23 april 2019

dorst

 

een drankje alstublieft

warm of koud

het blijft gelijk

ik wil wat drinken, ‘k heb zo’n dorst

eender wat kan mij laven

bakje troost, glazen boterham

alles zal mij smaken

dank u meneer

tot een volgende keer

03 maart 2019

verdwijn tussen de wolken

Verdwijn tussen de wolken
Laat je meevaren met een bliksem
En doorsta daarbij alle gedonder
Je bent verdwenen van de aarde
Weggelopen van menselijk contact
Tevreden met je eenzaamheid

Getroffen door wat woorden
Die iemand tot je sprak
Die je misschien hebt misbegrepen
En daarom verdraag je nu je lot

12 februari 2019

Carla en Dirk

     Zou je schrikken wanneer ik zeg het niet leuk te vinden je terug te zien?’
    Euh, wat? Wat bedoel je? Is dit een bedreiging of zo? Meen je het echt?’
    Ach schat, het bewijst dat je me nog steeds graag ziet. Je schrok duidelijk.’
    Je zou voor minder. Waarom stelde je die vraag eigenlijk?’
    Zomaar. … Ik …’ 
    Hoe zomaar? Ik was bijna kwaad geworden. Hoe durf je zulke botte vragen te stellen? Het was heel kwetsend, weet je!’
    Oh sorry. Je zegt dat je bijna kwaad geworden bent. Zou je het woordje ‘bijna’ niet even laten vallen? Echt, het was niet bedoeld om je boos te krijgen, zeker niet. Wat heb ik daaraan. Ruzie maken of niet meer spreken, geen van beide reacties zou leuk zijn. En ik wilde deze fijne avond zeker niet vergallen.’
    En toch is het je gelukt. Ik hoor hier liever prettiger dingen dan zo’n vreemde vraag.’
    Schatje, schatje. Mag ik vragen om dit te vergeten. Ik ben er volledig van overtuigd dat je mij nog steeds graag ziet. Het was zeer dom van mij om het op deze manier uit te testen. Het was voor niets nodig. Ik wist het gewoon.’
    Ondertussen is het niet alleen Carla die naar Dirk kijkt. De twee oudere dames die een rijstdessert aan de tafel naast hen aan het eten zijn, kijken afwisselend naar Dirk, Carla en de vriendin aan de overzijde. Bij de laatste verschijnt een lachje om de lippen wanneer de ogen elkaar ontmoeten. Carla en Dirk merken dit ook en kijken elkaar nu ook even in de ogen. Bij beide krullen de mondhoeken zachtjes naar boven. Plots begint Carla luidop te gieren, onmiddellijk bijgestaan door Dirk. Nu kunnen ze elkaar niet meer aankijken of ze proesten het nog erger uit. Gelukkig heeft de ober net de borden van het hoofdgerecht afgeruimd of ze hadden mogelijk brokken gemaakt. En ook gelukkig dat ze het beide vandaag bij water hielden, die glazen staan stabieler op de tafel. Carla zit te dicht en haar buikbeweging brengt het tafelblad aan het trillen. Wijnglazen zouden gesneuveld zijn bij deze schuddende beweging.
    De twee dames kijken nogmaals naar elkaar. De oudste, zo lijkt het toch, trekt haar schouders even op. De ander verroert, bijna bewegingloos, haar hoofd. Duidelijk dat ze reeds lang met elkaar optrekken, ze hebben niet veel nodig om elkaar te begrijpen. Bij het zoveelste lachsalvo verschijnt toch een glimlach bij de jongste. Ze buigt zich voorover om iets te fezelen tegen de ander. Toch blijkt ze onvoorzichtig. Een glas cava twijfelt op het voetje, een kleine slok verspreidt zich op het tafeltje.
    Dirk merkt dit en verslikt zich bij het lachen. Een hoestbui neemt meesterschap zodat hij de concentratie helemaal kwijt is. Ook zijn sterkere glas kan zich niet rechthouden wanneer hij met een bruuske beweging zijn rechterarm naar de mond brengt en het even aanraakt. Het klettert op de grond.
    Carla smoort het hoesten op een fluweelzachte manier door met ietwat geopende lippen deze van Dirk te beroeren.

Scherven brengen geluk


09 februari 2019

schijnvertoning

Een grote man met Elvisbakkebaarden komt op een imposante manier de trappen af van het vlindergebouw te Antwerpen. Trede per trede met zijn hoofd rustig meedraaiend, overschouwt hij de omgeving. Vooraleer hij aan de afdaling begon inspecteerde hij de omgeving op kijklustigen. Nog niet alle ogen waren op dat moment op hem gericht. Door zijn trage bewegingen en zijn priemende ogen blijven de blikken op hem gericht. Degene die nog niet keek, wordt door de algemene kijklijn meegezogen. Halverwege blijft de reus staan, met opgetrokken bovenlip inhaleert hij diep door zijn neus. Rustig dwaalt zijn blik nu over de menigte. Wanneer de ingezogen lucht traag door zijn nauwelijks geopende mond is ontsnapt, blijft hij nog even rondkijken vooraleer zijn rechterbeen terug aan de dalende richting begint. Altijd zeer rustig nadert hij de vijfde laatste trede, waar hij blijft stilstaan, zijn twee duimen achter de met nepedelstenen versierde broeksriem haakt, zijn lange glinsterende, wit met blauwe streep, mantel opzij schuift en nogmaals diep inademt. Vanop die vijfde trede torent deze grote struise man boven de mensenzee. Niet alleen van de aangekomen trams, ook uit de nabijgelegen hogeschool zijn ondertussen zoveel mensen op het plein toegekomen, dat ze dicht bij elkaar moeten staan.
    Een lichte glimlach trekt over zijn lippen terwijl hij wacht tot nog een tram de lading heeft gelost.
    Jullie zullen allemaal wel weten waarom jullie zo massaal naar hier kwamen. Uiteraard, anders waren jullie hier niet zo talrijk geweest. Daarvoor ben ik zeer blij.’
    De blikken van sommige mensen wenden zich even weg om elkaar aan te kijken met een knikkend hoofd.‘En toch’, vervolgt hij,’zal ik de meesten moeten teleurstellen. Ik beloofde wel dat vandaag de rechtspraak eindelijk recht zou spreken, maar activistische rechters durven hiervan af te wijken.’
    Een ‘oh’ en ‘ah’ en andere verontwaardigde klanken stijgen uit de massa.
    Activistische rechters zijn het ergste kwaad dat onze eerlijke rechtstaat kan schaden, dat weten jullie allemaal. Daarom ben ik nu naar buiten gekomen om jullie deelachtig te maken vooraleer ik naar het parlement vertrek. Ik neem het niet dat rechters onze partij ten schande maken door negatieve uitspraken te doen die ons volk zullen schaden. Daarom zal ik de eerste minister verplichten hiertegen op te treden.’
    Een daverend applaus valt hem ten deel. Met een scheefgetrokken mond lacht hij naar iedereen terwijl hij zijn rechterhand licht over de hoofden laat zwaaien. Uit het niets zijn vier afgetrainde bodybuilders verschenen die rond hem meelopen naar een klaarstaande geblindeerde BMW. Terwijl deze wegscheurt van het plein, waarbij enkele omstaanders weg moeten springen om niet geraakt te worden, ontstaat een luid handgeklap met enkele fluiters en ‘bravo’- roepers daartussen.

02 februari 2019

appel

 

Wat vreemd, denkt de gele appel.

Wat een donkere kleur heeft mijn buur.

Zou die wat ziek zijn, of is dat

dan toch geen appel zoals ik?


Waarom heb jij zo een vreemde kleur,

vraagt de gele aan de gevlamde appel.

Maar ik heb geen vreemde kleur, jij zal

later ook zo worden als ik, is het antwoord.


Ik ben ook geel geweest,

Ik wilde er verleidelijk uit zien.

Mijn kaken blozen nu altijd,

daar voel k mij veel beter bij.


Rita heeft zin in die gele appel.

Om later toch keuze te hebben

legt ze een groene appel in de mand.

Ze eet de gele appel smakelijk op.


De rode appel is wel heel erg geschrokken.

Die gele appel is nu verdwenen.

In de plaats kreeg hij een groene buur.

Zo een kleur heeft hij nog nooit gezien.


Wat een vreemde kleur heb jij, zegt de rode appel.

Ik ben stevig, sappig, krokant en ik blink,

antwoordt de groene appel fier.

Ik krijg nooit vlekken, zoals ik bij jou zie.


Altijd dezelfde kleur vind ik maar niets.

Bedroefd omdat hij toch niet zo verleidelijk was,

en in die fruitmand weer moet concurreren,

ergert hij zich nu een bruin plekje meer.