02 februari 2019

appel

 

Wat vreemd, denkt de gele appel.

Wat een donkere kleur heeft mijn buur.

Zou die wat ziek zijn, of is dat

dan toch geen appel zoals ik?


Waarom heb jij zo een vreemde kleur,

vraagt de gele aan de gevlamde appel.

Maar ik heb geen vreemde kleur, jij zal

later ook zo worden als ik, is het antwoord.


Ik ben ook geel geweest,

Ik wilde er verleidelijk uit zien.

Mijn kaken blozen nu altijd,

daar voel k mij veel beter bij.


Rita heeft zin in die gele appel.

Om later toch keuze te hebben

legt ze een groene appel in de mand.

Ze eet de gele appel smakelijk op.


De rode appel is wel heel erg geschrokken.

Die gele appel is nu verdwenen.

In de plaats kreeg hij een groene buur.

Zo een kleur heeft hij nog nooit gezien.


Wat een vreemde kleur heb jij, zegt de rode appel.

Ik ben stevig, sappig, krokant en ik blink,

antwoordt de groene appel fier.

Ik krijg nooit vlekken, zoals ik bij jou zie.


Altijd dezelfde kleur vind ik maar niets.

Bedroefd omdat hij toch niet zo verleidelijk was,

en in die fruitmand weer moet concurreren,

ergert hij zich nu een bruin plekje meer.

26 december 2018

 schrijven

Schrijverke, schrijverke doe zo voort

Zinnetjes vormen woord na woord

Duidelijk zijn zoals het hoort

Zinnig blijven met bagage aan boord



Zinnen en zinnetjes kruipen uit de pen

Vormen regels die ik nog niet ken

Scheppen diepere gedachten die ik herken

En ik schrijf maar voort zoals ik ben



Verhalen vertalen mijn eigen ik

Fictie verslaat die bange blik

Die opkomt wanneer ik iets intik

Misschien kwetsend voor zij waarop ik mik


24 december 2018

mug

 

vervelend beest

voor wie ben je goed?

voor wat ben je goed?

met de prik die je ons geeft


de kleine bloedtransfusie

met injectie van je gif

voor wie is dat goed?

weet je waarom je dat doet?


of is het pure passie

te prikken en te zuigen

ik hou niet van de steek

verhinder dat je dat nog doet


daarom klop ik je dood

voor wie is dat goed?

voor wat is dat goed?

weet ik wel waarom ik dat doe?

03 december 2018

zijkant

 

Kabouter wil niet spelen

Moet te hoog opkijken

Wil geen plezier delen

En niet van zijn plaats wijken


Blijf toch niet treuzelen

Amuseer je rot

De spelbederver is verloren

Als hij aan de kant blijft staan

27 november 2018

boodschappen

Het duurt even voor ze gevonden heeft waarvoor ze naar de supermarkt gekomen is. Aan de kassa spreken jongeren in een vreemd taaltje tegen haar. Ze verstaat ze niet, nerveus wordt ze er wel van. Willen die iets van haar, of  ‘heb ik iets fout gedaan?’ Met twee volgestouwde tassen verlaat deze dame op leeftijd de supermarkt. Regelmatig moet ze deze neerzetten om even uit te blazen, zodat ze de mensen in de omgeving kan bekijken.
    De jongeren van aan de kassa komen nu naar buiten en hebben haar schijnbaar gezien, want ze komen haar richting uit. Verschrikt neemt ze haar last terug op en zo snel ze kan stapt ze verder. Vanaf nu kijkt ze bezorgd om zich heen. Bepaalde mensen blijft ze langer aanstaren. Wanneer dezen terugkijken, versnelt ze haar stap. Meer en meer begint ze de voorbijgangers te begluren. Verborgen onder haar hoedje observeert ze iedereen. Aan het eerste kruispunt zet ze met een zucht de te zware zakken neer.
    Aan de overkant zijn een paar donkerder jongens veel lawaai aan het maken. Ze moet deze passeren, met die zware tassen kan ze geen omweg maken. Toch blijft ze langer wachten, twijfelend of ze wel langs die jongens zal lopen. Voor alle zekerheid kijkt ze achterom of daar ook al geen donkerder personen zijn die haar aan het achtervolgen zijn.
    Toch niet, ze pakt haar tassen en zo snel ze kan steekt ze over. Uit voorzorg neemt ze de zijkant van het voetpad, zo ver ze kan van die amokmakers verwijderd. Gelukkig zeggen of doen ze niets. Toch versnelt ze haar pas nogmaals. Ze durft niet meer om te kijken en loopt zo snel mogelijk naar de volgende hoek, waar ze iets verder woont. Als daar maar weer geen onbetrouwbare mannen rondhangen.
    Hijgend kijkt ze toch achterom en ziet rechts van haar een struise donkere man afkomen. Die lacht zijn tanden helemaal bloot, wat is die van plan? Ze wendt haar gezicht geschrokken af en steekt de straat onverhoeds over. Die man achtervolgt haar , sneller kan ze echter niet meer. Ze struikelt bijna over de opstap en moet even blijven staan om haar evenwicht te herstellen. 
    ” Mevrouw Willemse!” – hoort ze achter zich zeggen – “mevrouw Willemse.”
    Geschrokken en met een bang kloppend hart kijkt ze om. Daar staat die man, hoe kent hij haar naam?
    Mevrouw Willemse, wil ik even uw zakken tot thuis dragen. Ze zijn duidelijk te zwaar voor u.”
    Wat bedoelt hij daar nu mee? Hoe weet hij waar ik woon? En kan ik dat zomaar vertrouwen? Je hoort en leest er meer dan voldoende over de laatste tijd.
    Ze neemt haar tassen snel op en probeert terug te vertrekken. Die man heeft echter reeds een tas gegrepen , waardoor die uit haar hand schiet.
    Kom geef de andere tas ook maar, zo kan jij je sleutel al nemen voor je appartement.”
    Verbouwereerd kijkt de dame nogmaals naar die man. Ze voelt zich hulpeloos met de afgenomen zakken. Toch volgt ze hem zo snel mogelijk, ze wil haar boodschappen terug. De man heeft de deur van het appartementsgebouw geopend en komt nu terug naar haar toe. 
    Hij reikt haar een arm en zegt: Kom, steun even op mij tot thuis. Ik maak je direct een lekkere tas thee, zoals ik de laatste keer gemaakt heb.”