ontdekken door rond te dolen, dat was de bedoeling. Het maakte niet uit wat ontdekt zou worden. Bewegen, de omgeving bezoeken zo ver als mogelijk. Dat was de enige bedoeling. Of het wel de intentie had, of het ding een opvatting of opzet had, dat deed helemaal niet ter zake.Eerst was het nog ze klein dat het niet wist of het nu door vocht of met een luchtstroom werd meegedreven. Overal kon het naar toe, en vol nieuwsgierigheid liet het zich meedrijven. Soms werd een smak tegen een wand gemaakt, maar door de gewichtloosheid kon dat niet deren. Alle uiteinden werden bezocht. Immense afstanden werden afgelegd door de kleinheid. Bij het ademen werden wel voedingsstoffen opgenomen waardoor stilaan verdikking ontstond. Maar toch bleef het zo klein en zeer fijn. Petieterig in omvang zodat er geen hindernissen kwamen. Of er een einde was, deed er niet toe. Hoe zou het dit kunnen weten op deze ontdekkingsreis. Alles zag er zo eender uit. Dat het wel verschillende richtingen werd uitgeduwd was zeker. Of het ergens belandde, daar interesseerde het zich niet in. Het werd toch mee weggezogen naar ergens anders. Snel werd vooruit gekomen, indrukken opgedaan. Langzaamaan kwam er gewicht en omvang bij. Kleine doorgangen werden te smal. Dit werd nog niet direct opgemerkt omdat er steeds een andere weg open lag. Toch begon de indruk te ontstaan dat er geen snelheid meer kon gemaakt worden. Van groeien had het geen besef, alles bleef immens. En toch werd meer en meer hinder ervaren bij het ontdekken van de omgeving.
    Leek het nu niet dat die rode en witte bollen kleiner werden? Er tussen glippen werd steeds moeilijker. Een eigen weg zoeken werd de nieuwe opdracht. Nieuwe normen die moesten worden gerespecteerd. Regelmatig waren kolonies witte bollen verzameld. Als in commando hinderden ze het minuscule ding meer en meer. Ook zij werden wel door de enorme machine voortgeduwd. Aan de stroming was geen ontkomen aan. Hoe groter en zwaarder hoe meer hinder er kwam om snelheid te maken. Hoe dichter bij de machine, hoe beter de ritmische stuwing gevoeld werd. Dit gaf een tintelende sensatie.
    Graag bleef het daar in de buurt, maar dit lukte niet door de kracht waarop het werd voortgeduwd. Bonkend bleef de aandrift in één richting duwen, tot de stuwing minderde en een zijweg een uitweg bood. Vreemd genoeg kwam dit pad dan terug aan een grotere laan waarmee het terug naar het kloppende apparaat werd geleid. De rode bolletjes hadden zich hier blijkbaar tegoed gedaan aan voedsel, zij kwamen feller tevoorschijn. Ook bij de witte bollen verdween daar de vaalheid.            Gelaten werd het meegenomen op de tocht. Plots werd het frisser. Er kwam precies van overal wind. De bolletjes zochten bescherming bij elkaar en bibberend werd de kleur weer frisser. Niet alleen een wind was voelbaar, het trekken en duwen langs alle kanten maakte dat elkeen over elkaar buitelde en dat een schijnbare rangorde een wanorde werd. Gelukkig duurde dit maar even. Dit was echter een mooie plek om vast te klampen. Het ding was groter geworden en kon zich in een smalle opening vastzetten. Rode bollen bleven opgetogen en rolden over elkaar naar een volgend spektakel.
    Witte bollen die hier nog mooi wit waren, bleven rondom dartelen. Wanneer het niet te houden was, kwam een volgende batterij hen vervangen. Het ding werd meer en meer omsingeld door witte bollen die zich begonnen in te vreten. Het ding had voldoende voedsel opgenomen en kon zich een hele tijd verweren. De witte bollen kwamen steeds in grotere aantallen, zogen zich in het ding vast tot ze vaalwit werden. Verdwenen zodat een volgende witte brigade vaalwit kon worden. Dit voelde echt als een aanval waar niet aan te ontkomen was. Hoe meer het ding zich vastklampte, hoe minder voedsel het kreeg en hoe sneller het werd leeggezogen. Het voelde zich verzwakken en bleef leeg aan de wand kleven. De laatste witte bol deed zich nog uitbundig tegoed en verkleurde extra met de laatste restanten.

De colonne vaalwitte bollen verdween om zich te gaan opfrissen.

12 oktober 2020

ver verleden

 

die mooie open velden

met in de verte stukken bos

verdeeld in weiland

en akkers vol monocultuur


laten al jaren restanten staan

te stevig om te verdwijnen

gewapend beton waarvan

ook het gebeurde niet vergaat


een kleine opening

half verscholen in de grond

hoeveel mannen zochten hier beschutting

weg van het artillerievuur


of … is hier niets gebeurd

bleef de bunker onbewoond

geschiedenis zal het vertellen

maar die wordt niet meer aangeleerd

02 oktober 2020

gelukzaligheid

 Met een brede glimlach kijkt hij naar de hemel waar hij tussen de donkergrijze wolken eindelijk de zon weer kan begroeten. Een vale schijn begint terrein te veroveren en breekt met hernieuwde moed spatje per spatje het wolkendek open. Het vraagt duidelijk een grote inspanning om de donkerte rondom een lichtere teint te geven, maar vol goede hoop blijft hij dit boeiende schouwspel volgen. De opstoten van onweders die afgewisseld werden met korte opklaringen, bleven steeds te lang duren om neerslachtigheid om te buigen. Het was geen hartverwarmende tijd waarin mistige wolken mogelijke opklaringen verdrongen.

Nu verschijnt de klaarheid meer en meer aan de hemel en de eerste prille straal van warmte bereikt hem. Hij voelt dat zijn verkleumde huid de kilheid maar graag zou kwijtspelen. De grauwheid van bemorste lucht begint te zuiveren en uit zijn denken verdwijnen ook de neerslachtige gedachten die hij tot nu voelde. Zijn hoofd heeft als eerste de koude verslagen en de opkomende warmte neemt stukje bij beetje bezit van zijn hele lichaam. Steeds opgeluchter voelt hij hoe zijn longen de nog frisse lucht verwelkomen. In alle vrijheid zwaait hij zijn armen in het rond. Zijn tenen en vingers beginnen te tintelen en de gevoelloosheid verdwijnt. Elk spiertje dat opwarmt brengt hem meer en meer in verrukking, zijn gezicht begint te stralen van gelukzaligheid.

Het zonlicht heeft de bovenhand genomen. De wolken smelten als sneeuw.

01 juni 2020

haiku 8

 

Voetgangers, fietsers

de straat is rustig, veilig

auto’s verdwenen