19 oktober 2019

onbevlekt verlangen

 

hevige dromen met vreemde gedachten
herinneringen die niet weg willen
vreemde en onvoorspelbare uitingen
die nooit verzonnen worden als reactie
en toch is het de slotsom
van ongewilde fantasieën
die tot me komen als ik
met onbevangen jolijt
een nacht heb doorgebracht
zoals ik die nog nooit beleefde

onbevlekt verlangen

03 oktober 2019

eenzaam

 

Verdwijn tussen de wolken

Laat je meevaren met een bliksem

En doorsta daarbij alle gedonder



Je bent verdwenen van de aarde

Weggelopen van menselijk contact

Tevreden met je eenzaamheid



Getroffen door wat woorden

Die iemand tot je sprak

Die je misschien hebt misbegrepen

En daarom verdraag je nu je lot

04 september 2019

school is uit

 

knipperen met de ogen

verblind door het felle licht

van die auto in de bocht

onverhoeds, niet vertragen


rijden als snelheidsduivel

aan de school die net uit is

kinderen komen joelend buiten

onverhoeds, zonder omzien


ouders grijpen naar die bengels

manen hen tot voorzichtigheid

terwijl een bompa opzij moet springen

voor die auto, uit zelfbescherming


einde

brombeer

Wat een brombeer. Telkens iemand uit de groep een voorstel doet, horen wij hem op een grommende manier zijn tegenkanting kenbaar maken. Niet dat we duidelijke woorden horen, zijn spraakorgaan blijft gesloten. In het iets lager gelegen keelgedeelte lijkt steeds een opkomende storm in aantocht. Wanneer het laag begint, is ook de toon laag. Hoe hoger de klank vertrekt, hoe hoger de toon. De hoge tonen zijn uitzonderlijk, en worden met pruttelende lippen, speekselbellen spetterend, beëindigd. De lage tonen overheersen en blijven lang nagalmen. Door de tegenstem moet telkens een nieuw idee gezocht worden. Toch blijft de stemming lang uitbundig. Nieuwe voorstellen borrelen regelmatig op. De meest spontane worden met gejuich onthaald. Behalve door de brombeer. We horen alleen zijn speciale manier van afkeuren. Naarmate de tijd vordert, komt zijn mening steeds duidelijker tot uiting. Het gebrom wordt luider en luider. De slag om frisse ideeën lijkt gestreden, alleen de voorsteller kan er nog mee akkoord gaan. De groep kijkt elkaar beteuterd aan.
    ‘Zeg Peter, heb jij geen idee? Alleen maar grollen helpt ons niet vooruit.’ Met een snok komt Peter ’s hoofd omhoog. Met waterige ogen kijkt hij rond. Bij elk gezicht houdt zijn blik halt. Dan knikt hij even en draait hij naar een volgende kennismaking. Ook daar volgt hetzelfde ritueel, fletse ogen blijven een tijd staren, de knik met het hoofd, de speurtocht wordt verdergezet.
    De mondhoeken blijven naar beneden gericht en als een vis in troebel water komt daar nog geen beweging in. Uit zijn buik vertrekt een nieuwe luchtstoot langs de borrelende keel. Het geluid verplaatst zich langzaam naar boven. In de mond eindigt deze met een bijna knorrend geluid. Plots haalt hij snel een zakdoek tevoorschijn. Met een vertrokken gezicht houdt hij deze een tijd voor zijn mond.
    Met een diepe zucht veegt hij laatste restanten weg en propt zijn gevulde zakdoek weg. Wanneer het leed geleden lijkt, vouwt hij deze weer open, inspecteert de groene slijminhoud met een gezicht alsof hij terug gaat kokhalzen, klapt deze vieze brij nu samen en steekt die veilig in zijn broekzak. Zijn handen wrijft hij over zijn broek, bekijkt ze even, draait de handpalmen naar boven en herhaalt dit ritueel. Na enkele droge oprispingen laat hij zijn handen rusten tussen zijn benen.
    Hij richt zijn troebele blik naar boven: ‘Sorry, wat vroeg je?’

03 september 2019

verdwijn tussen de wolken 

Verdwijn tussen de wolken

Laat je meevaren met een bliksem

En doorsta daarbij alle gedonder



Je bent verdwenen van de aarde

Weggelopen van menselijk contact

Tevreden met je eenzaamheid



Getroffen door wat woorden

Die iemand tot je sprak

Die je misschien hebt misbegrepen

En daarom verdraag je nu je lot