04 september 2019

brombeer

Wat een brombeer. Telkens iemand uit de groep een voorstel doet, horen wij hem op een grommende manier zijn tegenkanting kenbaar maken. Niet dat we duidelijke woorden horen, zijn spraakorgaan blijft gesloten. In het iets lager gelegen keelgedeelte lijkt steeds een opkomende storm in aantocht. Wanneer het laag begint, is ook de toon laag. Hoe hoger de klank vertrekt, hoe hoger de toon. De hoge tonen zijn uitzonderlijk, en worden met pruttelende lippen, speekselbellen spetterend, beëindigd. De lage tonen overheersen en blijven lang nagalmen. Door de tegenstem moet telkens een nieuw idee gezocht worden. Toch blijft de stemming lang uitbundig. Nieuwe voorstellen borrelen regelmatig op. De meest spontane worden met gejuich onthaald. Behalve door de brombeer. We horen alleen zijn speciale manier van afkeuren. Naarmate de tijd vordert, komt zijn mening steeds duidelijker tot uiting. Het gebrom wordt luider en luider. De slag om frisse ideeën lijkt gestreden, alleen de voorsteller kan er nog mee akkoord gaan. De groep kijkt elkaar beteuterd aan.
    ‘Zeg Peter, heb jij geen idee? Alleen maar grollen helpt ons niet vooruit.’ Met een snok komt Peter ’s hoofd omhoog. Met waterige ogen kijkt hij rond. Bij elk gezicht houdt zijn blik halt. Dan knikt hij even en draait hij naar een volgende kennismaking. Ook daar volgt hetzelfde ritueel, fletse ogen blijven een tijd staren, de knik met het hoofd, de speurtocht wordt verdergezet.
    De mondhoeken blijven naar beneden gericht en als een vis in troebel water komt daar nog geen beweging in. Uit zijn buik vertrekt een nieuwe luchtstoot langs de borrelende keel. Het geluid verplaatst zich langzaam naar boven. In de mond eindigt deze met een bijna knorrend geluid. Plots haalt hij snel een zakdoek tevoorschijn. Met een vertrokken gezicht houdt hij deze een tijd voor zijn mond.
    Met een diepe zucht veegt hij laatste restanten weg en propt zijn gevulde zakdoek weg. Wanneer het leed geleden lijkt, vouwt hij deze weer open, inspecteert de groene slijminhoud met een gezicht alsof hij terug gaat kokhalzen, klapt deze vieze brij nu samen en steekt die veilig in zijn broekzak. Zijn handen wrijft hij over zijn broek, bekijkt ze even, draait de handpalmen naar boven en herhaalt dit ritueel. Na enkele droge oprispingen laat hij zijn handen rusten tussen zijn benen.
    Hij richt zijn troebele blik naar boven: ‘Sorry, wat vroeg je?’

03 september 2019

verdwijn tussen de wolken 

Verdwijn tussen de wolken

Laat je meevaren met een bliksem

En doorsta daarbij alle gedonder



Je bent verdwenen van de aarde

Weggelopen van menselijk contact

Tevreden met je eenzaamheid



Getroffen door wat woorden

Die iemand tot je sprak

Die je misschien hebt misbegrepen

En daarom verdraag je nu je lot


23 april 2019

dorst

 

een drankje alstublieft

warm of koud

het blijft gelijk

ik wil wat drinken, ‘k heb zo’n dorst

eender wat kan mij laven

bakje troost, glazen boterham

alles zal mij smaken

dank u meneer

tot een volgende keer

03 maart 2019

verdwijn tussen de wolken

Verdwijn tussen de wolken
Laat je meevaren met een bliksem
En doorsta daarbij alle gedonder
Je bent verdwenen van de aarde
Weggelopen van menselijk contact
Tevreden met je eenzaamheid

Getroffen door wat woorden
Die iemand tot je sprak
Die je misschien hebt misbegrepen
En daarom verdraag je nu je lot

12 februari 2019

Carla en Dirk

     Zou je schrikken wanneer ik zeg het niet leuk te vinden je terug te zien?’
    Euh, wat? Wat bedoel je? Is dit een bedreiging of zo? Meen je het echt?’
    Ach schat, het bewijst dat je me nog steeds graag ziet. Je schrok duidelijk.’
    Je zou voor minder. Waarom stelde je die vraag eigenlijk?’
    Zomaar. … Ik …’ 
    Hoe zomaar? Ik was bijna kwaad geworden. Hoe durf je zulke botte vragen te stellen? Het was heel kwetsend, weet je!’
    Oh sorry. Je zegt dat je bijna kwaad geworden bent. Zou je het woordje ‘bijna’ niet even laten vallen? Echt, het was niet bedoeld om je boos te krijgen, zeker niet. Wat heb ik daaraan. Ruzie maken of niet meer spreken, geen van beide reacties zou leuk zijn. En ik wilde deze fijne avond zeker niet vergallen.’
    En toch is het je gelukt. Ik hoor hier liever prettiger dingen dan zo’n vreemde vraag.’
    Schatje, schatje. Mag ik vragen om dit te vergeten. Ik ben er volledig van overtuigd dat je mij nog steeds graag ziet. Het was zeer dom van mij om het op deze manier uit te testen. Het was voor niets nodig. Ik wist het gewoon.’
    Ondertussen is het niet alleen Carla die naar Dirk kijkt. De twee oudere dames die een rijstdessert aan de tafel naast hen aan het eten zijn, kijken afwisselend naar Dirk, Carla en de vriendin aan de overzijde. Bij de laatste verschijnt een lachje om de lippen wanneer de ogen elkaar ontmoeten. Carla en Dirk merken dit ook en kijken elkaar nu ook even in de ogen. Bij beide krullen de mondhoeken zachtjes naar boven. Plots begint Carla luidop te gieren, onmiddellijk bijgestaan door Dirk. Nu kunnen ze elkaar niet meer aankijken of ze proesten het nog erger uit. Gelukkig heeft de ober net de borden van het hoofdgerecht afgeruimd of ze hadden mogelijk brokken gemaakt. En ook gelukkig dat ze het beide vandaag bij water hielden, die glazen staan stabieler op de tafel. Carla zit te dicht en haar buikbeweging brengt het tafelblad aan het trillen. Wijnglazen zouden gesneuveld zijn bij deze schuddende beweging.
    De twee dames kijken nogmaals naar elkaar. De oudste, zo lijkt het toch, trekt haar schouders even op. De ander verroert, bijna bewegingloos, haar hoofd. Duidelijk dat ze reeds lang met elkaar optrekken, ze hebben niet veel nodig om elkaar te begrijpen. Bij het zoveelste lachsalvo verschijnt toch een glimlach bij de jongste. Ze buigt zich voorover om iets te fezelen tegen de ander. Toch blijkt ze onvoorzichtig. Een glas cava twijfelt op het voetje, een kleine slok verspreidt zich op het tafeltje.
    Dirk merkt dit en verslikt zich bij het lachen. Een hoestbui neemt meesterschap zodat hij de concentratie helemaal kwijt is. Ook zijn sterkere glas kan zich niet rechthouden wanneer hij met een bruuske beweging zijn rechterarm naar de mond brengt en het even aanraakt. Het klettert op de grond.
    Carla smoort het hoesten op een fluweelzachte manier door met ietwat geopende lippen deze van Dirk te beroeren.

Scherven brengen geluk