22 januari 2018

modern sprookje

Nog niet zo lang geleden werd een nieuwe woonwijk gebouwd, alleen voor jonge ouders. De huizen zijn rijkelijk uitgerust om de huishoudelijke karwei eenvoudig te houden, zodat na een zware dagtaak de werkende ouders toch nog even bij hun kinderen kunnen zijn. In de keukens is bijvoorbeeld aan alles gedacht om de kok van dienst het gemakkelijk te maken zodat er snel eten op tafel kan komen.
    Piet en Sonja zijn één van de gelukkige gezinnen die met hun kleine Emma, een meisje van vier, in één van deze droomhuizen wonen. Goedkoop is het wel niet, maar ze hebben beide een mooie baan. Veel vrienden zijn jaloers omdat zij zich deze woonst kunnen permitteren. Piet en Sonja hebben elkaar leren kennen op het kantoor. Als jong afgestudeerden werden zij gelijktijdig in het jonge bedrijf in volle uitbreiding aangenomen op een nieuw project. Het samenwerken verliep direct zeer vlot en zette zich snel verder na de uren. Natuurlijk willen zij van dit project het beste maken om zich samen met het bedrijf in die specialisatie te profileren. Wanneer het noodzakelijk is, zien ze er niet tegenop thuis verder te werken. Alles verloopt zoals gewenst en ze kunnen hun kleine dochter ook alles geven wat ze verlangt. Ook zijn zij fiere ouders die weten dat hun dochtertje heel gelukkig is. Ze is zo zelfstandig dat ze rustig alleen in de veranda op de tablet kan spelen, zodat zij samen in hun werkkamer naar de mooiste resultaten van het jaar kunnen werken.
    Terwijl Emma een konijnenspel op de tablet speelt, ziet ze achteraan in de tuin een levend exemplaar. Zou zij dit ook zo kunnen vangen zoals in het spel? Stilletjes opent ze de deur. Toch hoort het konijn dit en duikt weg. Op haar tippen sluipt Emma naar buiten en ziet twee grote oren boven het gras. Emma lacht, daar heeft ze haar speelkameraadje. Ze loopt er naartoe, maar natuurlijk schrikt het konijn en verdwijnt.
    Dat vindt Emma niet leuk en ze roept: “Mama, mama, kom eens kijken.”
    Ze blijft even wachten, maar hoort haar mama niet van de trap komen.
    Nieuwsgierig als ze is, rent ze naar het einde van de tuin waar ze dat dier gezien heeft. Verderop begint het bos, daar zal dat beest wel in verdwenen zijn. Emma blijft turen, ziet ze het? Ja daar, onder die struiken beweegt iets. Voorzichtig sluipt ze naderbij. Het konijn spitst even de oren en huppelt uit het zicht. Jij gaat mij niet ontsnappen, denkt Emma en verdwijnt ook tussen de bomen en struiken. Wat is het hier anders dan in dat nieuwe park hier verderop, waar ze soms met papa en mama komt. Hier zijn geen asfaltwegen en tussen de bomen groeien struiken en andere dingen die ze nog niet kent. Vreemd, daar liggen zelfs stukken boom, omgevallen of zo. Ze loopt verder en verder op ontdekking. Het is hier wel sprookjesachtig, vindt ze. Er groeien mooie bloemen, vreemde planten die ze voor het eerst ziet en zoveel verschillende bomen. Plots hoort ze stemmen. Hier in het bos? Mama heeft toch gezegd dat in een bos alleen dieren kunnen wonen. Nu hoort ze nog duidelijker stemmen. Benieuwd, maar toch een beetje bang, stapt zij in de richting van de stemmen.
    “Kiekeboe”. Verschrikt kijkt Emma op. Een meneer met een baard, lange haren en vuile kleren staat plots voor haar. Iets verderop staat nog zo iemand. Zij waren dus aan het praten.
    “Wat kom jij doen, lief meisje?” Die meneer is gebukt voor haar komen zitten en kijkt haar vragend aan.
    “Kom je op bezoek in ons kamp om te zien hoe wij hier overleven?”
    Mag ik wel tegen vreemde mensen praten, denkt ze. Dat heeft mama toch ten strengste verboden. Alleen als mama of papa er is, anders moet ze heel erg opletten. Emma knijpt haar lippen toe en met grote ogen kijkt ze rondom. Met allerlei platen op en tegen elkaar is een soort hut gebouwd. Tussen bomen hangen verschillende hangmatten; en daar is zowaar een open ruimte waar potten en pannen rond en op een vuur staan. Tussen de bomen hangen ook lakens waar iets op geschreven staat. Wat er op staat weet ze niet, ze is nog te jong om te lezen, Ondertussen is Sonja wel naar beneden gekomen om bij haar dochtertje te zijn. Piet blijft nog wat werken, maar haar moederhart wil haar engel voor het slapengaan toch nog een verhaaltje voorlezen. Je kan je voorstellen hoe verbaasd ze is omdat ze Emma niet ziet spelen op de tablet. Deze ligt in de zetel en de verandadeur staat open. Sonja loopt al roepend de tuin in.
    “Emma, Emma, waar ben je?”
    Ze zal toch niet in het bos zijn, denkt ze. Neen, dat is niet mogelijk, de begroeiing is te dicht en ze heeft het haar toch ook verboden. Maar waar zit ze dan? Ze stapt toch tot aan de eerste boom, maar het is te donker, ze kan niets zien. Nog even roept ze en snelt dan naar binnen. Ongerust sleept ze Piet mee om rond het huis te zoeken. Bij rondvraag in de buurt blijken de mensen niets gemerkt te hebben. Eén iemand dringt er op aan om in het bos te gaan kijken. Want, zitten daar niet die luilakken die niets beter te doen hebben dan in een bos te bivakkeren. “Zij willen die bomen en dat onkruid behouden. Hadden ze die in de tijd laten doen, zouden wij hier nu ook nog niet kunnen wonen. Hoe kunnen die overleven, dat is toch verdacht. Wie weet is ontvoering wel een nieuwe manier om aan geld te komen.” Hulpvaardige Melanie belt de politie, maar krijgt niet snel gehoor. Sonja en Piet kijken elkaar aan. De verslagenheid in hun blikken zet zich traag om in vastberadenheid. Rondom horen ze de mensen plannen maken terwijl op een boodschap van de politie wordt gewacht.
    Ontevreden stemmen over de lange wachttijd doet Sonja besluiten: “Kom, we wachten niet. Gaan jullie mee het bos in?”
    De groep verspreidt zich zodat geen plekje ongezien zal blijven. Sonja heeft zich aan het hoofd gezet van het groepje dat de meest directe ingang bij hun tuin verkiest. Piet heeft verderop een opening ontdekt en vraagt enkele dappere buren mee. Sonja duwt kordaat en vastbesloten de begroeiing opzij en plots ontwaart ze een lichtere plek tussen de struiken. Ze slaagt wat takken weg en haar mond valt open.
    “Hey mama, zie. Ik kan hier goed schommelen. En zie wat ik gekregen heb.”
    “Hé, uw moeder. En praten kan je dan toch! Sorry mevrouw, we waren aan het eten toen uw dochtertje hier kwam. We wilden net naar de politie gaan, maar u moet begrijpen dit voor ons nogal vervelend is.”

18 januari 2018

genieten

 

Gebieden         gebied     gebod


Verbieden      verbied    verbod


Genieten        geniet      genot



Gebod          verbied      genot

15 januari 2018

de wachtzaal

Een kind kan niet blijven zitten en de moeder heeft het opgegeven hem terecht te wijzen. Iedereen wordt aangesproken. Meestal vangt hij bot, ogen star vooruit blijven ze aan hun stoel gekluisterd.
    ‘Meneer, heb jij ook pijn?’
    ‘Pijn, niet bepaald, jongen. Maar het is hier een ziekenhuis en ik denk dus wel dat er iets mis is met mij.’
    ‘Mijn mama heeft pijn, zegt ze.’
    ‘Oh, en daarom ben jij nu met je mama hier.’
    ‘Ja, dat denk ik. Maar ik ben niet ziek.’
    Als enige wilde ik wel een woordje met hem praten. Die steriele bedruktheid, dat gevoel mag wel even ontlopen worden. Het lijkt hier meer op een lijkwake.
    ‘Wil jij met mij spelen? Ik verveel mij!’
    ‘Dat zal niet gaan, hé jongen. Ook ik zit hier te wachten.’
    ‘Milan, laat meneer eens met rust.’
    Mijn blik gaat naar de moeder die met een veel te strenge stem haar zoontje toeriep. Kan dat ook niet rustiger? En is het niet te begrijpen dat die jongen zich verveeld. Was het niet mogelijk voor een oppas te zorgen, of zijn ze hier voor hem, en niet voor haar? Met een sussend gebaar kijk ik haar even in de mooie groenbruine ogen. Een glimlach komt om haar lippen.
    ‘De heer De Bruiker, de heer De Bruiker.’
    Ik sta op en volg de corpulente man in witte doktersjas. Ach, moet ik bij deze man …
    ‘Tweede deur rechts’, klinkt het bars; ‘alleen je slip en kousen aanhouden.’
    Verdomd zeg, wat een hoffelijke begroeting. Moet ik deze man in volle vertrouwen mijn rugprobleem gaan beschrijven? Tweede deur rechts, een piepklein pashokje met alleen een kapstok en spiegel aan de muur. Zo kan ik straks controleren of ik het overleefd heb. De grijns om mijn lippen doet mezelf even schrikken. Zo ongerust? Mijn evenbeeld vertelt me meer dan ik zelf vermoed. Opletten of de spiegel barst.
    ‘Gaat u maar liggen, mijnheer De Bruiker, het is voor uw rug zeker. Dan zullen we langs die kant beginnen.’
    De barse stem is verdwenen en deze aanspreking is met een zekere lach in de stem.
    ‘Natuurlijk wordt u helemaal doorgelicht. Legt u zich maar op de rug, in het toestel zien wij u van alle kanten.’
    Mijn voeten schuiven het eerst naar binnen. Met mijn hoofd blijf ik buiten, voldoende zicht op het glas waarachter de dokter mij beveelt.
    ‘Even rustig ademen, en dan proberen stil te blijven. Dank u.’
    Langzaam schuif ik nog iets verder in een holle koker. Veel kan ik niet zien, ook mijn hoofd moet ik stil houden. Gelukkig, en dat is toch vreemd, heeft die dokter mij bijna ongemerkt, met twee riemen vastgegespt. Stil liggen is dan de enige mogelijkheid. Alleen mijn handen zijn vrij om te bewegen. Toch houd ik die ook stil, opdracht is opdracht. Hoe sneller ik hiervan af ben, hoe beter. En als er iets misloopt door mijn schuld, dan zal terug de barse stem tot mij spreken, vermoed ik.
    Een gezoem weerklinkt. Verder gebeurt er schijnbaar niets. Is dat doorlichten? Er komt geen licht aan te pas. Even beweeg ik terug, verder de koker in. Een ander zoemend geluid geeft mij precies trillingen aan de onderrug. Dat zal dan het specifieke aan dit onderzoek zijn. Ik voel vreemde tintelingen in mijn rugspieren. Mijn buik heeft teveel spekvet, zouden ze daar door geraken? Mogelijk een nieuwe manier om te vermageren. Moet ik straks eens vragen of dat kan. Ik voel weer enkele snokjes en wordt terug naar mijn beginpositie geschoven. Lachend komt de dikkerd uit het glazen kantoor.
    ‘Zo, mijnheer De Bruiker. U kan terug langs pashokje twee verdwijnen. De secretaresse aan de balie hierboven zal u een document geven waar u beneden de rekening mee kan betalen. Volgende week woensdag weet uw huisdokter de uitslag. Bedankt en tot een volgende keer.’
    Ondertussen ben ik bevrijd en kan ik nog net de uitgestoken hand van mijn goedlachse dokter drukken.
    In het pashokje zie ik verwonderd in de spiegel. Was dat het? Zal die dokter zonder een hand naar mijn rug uit te steken, kunnen zeggen wat er met dat lichaamsdeel misloopt? Dan heeft mijn huisdokter er al meer energie in gestoken. Zij heeft heel mijn rug handmatig gecontroleerd en zo vastgesteld dat ik naar deze specialist moest. Die laat dan zijn specialistendoos werken en zal op zijn computer mijn probleem kunnen vaststellen.De spiegel blijft mij aanstaren, ik knipper met de ogen. Dit wordt beantwoord, waardoor ik mij zekerder voel. Mijn kleren passen nog en angstzweet voel ik niet.
    Bij de balie komt de jongen naar mij toelopen.
    ‘Alles goed met u, mijnheer? Met mij wel, heeft de dokter gezegd. Ik mag naar huis. Komt u bij mij spelen?’
    Lachend geef ik de jongen een hand terwijl de moeder vriendelijk naar mij wuift.

22 december 2017

Roger en Martine

Zoals elk jaar weet Roger niet wat zijn vrouw voor zijn verjaardag bedacht heeft. Wanneer hij na zijn werk de woonkamer binnenkomt ziet hij haar met de handen verborgen achter haar rug staan. Licht fluitend loopt hij op haar af. Terwijl hij haar een zoen geeft, probeert hij te voelen wat ze verbergt. Lachend steekt ze haar armen naar boven en geeft hem de kans het pakje uit haar rechterhand vast te grijpen. Snel scheurt hij de verpakking los. Met wijd opengetrokken ogen bekijkt Roger zijn cadeau. “Een boek vol mooie ideeën om stadstuintjes op balkon en terras in te richten” staat erop te lezen. Is het niet omdat hij geen tuinvingers heeft dat ze een appartement hebben gekocht? Terwijl hij het boek omdraait en nogmaals omdraait, dan toch de achterflap begint te lezen, heeft Martine nog een grote verpakking, met een gewicht waar ze duidelijk last mee heeft, gehaald en voor zijn voeten gezet.

Glunderend kijkt ze hem aan.

Vluchtig bladert hij door het boek vol mooie groenten en kruiden. Natuurlijk is hij verzot op het lekkere eten dat zij dagelijks maakt. Verwacht Martine nu van hem dat hij hier een evenbeeld gaat van produceren? Op TV lijkt dat allemaal wel heel mooi, maar ze kent hem toch al lang genoeg? Hoe is ze toch op dat idee gekomen. En hoe moet hij het allemaal in orde krijgen? Hun balkon lijkt helemaal niet op de foto’s. Overal staat wel een bloembak of een andere gevuld tuinartikel. Met een frons op zijn wenkbrauwen bekijkt hij zijn vrouw. Zij beweegt haar ogen van zijn gezicht naar zijn voeten. Rimpels verschijnen op zijn hoofd. Haar ogen gaan nog wat meer open terwijl ze deze naar beneden beweegt. Hij volgt haar blik en glimlachend bukt hij zich en begint het papier van de grote verpakking te halen. Waar hij net nog aan dacht, wordt inderdaad bewaarheid. Dit type bak werd twee weken geleden op dat quizprogramma getoond. De planken werden daar zonder hulp in elkaar geschoven en de groenten en kruiden waren op een paar minuten eetbaar. De dame die het won was verrukt en vertelde dat ze haar man hiermee wel aan het werk zou krijgen. Zij was ervan overtuigd dat hij de reclamespot kon evenaren. Is Martine dan ook ineens beginnen dromen over zijn kunnen? Met een wat teruggetrokken hoofd en opgetrokken wenkbrauwen kijkt hij haar aan, staart nog eens naar het pak met de losse planken, schudt zijn hoofd terwijl hij zuchtend opkijkt. Martine slaagt haar armen rond zijn hals en geeft hem een zoete zoen, zoals hij uit hun begindagen herinnert. Dat smaakt naar meer. Of het echter overtuigend genoeg is om hem als tovenaar aan het werk te krijgen, betwijfelt hij. Toch kijkt hij nu met glinsterende ogen naar de mooie prenten in het boek.

De eerste prikkel is gegeven, hij heeft zijn nieuwe hobby ontdekt. Voor zijn doen is hij zeer snel naar de winkel gegaan en heeft de eerste zaailingen geplant. Mogelijk wat onverhoeds. Martine is dat al gewoon geworden. Toch is ze er nu van verschoten hoe enthousiast hij zijn aanwinst heeft getoond en direct in de bak heeft geplant. Zou hij dan overtuigd zijn? Ze grinnikt als ze hem vraagt of een tweede vierkante metertuin niet leuk zou zijn. Dan kan hij zich ten volle uitleven.

Met de eerste experimenten heb ik al voldoende werk. Zelf ben ik eerst benieuwd of het wel zal lukken. Het lijkt allemaal wel zo eenvoudig, maar momenteel kan ik nog niet zien of er wel plantjes tevoorschijn zullen komen. Wil je me daarom de tijd gunnen om voor enkele verse versnaperingen te zorgen. Dat is toch het minste wat je kan doen. Je mag niet verwachten dat ik het hele terras vol plant om volledig zelfvoorzienend te worden met groenten en kruiden. Wanneer het dan niet lukt, zal ik het wel te horen krijgen van jou. Daarbij, er zou geen plaats meer overblijven om zelf van de zon te genieten in de ligstoelen.’

Alle begin is moeilijk, dat begrijpt ze maar al te goed, maar de opmerking was toch niet verwijtend? Ze moet inderdaad niet verwachten dat hij plotsklaps als volleerde tuinman op hun te kleine terras een mega-oogst zal kweken. Eigenlijk heeft ze zelfs niet verwacht dat hij zo snel zou beginnen. Zo gepassioneerd heeft ze hem zelden gezien, dat maakt het net zo moeilijk. De reactie is zo onverwacht en bruusk gekomen dat ze niet weet hoe ze ermee moet omgaan. Het is wel zeer leuk om hem gepassioneerd tewerk te zien gaan. Alleen zou hij zijn materiaal nog wel moeten leren wegbergen. Nu laat hij het altijd overal verspreid liggen. Ook zijn werkschoenen vergeet hij uit te doen wanneer hij binnenkomt om snel iets in zijn boek op te zoeken. Wanneer hij stopt met werken, kan zij met de dweil achter hem aanlopen. En zoals hij nu reageert, zal het voor haar niet zo makkelijk zijn hem duidelijk te maken dat dit niet kan. Het balkontuintje onderhouden begint dus wel te lukken, maar met een andere onhandigheid heeft hij de kraan in de open keuken geforceerd, waardoor deze nu niet volledig toe te draaien is. Naar een oplossing daarvoor heeft hij nog niet gezocht, dat is duidelijk.

De volgende avond zitten ze samen in de zetel TV te kijken. De traag lopende, misschien snel druppende kraan irriteert haar mateloos. Hoe kan hij dat nu verdragen? Is het omdat er een match van zijn favoriete voetbalploeg op TV wordt uitgezonden dat hij niets anders hoort dan de commentaarstem? Zoals steeds is zijn reactie op, volgens hem, foute verslaggeving, luidruchtig en boers. Heeft ze hem al niet voldoende gezegd zijn manieren te houden, zelfs thuis wanneer ze maar met twee zijn. En toch kan hij het niet laten, ze gaat er nog gek van worden. Samen met dat vervelend tikkende geluid wordt het voor haar teveel. Zonder een woord tegen Roger te zeggen, verlaat ze met veel gestommel de zetel, zet met een kwaad gezicht het glas bier op de onderlegger, die hij weer niet gebruikt, en slaat de deur van de slaapkamer hard toe om aan te geven dat hij die nacht niet welkom is.



Wat heeft hij heel de tijd over het hoofd gezien? Het moestuintje moet even rusten, alles is geplant. Dat kan toch geen kwaad? Het staat ook zo in de informatie die hij ondertussen in de bibliotheek is gaan lenen. Natuurlijk zal hij langs de doe-het-zelf gaan. Die kraan moet hersteld geraken. Om voor zo één kraan een vakman te laten komen is toch wel te gek. Maar ze mag niet verwachten dat hij zonder voorbereiding alles kan. Zelf vindt hij het een prestatie dat hij met de groenten begonnen is. Martine zal verschieten wanneer de eerste vruchten van zijn inspanningen te zien zullen zijn. Voorzichtig loopt hij naar achter en sluipt tussen de lakens. Geen beweging teveel, morgen gaat hij aan de slag.

Met een brochure en wat klein materiaal begint hij de volgende avond met de kraan los te draaien. Als beginneling is het niet eenvoudig, maar hij volgt nauwgezet de aanwijzingen op papier en herinnert ondertussen wat de behulpzame verkoper hem probeerde duidelijk te maken. Wonderlijk hoe hij dit uiteindelijk klaarspeelt. Hij verschiet van zichzelf en begint het vreemd te vinden dat hij vroeger nooit iets in huis heeft gedaan. Tevreden leunt hij met zijn armen tegen het aanrecht, toch even controleren of er geen druppel tevoorschijn komt. Martine is echter al met een zuur gezicht begonnen alle rommel van hem op te bergen en begint de keuken te kuisen. Terwijl ze warm water tapt zegt ze geen woord over de gemaakte kraan.



Roger heeft de beste vriendin van Martine kunnen overtuigen haar een dagje mee naar de zee te nemen. Blij dat ze even weg mag zodat ze haar zure gezicht even kan afleggen, gaat ze er graag op in. Ze kan het niet laten ’s morgens bij het afscheid Roger te verwittigen dat ze vandaag niet thuis wil komen om te kuisen. Roger lacht in zijn binnenste, want in stilte heeft hij reeds voorbereidingen gemaakt voor deze dag. De twee meter naast elkaar vindt hij al een tijd niet zo’n goed idee. Toen hij voor de kraan in de winkel was heeft hij van een andere behulpzame verkoper het materiaal met uitleg gekregen om een niet gebruikte hoek te benutten met een verhoogde meter. Onderaan kruiden die niet te hoog worden, bovenaan de groenten die ruimte nodig hebben. Met de tekening van de verkoper in de hand steekt hij alles snel in elkaar. Het cadeauboek geeft hem voldoende aanwijzing om scheuten en zaad te halen en zoals aangegeven te planten. Hij vergeet zelfs niet alles op te ruimen en de vloer te dweilen.

Wanneer Martine kort daarna thuis komt, ligt hij in een terraszetel van de late lentezon te genieten. Door het raam ziet zij onmiddellijk de mooie verandering. Samen met de geslaagde uitstap is dit zeker een leuke verrassing. Snel verdwijnt ze met haar aankopen naar achter. Met haar nieuwe zomershort en het gewaagde topje gaat ze met haar heupen wiegend voor hem staan vooraleer een lange zoen op zijn lippen te drukken.

06 mei 2017

buurtverhaal

Ik zou eens iets spannend moeten schrijven, maar hoe doe je dat? Ik weet het, een verhaal op voorhand in gedachten hebben en weten waarmee je wil eindigen, zo zou het moeten zijn. Alleen vind ik dat het een probleem om vooraf te plannen. Ik schrijf te weinig en te traag om zo een heel opzet in mijn hoofd te hebben. Langere verhalen ben ik al wel in structuur beginnen neer te zetten, maar schrijvenderwijs moest ik hier toch constant wijzigingen in brengen. De ideeën bleven niet dezelfde route volgen. En om met een omweg terug naar een vooraf bedacht gegeven te komen, zou het een verhaal met kronkelingen worden waar geen wijs meer uit te geraken is. Vooraf een synopsis neerpennen, is misschien wel een goed idee, maar dan moet ik per hoofdstuk ook nog gaan indelen. Om dan aan de eerste versie te geraken, moet dit bijna gelijktijdig gebeuren. En zo zou ik dus een vat vol ideeën moeten zijn en mij een hele tijd moeten kunnen afzonderen om tot een groot geheel te komen. Moeilijk wanneer je samenwoont en aan ’t werken bent. Elke avond thuiskomen van de job en direct aan de schrijftafel kruipen voor een paar uur, zou mij te veel andere geneugten ontzeggen. Naar theater, film, concert of zo te gaan, zal me niet lukken voor een paar weken, maanden. Te gek om te proberen.
    En dan het verhaal nog spannend maken ook. Over spannende kledij kan ik zo wel even schrijven, maar een plot bedenken is niet zo direct een optie, om die te kennen moet je een begin hebben. Een heel kader waarbinnen allerlei dingen kunnen gebeuren. Mijn omgeving opnemen en weergeven, dat zal wel lukken. Maar er andere personages in verhuizen en mogelijke gebeurtenissen die tot een ontknoping leiden, dat is niet zo eenvoudig. Zoeken naar een gegeven in de buurt met boten is zo een doorstoken kaart, dat er niet veel origineel te lezen zal zijn. Moet ik eerst nog iets over boten te weten komen om beschrijvingen correct te kunnen weergeven. Wanneer dit niet gebeurt, is er niets te correct te beleven. Dan wordt het verhaal ongeloofwaardig en flets. Het zou natuurlijk wel origineel zijn als ik het interieur van een boot als een huis beschrijf. Mogelijk is er niet veel verschil, wie zal het zeggen? Ik niet. Hoewel er vrienden op een boot wonen, vind ik die plaats niet mysterieus genoeg. Er zijn niet genoeg verborgen plekjes op die boot, voor zover ik weet.
    Waar kan je dan met een lijk terecht? Maar, moet er bij een spannend verhaal wel steeds een lijk zijn. Elke detectiveserie op TV tovert per aflevering een nieuw lijk. Eigenlijk is het wat afgezaagd, kan er neits origineler zijn zonder lijk. De suggestie misschien, zoals Hitchcock zo majestueus deed. Maar dan zit je wel met een moord, of althans de suggestie.
    Zo zie je natuurlijk dat ik spannend onmiddellijk associeer met een lijk. Mogelijk lees ik teveel politieverhaaltjes, of zie ik te veel detectiveverhalen op TV. Tegenwoordig worden die ook als literair gesleten. De ene schrijft al wat opwindender dan de andere. Een mooie omgevingsituering geeft een leuke omkadering. De vraag die ik voor mezelf stel is of dit allemaal wel correct is.
    Van Jef Geeraerts weet ik dat die boeken verslond met detailgegevens, vooraleer het verhaal uit zijn pen vloeide. Zo heeft hij verschillende thema’s zeer geloofwaardig neer kunnen zetten. Mogelijk komt voor mij alles zeer snel als geloofwaardig over wanneer er voldoende randgegevens verwerkt worden. Met een goede fantasie is dat mogelijk, zolang het de draad van het verhaal niet stoort en de vaart van de vertelling niet hindert. En net daar zit voor mij het probleem. Als ik een plot zou bedacht hebben en hier een goede omkadering voor vind, zal het geen vijf pagina’s duren of de aap is reeds uit de mouw gekropen. Daar dan nog verdere ontwikkelingen aan geven is de edele kunst. Mensen op het verkeerde been zetten en ze een fout idee meegeven is mij niet zo direct gegeven. Mogelijk zijn er wel schrijvers die net op dezelfde manier als ik schrijven, want de onwaarschijnlijke wendingen die soms voorkomen om tot het laatste punt van het boek te komen, geven het idee dat de schrijver besefte dat een boek meer pagina’s moet tellen. Dit wordt dan ook literatuur genoemd, en daar heb ik dan een andere mening over. Heel de aanleiding, gebeurtenis en plot moeten boeiend genoeg blijven, zonder in het vergezochte te komen. Hoe begin je daar aan? Hoe laat je het verhaal boeiend lopen zonder teveel prijs te geven, en wanneer stop je? Moet je dit allemaal op voorhand bedenken of blijft de fantasie steeds voldoende opborrelen om tot een moment te komen dat je stilaan een geheim mag prijs geven? Hoe doet een goede schrijver dat? Dat blijft een mysterie, voor mij toch.  Verhaaltjes opbouwen lukt doordat ik dit in één dag, één moment opschrijf. Dezelfde stemming geeft ook een volledige lijn weer. Alle invallen passen in het geheel omdat ik mij dan geconcentreerd in één verhaallijn laat meevloeien. Ook wanneer er een inval door mijn hersens schiet, kan ik deze automatisch verwerken. Een bocht, weg van het idee, kan zonder problemen worden genoteerd en geïmporteerd, zodat later terug de snelbaan van het oorspronkelijke verhaal wordt afgewerkt. Maar ja, het gaat over amper vijf pagina’s. te gek om dan over een verhaal te praten.
    En gebeurt er dan zo niet iets in ’t echt, zou je kunnen vragen. Dat is spijtig genoeg een vraag waar ik het antwoord schuldig moet op blijven. Zoveel rondlopen in de buurt, doe ik niet. Het is al een hele prestatie dat ik regelmatig naar een café achter de hoek trek. In mijn vorige woonst ging ik wel verder om een café te bezoeken. Nu is dat café waar ik graag kom voor de sfeer, zo dichtbij. Een klein cafeetje waar twintig mensen binnen kunnen en waar nooit echt meer volk zit. Wanneer dit zou zijn, zou er geen zitplaats meer zijn. Dan ben ik te oud geworden om altijd recht te staan. En in een café hangt geen bordjes, zoal in tram en bus, om ouderen te laten zitten.
    Trouwens, ik ben daar niet altijd alleen, en je moet toch wel iets tegen elkaar kunnen vertellen. Ons op verschillende vrije plekken nestelen is dan zeker de boodschap niet. Naar een café ga je om de gezelligheid, om met mensen een gezellig onderonsje te hebben, bij te praten over iets. Soms heb je een toevallige ontmoeting. Dit lukt natuurlijk niet zomaar, en in een klein café zal het moeilijker zijn iemand tegen te komen dan in een groot etablissement.  Hier is natuurlijk wel het voordeel dat het mensen uit de buurt zijn, of minstens iemand kennen die hier woont. Momenteel is het me echter nog niet voorgekomen dat er over een gebeurtenis in de omgeving gepraat is. Wel over plannen van de stad met gebouwen en zo? Maar is daar iets spannend over te schrijven? wanneer de plannen wat voorbarig bleken, is dat natuurlijk te vermelden, maar dat is een faits divers. Omstandigheden die tot de wijzigingen van de plannen hebben geleid zouden misschien boeiend kunnen worden. Hoewel, meestal zal dit een politiek afsnoepen worden, waardoor dit eerder voer voor een column is dan voor een verhaal. En toch zijn er schrijvers die met zo een idioot gegeven beginnen en daar een hele fictie rond bouwen. Komaan fantasie, waar blijf je?

Elise, de roddeltante van de buurt wist me vanochtend te vertellend dat er eindelijk een bakker in de straat zal komen. Het klinkt ongeloofwaardig, want wie durft het momenteel al te riskeren om in deze buurt, waar wel veel gebouwd en gerenoveerd wordt, een bakkerij te beginnen. Trouwens, net over de brug in de Londenstraat is een zeer gekende bakkerij, die ’s morgens reeds zeer vroeg open is en vanaf dat moment ook steeds goed te doen heeft. Voor mij zou het niet slecht zijn dat er een andere bakker komt, want Kris, zoals deze in de Londenstraat heet, heeft mij niet bekoord de keren dat ik er brood ging kopen. Allemaal van dat makkelijk plat te drukken brood en het bruine brood heeft zo’n lichte teint dat er met een vergrootglas naar het betere koren moet gezocht worden. Ik hou van donker roggebrood, niet te luchtig gebakken. Zeer stevige sneden waar een beet aan is, zo kan ik genieten. Alleen de pistolet met kaas was te doen, vond ik. Zeer voordelige prijs, welke wel te zien was aan het halve sneetje Gouda dat de pistolet niet volledig bedekte. Dan betaal ik toch liever meer om zeker beleg te kunnen proeven. Ach, daar verwen ik mij ’s zondags dan maar zelf mee. Wanneer we een gewone zondag hebben, slapen we wat langer en gaat één van ons beide een bakker bezoeken voor enkele hele bruine pistolets. Liefst verschillende soorten, zodat er aan de tafel ook nog moet gekozen worden. Daarbij nemen wij graag een keuze uit kazen en groentepasta’s. Rijkelijk zullen we deze op de pistolet uitsmeren, zodat naast de groffe smaak van donkere granen de fijnere smaak van de kaas of groente ten volle zijn temperament laat proeven. Heerlijk om zo rustig de tijd te kunnen nemen en van de maaltijd te genieten. En om dat te kunnen hebben wij dus reeds verschillende bakkers moeten proberen. Tot aan het Sint-Jansplein moeten wij nu lopen om hartige broodjes te vinden. Op zondag is niet elke zaak open, en die van de Paardenmarkt is vorige week voor de tweede keer in korte tijd gesloten. We hoopten dat deze geranten het langer zouden uithouden, want zij hadden een keuze tussen vijf appetijtelijke soorten. Soms brachten we zelfs een brood mee, twee soorten waren ook best te eten. Spijtig genoeg zullen er teveel klanten zoals wij zijn geweest. Alleen de zondag opendoen, rendeert niet. Niet dat we de andere dagen, zoals veel collega’s, steeds belegde broodjes gaan kopen in de buurt van ’t werk. Neen, de afwisseling die daar in zit bekoort ons niet. Af en toe , wanneer we niets meer in huis hebben, zal ik wel eens zo’n broodjeszaak bezoeken. Toch vind ik meestal de kwaliteit van het Franse brood niet hoogstaand. En telkens moeten zeggen dat de mayonaise echt niet hoeft, geeft mij de neiging om die zaken links te laten liggen en bij de bakker ernaast een paar koffiekoeken te kopen. Ik besef ten volle dat dit zeker geen dagelijks alternatief is, maar die lust ik meer dan de meeste broodjes. Voor het lekkere brood heb ik wel verschillende bakkers op weg naar ’t werk, met elk één eigen soort dat ons bekoort. En zo krijgen we ook variatie, natuurlijk. Maar als er nu een goede bakker in de straat komt, zoals Elise zegt, wil ik ’s morgens wel iets vroeger opstaan om de winkel te bezoeken. Ik kijk ernaar uit in de hoop dat er werkelijk goed brood te vinden zal zijn. Als de winkel er komt, want die Elise kan dat wel vertellen, over het waarheidsgehalte van haar heb ik toch mijn twijfels. Dagelijks gaat zij een paar keer wandelen met haar hondje. Voor zover ik weet is dat zowat haar enige bezigheid. Mogelijk doet ze nog wel iets voor haar moeder, maar dat moet dan toch wel een zeer oude dame zijn. Ze heeft me ook al wel zeer veel verteld, maar ik kan niet meer zeggen wat precies. Af en toe wil ik wel een luisterend oor zijn, er van weglopen vind ik zo onbeschaamd. Echt geïnteresseerd ben ik toch niet, maar over het leven in de buurt wil ik toch ook wat weten. De bouwpromotor die de kantoorbuilding tot een volledige woon- en kantoorbuilding wil uitbouwen, heeft ook al een lastige tante aan haar gehad. Zij heeft het initiatief genomen om buurtvergaderingen te organiseren, waarmee een protest naar de Raad van State is gestuurd. Natuurlijk zijn alle mensen van de building van de Bataviastraat verontwaardigd dat de straat half bebouwd zou worden en het bestaande uitzicht naar het Bonapartedok bijna volledig zal verdwijnen. Ook de lichtinval zal verminderen, waardoor het appartement anders zal moeten worden ingericht om voldoende zonder kunstlicht te kunnen leven. En zeg nu zelf, bij de overburen binnenkijken is geen lachertje. Kan misschien leuk zijn om verhalen te hebben om in de buurt rond te bazuinen, maar wanneer dit gebeurt doordat er bij jou is binnen gekeken, zal dit veel onaangenamer zijn. Dit heeft Elise mij natuurlijk niet op deze manier vertelt, zoveel zelfkennis geef ik haar niet. De babbeltjes zijn tot hiertoe meestal over deze gebouwenuitbreiding geweest. Zij woont hier tenslotte al van voor het moment dat haar huidige appartement in de Bataviablok gebouwd is. Zij heeft heel de buurt nog meegemaakt als oude uitloper van de haven. Toen de hoeren nog meer straten innamen aan de overkant van het dok, en de matrozen van de lange omvaart nog een paar dagen in de haven bleven, woonde zij in de oude noordelijke buurt van Antwerpen. Toen was dit een wijk die niet gegeerd was. Alleen buitenlandse matrozen kenden deze omgeving op weg naar de rode lichtjes. De inwoners van de stad kenden alleen de bocht van de Italiëlei die de auto’s uit de stad naar de Luchtbal leiden. De glorietijd van Opel op plant 1 was nog in volle gang, er kwamen zelfs nog regelmatig schepen tot de oudste dokken. Niet meer om te lossen, maar om te wachten op een nieuwe vracht. Ondertussen konden de matrozen zich verpozen bij de lichte dames. De Antwerpenaars durfden per uitzondering in de buurt te komen om te kijken naar de speciale omgeving, van horen zeggen. En natuurlijk was het Rode Plein gekend. De Russen verkochten hier alle mogelijke sieraden, horloges, zilver, goud, tegen onmogelijke prijzen. Het waren geen goederen uit de haven die naast de boot waren gevallen, maar wel goederen die een eigen weg gevolgd waren. De tijd bestond nog niet dat de politie meer in de straat aanwezig moest zijn. Een verdwaald zwaailicht werd per ongeluk opgemerkt tussen de schuivende wagens in de straten met de rode lichtjes. Hun blauw licht gaf de variatie en de ambiance in de straat. De kuieraars keken even weg van de vitrines met toen soms nog volledig ontblote schoonheden. Waar is de tijd dat dit van horen zeggen was? Waar is de tijd dat ik er nog niet kwam? Hoewel, toen leverde ik benodigdheden in de typische Belgische eetgelegenheden. Tweemaal per maand zette ik een kleine lading af in een zaak op het Van Schoonbekeplein. Soms nam ik de tijd om de mannelijke voyeuristische behoeftes te beoefenen, meestal had ik de tijd niet om deze langzaamaan actie mee te beoefenen, en moest ik een vluchtweg gebruiken.
    Onze buurt is nu al een tijdje uit de as herrezen. Guido Belcanto heeft wel mee actie gevoerd tegen de verburgerlijking van het oudste beroep. Hoewel ik hem een goede zanger vind, en het ook zeer leuk vind dat hij de kant van de geschoffeerde beroepsneuksters kiest, moet ik zeggen dat ik blij ben dat de ramen nu properder zijn, de straat afgesloten voor stankmakers en de controle op de kwaliteit en de gezondheid van de niet meer illegaal werkende is toegenomen. Er is nog altijd een probleem met de verschillende nationaliteiten en met het beroep of bijverdienste. Dezelfde soort komt nog steeds op bezoek, alleen de matrozen zijn jammer genoeg verdwenen. Zij krijgen de tijd niet meer voor een verzetje. Money, money, money, dat is nog het enige dat telt in de scheepvaart. Mogelijk verdienden de werkers ook niet meer voldoende om in de havens van Jan te gaan. Hierover kan ik niet meespreken, maar de charme van een havenstad is met het verdwijnen van zwalpende matrozen een beetje uit de straten verdwenen.
    Bij de hoeren zullen er nu andere nationaliteiten zijn, en naar ik soms lees blijft het een mensenhandel. Wat daarmee gebeurt op het moment, blijft voor mij ook een duister verhaal.
    Deze verhalen hoorde ik ook niet van Elise. Zij bleef over het probleem van de building praten. Dat gegeven kon haar niet loslaten en zij was er fier op dat er een vraag naar de Raad van State was. Dan zal het allemaal wel goedkomen, heeft de advocaat, zoals gebruikelijk, gezegd. Voor de stad Antwerpen zal het ook des te beter zijn dat ze tevreden inwoners heeft. Dat deze stad reeds een toelating gegeven heeft, en daar financieel voordeel mee wil halen, dat wil onze betweter niet geweten hebben. En telkens ik haar met haar zwart hondje aan zie komen, bereid ik me voor op een zoveelste herhaling.
    Maar vandaag wil ik een andere plaat horen, de toekomstige bakker interesseert mij veel meer.
    'Weet jij wanneer de zaak zal opengaan, Elise?'
    'Dat zou voor volgende maand zijn, hebben ze mij verteld.'
    'Vreemd, en waar zou die zaak dan komen? Ik zie weinig verandering aan de interieurs beneden.'
    'Je gaat er van verschieten, jongen. Het zal vlakbij zijn.'
    Vroeger, tot net voor wij het appartement kochten, was er op de hoek van ons straatje een buurtwinkel Irene. Die is jammer genoeg verdwenen en zou plaats maken voor gerenoveerde appartementen. Veel verschil sinds de sluiting heb ik nog niet gemerkt en wie weet wordt de winkel terug in gebruik genomen. Dat zou inderdaad vlakbij zijn en dan kan ik, indien nodig, ’s morgens brood gaan halen. Het huis kon Elise echter niet zeggen, zodat ik toch mijn twijfels over de correctheid van haar informatie heb. Voor de rest ken ik niemand waar ik die nieuwtjes kan bij controleren.
    Graag ben ik wel van Elise verlost na deze nietszeggende informatie of de herhaling over haar prestatie komt terug ter sprake.
    Elise, ik moet naar binnen. Ik weet dat ik nog naar de winkel moet, maar ‘k moet nog een lijstje maken.
    'Doe jij dat ook! Ik moet dat ook doen. Anders ben ik sowieso wat vergeten.'
    'Ik ook Elise. Salut, tot de volgende.'
    Snel wend ik me van haar af om de deur te openen en uit haar zicht te verdwijnen. Eigenlijk heb ik niets nodig en wilde ik naar de stad. Dit was echter de veiligste manier om van de commentaar verlost te zijn. Nu ik thuis ben beland, is de zin om de stad in te trekken over en kruip ik met een boek in de zetel.
    Een week later werd inderdaad begonnen met allerlei toestellen binnen te brengen in een benedenverdieping aan de overkant in de Nassaustraat. Wat er binnen gebeurt, is niet waar te nemen omdat een doek achter de ruiten de doorkijk belemmerd.
    Aan het Willemdok wordt ook hevig gewerkt om café Cappuccino te veranderen. Dat heeft altijd een vreemd oord geweest waarvan de openingsuren mij niet bekend waren. Soms lukte het op normale uren om binnen te geraken en dan hadden we van de gelegenheid gebruik gemaakt om een pint te gaan drinken. De caféhouder was van Oelegem en hij bracht van daar het plaatselijke bier, Titsenbier, mee. Dat was zeker voor mij de aantrekkingspool. Een blond bier met een uitstekende smaak dat op niet veel plekken te verkrijgen is, is voor mij zoals melk voor een kat. Ik heb er nooit iets anders gedronken.
    Hoewel het vreemde openingsuren had, schijnt het café wel zeer gekend geweest te zijn. Aan volk ontbrak het niet, maar toch is het nu een tijd gesloten geweest. Mogelijk willen ze op een meer geordende manier beginnen? Zo zou de horeca terug uitgebreid worden naar twee zaken, vlak bij elkaar. Net om de hoek is een restaurant. Het bezoek dat wij met een vriendin deden, aangespoord door een voordeelbon dat zij in een reclameblad had gevonden, gaf ons een slechte indruk. De menu op de bon hebben wij geen van ons drieën genomen, maar mogelijk hadden we dat beter wel gedaan om waar voor ons geld te krijgen. De prijs was te hoog voor de geleverde kwaliteit. Maar het was een mogelijkheid om leven in de buurt te krijgen. Deze zaak kreeg blijkbaar van de meeste klanten dezelfde waardering als van ons. Eenmaal proberen is voldoende. Alleen bovenburen hebben we er meer gezien. Mogelijk omdat zij liever op restaurant gaan, dan zelf te koken. Als we ze niet hier zien, gebeurt het regelmatig dat we ze in een ander restaurant zien wanneer we passeren.
    De bakkerszaak en dit restaurant verdwenen bijna gelijktijdig. Ik hoorde zeggen dat de restaurantuitbater een openstaande rekening bij de bakker achterliet, waardoor deze het nog moeilijker had de rekeningen van de leveranciers te betalen. Als je grootste klant, weigert te betalen, ben je snel de pineut natuurlijk.
    Weg was dit begin van leven.